Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

'Niet voor elk drama bestaat een schuldige'

Morgen begint het proces over het vlotongeval, waarbij vorig jaar twee doden vielen. Advocaat Anker van de aangeklaagde verhuurder bekritiseert het Openbaar Ministerie.

Het Openbaar Ministerie moet „eerst eens tot tien tellen” voordat het overgaat tot vervolging van instellingen en personen voor dood door schuld. Dat zegt advocaat Willem Anker. Hij heeft samen met zijn broer Hans de verdediging op zich genomen van de 40-jarige eigenaar P., van Sportwijzer in Eibergen. Dat bedrijf verhuurde zondag 30 september 2007 een vlot aan achttien medewerkers van Het Kruidvat in Winterswijk, die er een ongeluk mee kregen bij een stuw in rivier de Berkel bij Rekken (Achterhoek). Het kostte twee opvarenden, een 24-jarige vrouw uit Lichtenvoorde en een 34-jarige vrouw uit Winterswijk, het leven.

Zowel P. als zijn bedrijf is aangeklaagd voor dood door schuld. De zaak dient morgen en vrijdag voor de rechtbank in Zutphen.

„Niet voor elk drama valt een schuldige aan te wijzen”, stelt Anker. Hij bespeurt een trend bij de strafrechtelijke vervolging voor dood door schuld. In zijn praktijk, met negen medewerkers en duizend zaken per jaar, krijgt hij in toenemende mate zaken te behandelen waarbij huisartsen, medisch specialisten of instellingen worden vervolgd voor hun rol bij het overlijden van een patiënt of bewoner. „Ik heb nu ook net een zaak van een gevangenisdirecteur die zich voor de rechter moet verantwoorden wegens het overlijden van een gedetineerde. Mijn broer en ik maken ons zorgen over deze ontwikkeling.”

Anker haalt als voorbeeld ook de rechtszaak aan rond de in 2004 overleden peuter Savanna, waarbij een medewerker van Jeugdzorg werd vervolgd. „Dat heeft tot niets geleid. Deze gezinsvoogd is vrijgesproken. Hoger beroep is nooit ingesteld. Maar onderschat niet wat het betekent voor deze mensen. Directeur P. van Sportwijzer leeft hier al een jaar lang mee. Hij en de andere eigenaar zijn er elke dag mee bezig.” Alleen P. is persoonlijk aangeklaagd omdat hij die dag aan het werk was. De mede-eigenaar had vrij.

Anker vindt „de beklaagdenbank aan de lege kant”. Ook het Waterschap Rijn en IJssel, dat de Berkel beheert, en het Recreatieschap Achterhoek Liemers behoren daar te zitten, vindt hij, omdat zij onvoldoende veiligheidsmaatregelen zouden hebben getroffen.

De vlottocht van de Kruidvat-medewerkers eindigde in een drama toen het vaartuig bij een stuw anderhalve meter naar beneden viel. De meeste vrouwen moesten vechten voor hun leven. In het enige interview dat de overlevenden hebben gegeven, oktober vorig jaar in De Gelderlander, vertelden ze dat ze vooraf niets kregen uitgelegd. „We moesten het vlot op en peddelen.” Ze kregen niets te horen over een stuw – de instructeur zou achteraf hebben gezegd dat hij niet wist dat er een stuw zat. De voorsten op het vlot ontwaarden een verschil in waterhoogte, maar hadden geen idee wat het was. Ze zagen wel een bord waarop kanovaarders naar een aanlegplaats werden verwezen. „Maar wij zaten op een vlot”, aldus de overlevenden. Wat moesten ze doen? De begeleider was nergens te zien. Ze schoven over de stuw, enkele vrouwen kwamen meteen in het water terecht. Wie in het water lag, had moeite zich vast te klampen. Het water had een enorme zuigkracht.

In het weiland bij de stuw ligt alles er net zo bij als een jaar geleden. Er zijn geen maatregelen getroffen. „Die zijn niet nodig”, concludeert directeur Minou van Dillen van het recreatieschap. Uit het interview met de opvarenden blijkt dat ze de borden langs de kant wel degelijk hebben gezien, stelt zij vast. „We kunnen ze wel drie keer zo groot maken, maar dat helpt niks”, aldus woordvoerder Hans Bijen van het Waterschap Rijn en IJssel, dat na het ongeluk een extern bureau, IPC Groene Ruimte uit Arnhem, inschakelde met de vraag of maatregelen nodig waren. Naar aanleiding daarvan is besloten „stelliger” te zijn met het handhaven van de vergunningen.

Van Dillen zegt wel nog met veel vragen te zitten. „Er staan meerdere waarschuwingsborden, er zijn aanwijzingen dat je voor de stuw naar de kanostoep moet gaan en daar moet uitstappen. Maar de vraag is of je er wel een vlot kunt aanleggen. Was het wel gebruikelijk dat van de vlotten werd afgestapt? Wij wisten in elk geval niet dat er met vlotten werd gevaren.”

Op de stelling van advocaat Anker dat ook het recreatie- en waterschap hadden moeten worden vervolgd, zegt Van Dillen: „Het OM heeft dat beoordeeld en ervoor gekozen dat niet te doen. In eerste instantie stelt het OM het bedrijf verantwoordelijk. Daar ben ik het mee eens.”

Het OM wil vooruitlopend op de rechtszaak niet inhoudelijk reageren op de opvattingen van advocaat Anker.