De laarzen aan, de wijken in (vooruit met flinke pas!)

Hoe wereldvreemd zijn politici?Europa in, dat willen ze graag. Wim van de Camp voor het CDA, Toine Manders en Hans van Baalen voor de VVD, Thijs Berman, Kris Douma en Jacques Monasch voor de PvdA, die verdringen mekaar straks voor de vliegtuigtrap naar het Europese Parlement. Kandidaat-lijsttrekkers! Europa, dat kennen ze. De Dordogne, de Costa Brava, Toscane, de Schotse Hooglanden, daar zijn ze allemaal wel ’s geweest – veel vaker dan in Cadzand, Emmer-Compascuum, of op weg naar Roermond over de A73, die ook wel eens de Eurlingsroute schijnt te worden genoemd.

Maar als ik het over wereldvreemdheid heb, bedoel ik natuurlijk de wereld, en dan praten we over Wall Street, Georgië, Zimbabwe, Tibet: de crisisgebieden. Daar wil niemand Nederland voor inruilen.

Hoezeer Nederlanders de Unie als hun veilige achtertuin beschouwen, besefte ik toen ik las op welke manier Thijs Berman zich onlangs op een Drentse partijbijeenkomst kandidaat had gesteld voor het lijsttrekkerschap in Europa. ‘Ik geloof dat ik geschikt ben’, zei hij, ‘omdat ik ervaring heb in het Europarlement, en omdat ik mijn laarzen aantrek en de wijken inga.’

Wereldvreemd statement.

Dat Thijs als eerste man van het Europese PvdA-smaldeel straks ook in Lodz, Ljubljana, Livorno en Liverpool de buurtmarkten op mag, want die steden behoren immers tot zijn ambtsgebied, is formeel misschien juist. Maar daar zijn toch niet ineens laarzen bij nodig, als hij zich (wat ik aanneem) normaal gesproken altijd op schoenen of sandalen heeft voortbewogen? Of denkt hij dat hij diep in Bulgarije of Roemenië nog wel eens door een paar typisch Oost-Europese modderpoelen zal moeten baggeren om de sociaal-democratische boodschap aan de man te brengen?

Minstens zo wereldvreemd vind ik het feit dat er kennelijk nog altijd politici zijn die in termen denken van ‘de wijken in’. Zou Berman niet weten hoe het met Wouter Bos is afgelopen? ‘Ja, maar’, moet hij op die partijbijeenkomst ook nog hebben gezegd, ‘ik vind dat Europa meer moet luisteren naar de mensen.’

Nóg een dwanggedachte uit de vorige eeuw. De hele moderne wereld probeert er ter wille van het milieu voor te zorgen dat de bevolking zich steeds minder hoeft te verplaatsen (laat staan op laarzen), terwijl iedereen die wil weten wat het electoraat denkt, dagelijks thuis Stand.nl aan kan zetten. En je hoeft de rest van de dag (ook thuis) op de dagbladsites de reacties van de abonnees maar te lezen om te weten wat er in je landgenoten omgaat – maar Thijs Berman trekt z’n laarzen aan om overal z’n oor te luisteren te leggen. Zelf denk ik vaak: het is in veel opzichten een vreselijke wereld waar we in leven, maar het is een ontegenzeggelijke zegen dat ik nooit meer de wijken in hoef om te weten hoe de vlag er bij hangt.

In het Het vragenuurtje zag ik gisteren trouwens nog twee partijgenoten van Thijs. Eerst mevrouw Vogelaar die in troosteloos proza betreurde dat Nederlandse meisjes van Marokkaanse afkomst in de vakantie vaak worden meegenomen naar het oude vaderland, om daar door vader te worden uitgehuwelijkt aan een onaantrekkelijke oude Berber. Ella stemde in met álle suggesties die de vragenstelster deed om er iets tegen te doen. Daarna was de beurt aan ons kruidenvrouwtje, dat antwoord moest geven op de vraag of groene stroom inderdaad oplichterij was (zoals de christen-democratische backbencher in De Telegraaf had gelezen; wat zou de Tweede Kamer toch zonder die krant moeten beginnen?), maar mevrouw Cramer weigerde te spreken, want ze voelde wel groen, maar stroom viel onder de afwezige Maria van der Hoeven.

Wereldvreemde bewindspersonen.

Die Dig Istha, die de twee meisjes bijles zou geven, doet die eigenlijk wel wat?