Denkt Trichet ons echt voor gek te kunnen houden?

Jean-Claude Trichet, directeur van de ECB, rekent op financieel herstel in 2009. Maar hij wordt ongeloofwaardiger hoe langer de malaise aanhoudt, vindt Melvyn Krauss.

(Illustratie Cyprian Koscielniak)
(Illustratie Cyprian Koscielniak) Koscielniak, Cyprian

Als er aan de huidige wereldwijde financiële consternatie één ding volkomen duidelijk is, dan is het wel dat niets volkomen duidelijk is. En toch verklaarde Jean-Claude Trichet, de president van de Europese Centrale Bank (ECB), op de persconferentie na de septembervergadering van de raad van bestuur: „Wat het groeiprofiel betreft, heb ik al gezegd [...] dat het tweede en het derde kwartaal een dieptepunt vormen in het profiel. [...] Daar heb ik niets speciaals over op te merken, maar wij zitten op een dieptepunt, dat is volkomen duidelijk, en wij zullen allengs een geleidelijke verbetering zien.”

Op de Italiaanse televisie zei Trichet nogmaals: „In het tweede en het derde kwartaal hebben wij het dieptepunt bereikt. Voor 2009 verwachten wij een geleidelijk herstel.”

Dat is goed nieuws, op één ding na: maar heel weinig mensen geloven de prognoses van de directieleden van de ECB. Zelfs de raad van bestuur heeft ernstige twijfels. Volgens betrouwbare bronnen vond tijdens de jongste bijeenkomst ongeveer de helft van de raad dat de prognoses van de directieleden véél te optimistisch waren. Vooral de presidenten van de nationale centrale banken die dichter bij het vuur zaten, hadden twijfels.

Dus waarom schaart Trichet, juist op dit moment van ernstige economische onzekerheid, zich met zoveel stelligheid achter de omstreden economische prognoses? Hij heeft immers bij tal van gelegenheden, waaronder diezelfde septembervergadering, laten weten dat de raad van bestuur de prognoses van directieleden niet onderschrijft.

Economie is iets anders dan techniek, waar voorspellingen op grond van mechanische processen uiterst betrouwbaar zijn.

Er is maar één antwoord mogelijk. De president van de ECB wil nu de rente niet verlagen, en bedient zich van de aanvechtbare prognoses van directieleden om zijn zaak te onderbouwen. Hij gebruikt die prognoses tevens om zich te verweren tegen de aantijging – die dezer dagen steeds vaker te beluisteren valt – dat de renteverhoging in juli mogelijk een fout is geweest.

Uiteindelijk is het allemaal een kwestie van slecht communiceren, en dat is wel het laatste waar Europa in deze tijden van crisis behoefte aan heeft.

Ondanks zijn onmiskenbare charme, élan en een uitmuntende pers – de correspondent van The Financial Times in Frankfurt wil Trichet ‘president van Europa’ maken – maakt de voorliefde van de ECB-president voor politiek gekleurde prognoses dat hij en de bank die hij leidt, net zo snel aan geloofwaardigheid inboeten als de economie van de eurozone hoogte verliest.

Financiële experts en marktdeelnemers luisteren steeds minder naar zijn onophoudelijke gejubel over de economie van de eurozone – dat ze zo ‘robuust’ is, dat haar ‘grondslagen’ zo sterk zijn, dat ze is ‘losgekoppeld’ van de problemen in de Verenigde Staten, dat Azië en de opkomende markten de exportdaling die een gevolg is van de zwakke positie van Amerika zouden compenseren, enzovoort.

Dat hebben we allemaal al zo vaak gehoord, en het is allemaal niet betrouwbaar gebleken. Wie denkt Trichet eigenlijk dat hij in de maling neemt?

De markten zeker niet. De gestage daling van de euro in de afgelopen weken voorspelt een relatief grote zwakte van de economie van de eurozone. Terwijl Trichet aangeeft dat hij niet van zins is de rente te verlagen, wijzen de marktprijzen op het tegendeel.

Langzaam maar zeker beginnen de al te zonnige beoordelingen van de Europese economie de geloofwaardigheid van de ECB aan te tasten. (Een soortgelijk probleem doet zich voor bij de Bundesbank, waar president Axel Weber – op rentegebied een havik – over de Duitse economie maar al te graag rooskleurige voorspellingen doet die niet goed uitvallen, en die de vakbonden misschien zelfs zullen aansporen om zich bij de komende loonronden agressiever op te stellen.)

Als het vierde kwartaal zwakker blijkt dat het derde, en de economie zich in 2009 niet herstelt – eerlijk gezegd een aannemelijker scenario dan Trichet en met name zijn collega’s in Frankfurt uitdragen – dan zal de ECB niet alleen, wanneer hij ten slotte de rente verlaagt, de gang naar Canossa moeten maken, maar wordt hij ook een handige zondebok voor politici, die de ECB zullen verwijten dat hij de rente heeft verhoogd toen hij haar had moeten verlagen, omdat hij in de economische situatie het spoor helemaal bijster was.

Dan zullen Sarkozy en Berlusconi niet meer alleen staan in hun aanvallen op de nog altijd prille centrale bank. Trichet heeft door zijn aanhoudende politiek gekleurde prognoses de inzet verhoogd, en als zijn dromerig-optimistische voorspellingen luchtkastelen blijken te zijn, zullen zijn vijanden toeslaan.

Historisch belangwekkend is dat Wim Duisenberg, Trichets voorganger bij de bank, maar zelden, zoals Trichet nu lijkt te doen, ‘spelletjes’ speelde met de markt of de publieke opinie. Daarvoor stond er volgens hem te veel op het spel. Doorgaans deed Duisenberg zijn best om in zijn uitspraken tegenover de markten – vooral in onzekere tijden – niet al te ver vooruit te blikken. Je kunt je beter stil houden dan schade aan de geloofwaardigheid van de bank riskeren.

Melvyn Krauss is verbonden aan het Hoover-instituut, een denktank op Stanford University die zich bezighoudt met Amerikaans beleid en internationale betrekkingen.

Meer over het Hoover-instituut op hoover.org