Combinatie van jazz en klassiek

Componeren staat centraal dit jaar op Jazz International.

Componist Paul van Brugge is de gastprogrammeur op het festival in Rotterdam dat nog tot en met zondag duurt.

„Ik componeer niet om de muziekwereld te verbeteren. In mijn muzikale zoektocht stuit ik binnen jazz of klassieke muziek echter steeds op grenzen. Ik geloof in de combinatie van beide werelden. Niet om klassieke musici te laten swingen en ook niet om de jazzmusici alleen verplichte noten voor te schrijven, maar voor de prikkel.”

Componist Paul van Brugge (1959, Rotterdam) is de gastprogrammeur van het Festival Jazz International 2008. In de achtste editie staat componeren centraal. Naast zijn werk als docent compositie/arrangeren aan het Rotterdams conservatorium schrijft Van Brugge veel muziek voor films, zoals recentelijk De brief voor de koning. Daarnaast componeert hij concertante muziek en kameropera’s voor orkesten en (jazz)ensembles. Dit festival programmeert hij onder meer het Starvinsky Orkestar en het door hem geïnitieerde Codarts Symphonic Jazz Orchestra, dat een nieuwe generatie componisten laat horen.

„Ik ben altijd een denker, een zoeker in mijn muziek. Er zit weinig lichtheid in mijn muziek, weinig humor misschien. Mijn muziek bedenk ik vanuit een soort noodzakelijkheid, het móét er komen en ik voel me daarbij erg geïnspireerd door literatuur. Met de uitvoerder in mijn hoofd lijken de ideeën mij te kiezen. Als kleine klankplaatjes, ‘oorbeelden’, komen ze tot me.

„Als componist en docent kijk ik naar de verworvenheden van de 20ste-eeuwse klassieke muziek. Wat kan een kruisbestuiving zijn tussen de klassieke traditie en de jazz? Dus de kunst, virtuositeit en herkenning in klassiek en daarnaast de energie en improvisatie van jazzmusici. Wat er gebeurde op een gemiddeld jazzpodium was saai. Ik bagatelliseer: een thema, de improvisatie, weer een thema, klaar. Ik vraag me af of we met die vorm tevreden moeten zijn. Daarnaast bestaat veel commercieel gedreven jazz uit standards. Herkenbaar, en ongetwijfeld grandioos uitgevoerd, maar niet altijd even spannend.

„Een goede jazzcompositie communiceert, is avontuurlijk met uiteenlopende vormen. Ik zoek naar de bereidheid bij musici om idiomen van jazz en moderne klassieke muziek te combineren. Veel musici voelen die behoefte, al bestaat op de conservatoria nog steeds een onzichtbare muur tussen beide werelden. Hopelijk vervaagt deze binnen tien jaar.

„De rode draad in de festivalcomposities is de Europese identiteit. Ik moedig mijn internationale studenten altijd aan kennis te combineren met hun roots. In Nederland kennen we onze muziekhistorie nauwelijks. Door onze open houding is de muziek sterk beïnvloed geraakt. In Polen of Bulgarije weten ze goed wat de klanken van hun land zijn.

„Een groot struikelblok voor componisten is de twijfel of iets wel echt authentiek is. Al componerend maak je echter zoveel keuzes op de vierkante centimeter, dat ik dat risico klein acht. Je moet vooral eigenwijs zijn.

„Als docent ben ik half psycholoog. Tegen bange studenten zeg ik: stel dat je compositie waardeloos gevonden wordt en je wordt met boegeroep uit de zaal verjaagd, verdreven uit de stad. De hele wereld is boos. Zou je dan toch nog zo’n stuk willen schrijven? Het antwoord is essentieel. Angst blokkeert. Maar er zijn te veel mensen die daarom iets níét maken. Hup, denk ik dan, springen zal je.”

Jazz International Rotterdam 2008 t/m zondag, De Doelen Rotterdam. jazzinternational.nl