Het nieuws van 23 september 2008

Spinoza en de absolute gehoorzaamheidsplicht

De column van Afshin Ellian `De lege catechismusvan geweldloosheid` (Opinie & Debat, 13 september) juich ik toe omdat ik mij al sinds jaar en dag heb verbaasd over het feit dat Schuytsstellingname inzake burgerlijke ongehoorzaamheid onweersproken bleef, dit ondanks haar kwalijke invloed, zoals de legitimatie van het type verzetsacties als dat van het voormalige Kamerlid Duyvendak. Omdat de heer Schuyt in zijn verweer (Opiniepagina, 17 september) opnieuw de absolute gehoorzaamheidsplicht afwijst, lijkt het mij zinvol hier het standpunt van de door hem vereerde filosoof Spinoza tegenover te zetten, waarin hij, ofschoon minister van Staat, tot staatsvijand wordt verklaard. Spinoza schrijft dat ”de soevereine politieke macht (summam potestatem) door geen wet is gebonden, maar dat allen haar in alles moeten gehoorzamen. Dit hebben allen namelijk stilzwijgend of uitdrukkelijk moeten overeenkomen, toen zij hun macht tot zelfverdediging, dat wil zeggen al hun recht, op haar overdroegen. Als zij immers een voorbehoud hadden willen maken, hadden zij er tegelijkertijd voor moeten waken om dat veilig te kunnen verdedigen. Aangezien ze dat echter niet hebben gedaan noch ook zonder gevaar voor opsplitsing en ondergang van het rijk hebben kunnen doen, hebben zij zich daardoor onvoorwaardelijk (absoluut) onderworpen aan het soevereine gezag. Omdat zij dit onvoorwaardelijk hebben gedaan en wel, zoals aangetoond, zowel genoodzaakt als op aanraden van de rede, volgt hieruit dat als we tenminste geen vijanden willen zijn van de staat en niet willen handelen tegen de rede die ons voorhoudt om de staat met alle krachten te verdedigen, gehouden zijn om allebevelen van de overheid uit te voeren, ook al beveelt zij de meest absurde dingen. Ook de rede immers gebiedt ons die absurde bevelen uit te voeren opdat wij van twee kwaden het ergste voorkomen” (Theologisch-politiek tractaat16/14 volgens uitgave Delft 1999).