Film maken in de film blijft een waagstuk

Film: Het echte leven. Regie: Robert Jan Westdijk. Met: Ramsey Nasr, Sallie Harmsen, Loek Peters, Mike Libanon. In: 14 bioscopen.

Films die gaan over het maken van een film hebben een slechte reputatie. Ze worden al snel weggezet als oefeningen in navelstaren, geneuzel, als een egotrip van de regisseur. Met Het echte leven, waar het Nederlands Film Festival vanavond mee opent, neemt regisseur Robert Jan Westdijk dan ook een risico. En hij doet er nog een schepje bovenop: dit is een film waarin het maken van een film compleet uit de hand loopt.

Het vooroordeel over ‘films over film’ is op zichzelf merkwaardig. Poëzie over poëzie is een gewaardeerd deel van de dichtkunst en een schilder die in zijn werk niet op de geschiedenis van de schilderkunst reflecteert, komt de meeste musea voor moderne kunst niet in. Maar bij een populair medium als film roept dit soort zelfreflectie al snel wantrouwen op.

Westdijk lijkt geknipt om dit thema bij de kladden te grijpen. Zijn veelgeprezen debuut Zusje (1995) was al een soort film over film, over een broer die met zijn videocamera obsessief zijn mooie zus achterna zit. Daarnaast gaan alle films van Westdijk over manipulatie, wat een goede voedingsbodem kan zijn voor een film over een film. Broer en zus doen in hun machtsspelletjes niet voor elkaar onder in Zusje. Westdijks tweede film Siberia (1998) ging over twee hosselaars, die zich bekwamen in het beroven van rugzaktoeristen, en de heldin van Phileine zegt sorry (2003) schuwt geen middel om haar zin te krijgen.

Ook Het echte leven pakt het thema manipulatie weer op. Martin (gespeeld door Ramsey Nasr) is een regisseur met artistieke ambities, die een film maakt over de liefde met zijn eigen vriendin Simone (Sallie Harmsen) in de hoofdrol. De andere hoofdrol speelt de regisseur zelf, als een jongeman – Milan – die zijn vriendin, in een soort intellectueel-tobberige variant op het televisieprogramma Temptation Island, aan een liefdestest onderwerpt. Hij dwingt haar op zoek te gaan naar een ander, om te kunnen zien hoe sterk hun liefde werkelijk is, en tot die tijd mogen ze elkaar niet meer zien. De acteur die haar nieuwe liefde moet spelen slaagt er niet in om een simpel scènetje goed te spelen („Soaplul!” roept de gefrustreerde regisseur).

Westdijk heeft ervoor gekozen van de film in de film – bijna de helft van de speeltijd – een krukkige productie te maken. Een originele keuze, maar helaas schiet hij daarbij zijn doel voorbij.

Vervolg Film: pagina 11

‘Het echte leven’ mist vooral ritme

Film

Vervolg Film van pagina 1

Westdijk laat in de film de goedmoedige technicus Dirk (Loek Peters) de rol van de nieuwe liefde overnemen. Maar deze ruwe diamant is niet in staat om het leven voor en achter de camera gescheiden te houden, en zo lopen de filmopnamen steeds verder uit de hand. Ook de hooghartige Martin slaagt er steeds minder goed in om het onderscheid te maken tussen werkelijkheid en fictie.

Door even veel tijd aan de film in de film te besteden is voor de kijker het onderscheid tussen voor en achter de schermen lastig te maken, net als voor de personages. Er zijn ook wendingen, waarbij wat de werkelijkheid lijkt ineens film blijkt te zijn, en andersom.

Het echte leven zou aanzienlijk krachtiger zijn geweest als Westdijk zijn regisseur in de film serieuzer had genomen en hem een betere film had laten maken. Nu moet de kijker vooral om Martin grinniken, maar echt geestig is de film ook weer niet.

Het is ook wat te gemakkelijk en een tikje populistisch om de eenvoudige technicus Dirk te laten contrasteren met dat pretentieuze, elitaire kunstenaarsvolk. Ook Dirk vertelt weliswaar niet altijd de hele waarheid, maar hij heeft tenminste échte gevoelens, die hij onbeholpen en direct uit.

Maar wat de film vooral mist, is ritme. Het echte leven meandert van scène naar scène, en van voor naar achter de schermen, op de maat van de oubollige jazz op de soundtrack.

Als een tussendoortje zou het best aardig zijn, maar als de nieuwe film van een toonaangevend filmmaker, vijf jaar na zijn vorige, en als film die bovendien ook nog het Nederlands Filmfestival mag openen, is het Het echte leven veel te dun. Zo wordt het vooroordeel dat film over film meestal bar weinig oplevert, toch weer bevestigd.