Matinee brengt de bewerkte Bach

Klassiek Radio Kamer Filharmonie o.l.v. Martyn Brabbins. Gehoord: 20/9 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 23/9 20 uur.

Muziek van Bach loopt dit seizoen als een rode draad door de ZaterdagMatinee. Veelzeggend genoeg kenden de eerste twee concerten geen enkele originele muziek van Bach: met alle bewerkingen, hommages en reconstructies die direct van zijn muziek zijn afgeleid, kun je al jaren vooruit.

Zaterdag opende de Britse dirigent Martyn Brabbins de tweede ‘Bachmatinee’ met fuga’s van Bach, bewerkt voor strijkers door Mozart. Hoofd- en nevenstemmen kregen een duidelijke plaats, al klonk de Radio Kamer Filharmonie wiebelig in de inzetten.

Met een microscoop was het zoeken naar de miniatuurmeerstemmigheid in het Dubbelconcert voor fluit, hobo en orkest van György Ligeti. Deze hallucinerende muziek uit 1972 krijgt vorm door traag verschuivende klankvelden, afgewisseld met actiever opborrelende noten die dicht na elkaar volgen. Fluitist Kersten McCall (met drie instrumenten) en hoboïst Alexei Ogrintsjoek wisten het contrast tussen de lome fluit- en de scherpe hoboklanken maximaal uit te buiten. In het Koninklijk Concertgebouworkest zijn ze directe buren; in het dubbelconcert voelden zij zich ongetwijfeld vertrouwd met de blaaspartijen die eerder als gelijkwaardig onderdeel van het orkest dan solistisch bedoeld zijn.

Ogrintsjoek keerde terug in de reconstructie van Bachs Concert voor hobo, viool en strijkers, samen met de Russische violiste Alina Ibragimova die haar Nederlandse debuut maakte. Ze speelde met ranke toon en overtuiging. De meeste aandacht ging echter uit naar de zeer expressieve hoboïst, al even bewegelijk in zijn spel als in zijn lichaamstaal.

Ten slotte klonk Bartóks Muziek voor strijkinstrumenten, slagwerk en celesta, een topstuk uit 1936. De link met Bach is dankzij het overvloedige contrapunt snel gelegd; in de parelende loopjes van piano en celesta hield het stuk opeens ook direct verband met de zojuist gehoorde Ligeti. Het werd een vurige uitvoering met aandacht voor boertige accenten, maar in de spookmuziek van het Adagio ontbrak het aan echte angst.