In Poti woedde een Russische tornado

Rusland begon afgelopen weekeinde met het terugtrekken van zijn troepen uit Georgië. Een spoor van vernieling en plundering bleef achter.

Russische ‘vredestroepen’ eind vorige week bij een controlepost nabij Poti. Zaterdag begonnen de soldaten aan de terugtocht uit de Georgische havenstad. Foto AFP Russian peacekeeping soldiers sit on the beds in an extemporaneous camp at a check point outside Poti on September 12, 2008. Russian President Dmitry Medvedev likened the Georgian military assault on South Ossetia that led to last month's war to the September 11, 2001 attacks on the United States. AFP PHOTO / SEYRAN BAROYAN
Russische ‘vredestroepen’ eind vorige week bij een controlepost nabij Poti. Zaterdag begonnen de soldaten aan de terugtocht uit de Georgische havenstad. Foto AFP Russian peacekeeping soldiers sit on the beds in an extemporaneous camp at a check point outside Poti on September 12, 2008. Russian President Dmitry Medvedev likened the Georgian military assault on South Ossetia that led to last month's war to the September 11, 2001 attacks on the United States. AFP PHOTO / SEYRAN BAROYAN AFP

„De Russen zijn vertrokken”, zegt de jongen die op een strootje kauwt. „Vanochtend om zeven uur reden ze weg.”

Samen met twee kameraden luiert hij tegen een boomstam bij de bres die toegang verleent tot de verlaten Russische controlepost bij de Georgische havenstad Poti. Achter een aarden wal van anderhalve meter hoog huisden de afgelopen weken zo’n zeventig Russische militairen, die met een paar tanks en pantservoertuigen de toegang tot het strand bewaakten.

Naast de bres zijn de diepe sporen van een tank te zien. Ernaast liggen hulzen van kogels uit kalasjnikovs. Wrakhout, zwerfvuil en een paar slome koeien domineren het verlaten vestinglandschap.

„Ga niet verder”, waarschuwt de jongen al even sloom. „Er liggen nog landmijnen die moeten worden geruimd. De sappeurs zijn nu nog bezig bij de Russische controlepost bij de brug over de Rioni-rivier. Tot ze hier zijn bewaken wij het terrein.”

Hun vriend Tato Zabejasjvili komt in zijn Lada aangehobbeld met wat verse broden en een gezinsfles Coca Cola. „Vannacht reden de Russen nog dronken met hun tank door de stad”, zegt hij lachend. „Het waren kozakken en Tsjetsjenen. Agressief volk. Ze schoten in de lucht. Gelukkig zijn ze nu vertrokken naar Abchazië. Vanmorgen vroeg denderde hun konvooi door de straten.”

Een paar honderd meter verderop ligt aan het eind van een weggetje de kleine marinebasis, die door de Russen grotendeels is verwoest. Achter het toegangshek staan twee bewakers in sportbroekje en zwart T-shirt. Hun wachthuisje is met kogels doorzeefd.

Aan de andere kant van het hek wijzen ze op acht grote kogelinslagen in de muur. Een grijs houten bureau met opengetrokken lades blaakt in de zon. „De bewaker die hier tijdens de aanval zat is door de Russen doodgeschoten”, zegt zijn collega Tamaz Dzjanzgava.

Nadat hij met de commandant heeft gebeld, geeft hij een rondleiding over het terrein. De Russische tornado heeft er flink huisgehouden. Aan een betonnen steiger ligt een gezonken stokoude kanonneerboot. Alleen de geschutskoepel op de boeg puilt nog uit het water. Het verroeste schip is met granaten doorboord. Gevraagd of het nog wel operationeel was, antwoordt Tamaz: „Het zou net een grote opknapbeurt krijgen.”

Een eindje verderop is een kleine patrouilleboot tot zinken gebracht en langs de kade steekt een andere gezonken oorlogsbodem zijn bejaarde kanonnen en commandobrug uit het water omhoog. „Vlak voor de komst van de Russen zijn onze vier beste schepen gelukkig naar Batoemi gevaren”, zegt Tamaz vergoelijkend.

Dan rouwt hij nog even bij twee verroeste kleinere oorlogsschepen die op de wal liggen en loopt naar de belendende basis van de kustwacht. Een wit patrouilleschip hangt daar scheef tegen de kade. Tamaz kijkt naar de verrotte houten achtersteven en zegt bedroefd: „Ze hebben het lekgeschoten waardoor het nu slagzij maakt.”

Ter afwisseling vertoont hij een filmpje op zijn mobiele telefoon. Brandende schepen, geschiet, inslaande granaten, Russische soldaten. Tamaz is erbij geweest. „En kijk”, zegt hij trots bij een volgend filmpje, waarop te zien is hoe de Russen boten op opleggers afvoeren, „ze hebben ook onze gemotoriseerde rubberboten en generatoren gestolen. En zie je die olieopslagtanks in de haven? Daar hebben ze een hele tank met kerosine leeggehaald en de inhoud met een Georgische tanker afgevoerd.”

In het hoofdgebouwtje van de basis hangen zes mannen op een bank. Ze kijken naar een soap op een kleine televisie die op een leeggehaalde aktenkast staat. „De televisie hebben ze laten staan, maar verder hebben ze alle communicatieapparatuur en computers meegenomen”, zegt commandant Ramaz Teidoradze. „De barakken van de manschappen, driehonderd meter hierachter, zijn ook geplunderd. Zelfs de kleren, schoenen en uniformen zijn gejat. En de geldautomaat in de muur van het poortgebouw is gekraakt.”

Bij de loodsen van de rubbervloot staat een wachthuisje. Op het kleine bureautje in het bewakershokje liggen een opengetrokken blikje koffiemelk, wat bruine bonen en twee verweesde epauletten van een kapitein ter zee. „Het is te gek voor woorden”, zegt Tamaz. „Zelfs de airconditioningapparaten zijn uit de muren gesloopt.”

Dan loopt Tamaz naar de kade en toont de in het beton geëtste sporen van twee clusterbommen. „Dankzij deze bommen zijn op onze basis vijf mannen omgekomen”, zegt hij, waarna hij zijn schouders ophaalt van onbegrip.

Even buiten de basis staat een vervallen flatgebouw, waar tijdens de Sovjet-Unie de marineofficieren woonden. Nu herbergt het Georgiërs die in de burgeroorlog van 1991-’92 uit Abchazië zijn gevlucht. „Ze bombardeerden alles”, zegt bewoonster Zaïra Peroelava. „Ik was echt doodsbang, ook voor de kinderen. Ik moest terugdenken aan Abchazië in 1992. Dat was ook zo verschrikkelijk. Gelukkig zijn de Russen onze huizen niet binnengekomen en hebben ze ons niet verdreven.”

Uit de glasloze ramen wapperen versleten dekens die de zon buiten moeten houden. Op het grasveldje achter het flatgebouw spelen kinderen. Voor het eerst in hun leven hebben ze de oorlog voorbij zien trekken. Een oorlog die zich om de zoveel tijd herhaalt.

Reportages uit Zuid-Ossetië op nrc.nl/georgie