Goede oogsten, lagere prijzen

Voedselprijzen dalen, maar zullen niet afzakken tot de niveaus van voor 2006. De vraag naar voedsel blijft stijgen. En daarmee ook het aantal beleggingsfondsen dat daarvan wil profiteren.

Recordgraanoogsten halen Europese boeren deze zomer binnen. Met deze oogst in aantocht zijn de graanprijzen sinds het voorjaar weer gaan dalen. Is de drukte over hoge voedselprijzen dus een hype geweest, zoals er wel meer plaats hebben op de financiële markten?

„Dat is lastig te zeggen”, zegt Pieter Furnée, hoofd van DWS Investments in Amsterdam. „Wel is het logisch dat de termijnmarkt weer zakt met deze enorme oogst. Laten we zeggen dat in sommige periodes het gevoel de overhand neemt en het evenwicht wat los wordt gelaten. En daar komen we weer wat van terug.”

Maar zouden de prijzen dan niet terug kunnen keren naar het lage niveau van voor 2006? Nee, zeggen verschillende marktvolgers, waaronder Furnée. De grote motor achter de stijgende vraag naar voedsel en dus de hoge prijzen is niet zozeer de groei van de bevolking met tientallen miljoenen per jaar en de groei van de steden – elke dag komen er in India en China 50.000 stedelijke consumenten bij die gevoed moeten worden. Het belangrijkste is dat de welvaart van miljarden Aziaten toeneemt. Rijkere mensen eten meer vlees. Kippen, varkens en koeien krijgen allemaal granen te eten. „De gemiddelde Chinees at in 1960 drie kilo vlees per jaar, nu 50”, zegt Furnée, „terwijl een Amerikaan jaarlijks 120 kilo eet.”

„We gaan niet terug naar de toestand van vóór 2006”, zegt Paul Braks, grondstoffenanalist bij de Rabobank. Destijds kostte een ton tarwe op de Europese termijnmarkt in Parijs 110 euro. In februari dit jaar was dat gestegen tot 280 euro, terwijl het afgelopen week het weer was gezakt tot 169. „We komen weer langzaam in een balans terecht, al zijn bijvoorbeeld de voorraden nog erg laag: twee maanden, terwijl dat vroeger vier maanden was”, zegt Braks. Maar veel is onzeker: „Oekraïne heeft een graanoogst die 60 procent hoger is dan vorig jaar. Als dat eindelijk de wereldmarkt bereikt, heeft dat een enorm prijsdrukkend effect. Maar als de oogsten in Argentinië en Brazilië de komende maanden tegenvallen is de prijs zo weer omhoog.” En er is momenteel een gebrek aan regen in met name Argentinië en Australië.

De markt is op dit moment verstoord, meent Braks, maar de reden dat we in ieder geval niet teruggaan naar de lage prijzen van voor 2006 is dat er fundamenteel een aantal zaken is veranderd: de markt is krapper wegens de groeiende bevolking en het groeiende gebruik van biobrandstoffen, terwijl de boeren ook tegen hogere prijzen aankijken van bijvoorbeeld olie, kunstmest en zelfs tractoren. „Ook de fabriek van John Deere heeft te maken met hogere kosten voor energie en staal.”

Het resultaat van deze ontwikkeling is dat banken investeringsfondsen hebben opgezet om te profiteren van de groeiende vraag – de groeiende vraag naar grondstoffen én de groeiende vraag bij investeerders naar mogelijkheden om daarvan te kunnen profiteren. In 2006 is de Rabobank bijvoorbeeld een fonds begonnen dat investeert in vijf grondstoffen: tarwe, maïs, suiker, koolzaad en sojabonenolie. Na een matige start (het eerste jaar leverde geen winst op) is de koerswinst na twee jaar nu 40 procent, al is de ontwikkeling van de koers grillig.

Niet alleen de Rabobank kijkt dezer dagen naar gewassen als maïs en soja. Zakenbank Theodoor Gilissen heeft onlangs ook een heel rapport aan de landbouw gewijd, met voor een zakenbank niet geheel voor de hand liggende constateringen als: „Wij zijn positief over de prijs van maïs.” Qua beleggingsmogelijkheden kijkt de bank echter toch weer naar de grotere bedrijven en komt met de suggestie te investeren in kunstmestproducenten. Wereldwijd moet de landbouwproductie omhoog en kunstmest is daarvoor een vereiste. Ofwel, deze bedrijven gaan goede tijden tegemoet. Theodoor Gilissen weet in welke kunstmestproducenten wel of niet te investeren. In een rapport dat afgelopen zomer verscheen waren het Noorse Yara en het Amerikaanse Mosaic de uitverkorenen.

Rond de tijd in 2006 dat de Rabobank zijn fonds voor vijf grondstoffen opzette, lanceerde DWS voor de particuliere belegger een investeringsfonds dat investeert in bedrijven wereldwijd die actief zijn in landbouw en voedsel. Dit fonds, Global Agribusiness, heeft sindsdien 2,8 miljard euro opgehaald. Het staat op een licht verlies sindsdien van -1,2 procent, zegt Furnée, maar dat is eigenlijk geen slechte prestatie als je kijkt naar de gemiddelde prijsdaling van aandelen wereldwijd: -16,9 procent.

„Dit fonds is geen speculatie op grondstoffen”, zegt Furnée, „maar een investeringsfonds voor de lange termijn. De hele keten zit in het fonds: de financiering van de primaire sector zelf, producenten van tractoren, zaden en kunstmest en ook de supermarkten.”

Of het goed loopt? Er komt nog steeds geld bij, zegt Furnée, al is de concurrentie om de particuliere belegger zwaar in de huidige kredietcrisis. „Inferieure banken die problemen hebben om financiering op de geldmarkt rond te krijgen, proberen spaargeld van particulieren binnen te halen door een hoge rente te bieden.”