De groene sprong voorwaarts

Volgens Thomas Friedman ligt een paradijselijke groene wereld binnen handbereik.

Onze politici moeten er wel eerst visionair voor worden. Droom je even mee?

Is Thomas Friedman, de Amerikaanse journalist, een optimist of een pessimist? In het eerste deel van zijn nieuwe boek, Hot, Flat and Crowded, schetst de drievoudig winnaar van een Pulitzer Prize en buitenlandcolumnist van The New York Times een inktzwart beeld van de toekomst.

De wereldbevolking groeit tot 9 miljard in 2050, de snelle economische groei zorgt voor een run op water en natuurlijke hulpbronnen, de hoge olieprijs geeft ‘oliedictators’, van Poetin tot Al-Bashir, vrij spel en de aarde warmt dusdanig op dat alleen radicaal ingrijpen kan zorgen dat zij voor komende generaties bewoonbaar blijft.

Maar als Friedman in de tweede helft van zijn boek fantaseert hoe het ook zou kunnen, is het alsof het groene paradijs nagenoeg binnen bereik ligt: China en de VS concurreren op het gebied van schone energievoorziening en groene technologie, met als resultaat een goed georganiseerde wereld waarin ieder individu maximaal energie spaart.

Is Thomas Friedman een realist of een utopist? In Hot, Flat and Crowded erkent hij dat globalisering ook zo zijn nadelen heeft; er sterft gemiddeld één plant of diersoort per 20 minuten uit, de kloof tussen winnaars en achterblijvers lijkt onoverbrugbaar geworden, en internet heeft ook gezorgd voor een razendsnelle verspreiding van een intolerante islam. Maar als Amerika een ‘Groene Sprong Voorwaarts’ maakt, komt alles goed.

Inderdaad, van het land dat weigerde het Kyoto Verdrag te tekenen en dat zijn olieverslaving wil oplossen door te boren in natuurreservaten voor zijn kust (zoals zowel McCain als Obama van plan is) vereist dat nu nog een béétje een omslag. Maar stel dat Amerika wél zou doen wat Thomas Friedman zegt, dan zouden problemen in binnen- en buitenland als sneeuw voor de zon verdwijnen.

In een Amerika dat ‘outgreens them all’ is de afhankelijkheid en het financieren van oliedictaturen voorbij. De aanleg van ‘smart grids’, zelfdenkende, maximaal besparende netwerken voor huis en vervoer, zal vele ‘green collar’ banen scheppen in de onderklasse en zo armoede verhelpen. In het buitenland zal Amerika zijn morele gezag terugveroveren, het zal alom vrienden maken, en zijn economische voorsprong weten te behouden. En o ja, goedkope zonne-energie zal de armen de regie over hun leven geven, en zo voorkomen dat ze op weg gaan naar Amerika. Wat je noemt een win-win-win-win-win-win situatie – en dat maakt sceptisch.

Twee dingen zijn ondertussen zeker. Thomas Friedman is een Amerikaan, in de zin dat hij problemen altijd ziet als uitdagingen en onwrikbaar blijft geloven in het wereldleiderschap en de veerkracht van zijn vaderland; kredietcrisis, staatsschuld en het wegsijpelen van macht naar Azië ten spijt. En Thomas Friedman houdt van revoluties. Voor minder komt hij zijn bed niet uit, althans niet als het om een boek gaat.

In The World is Flat, zijn bestseller over globalisering uit 2005, preekte hij de zegeningen van een omwenteling die al aan de gang was; de versnelling en intensivering van contacten die mensen versneld uit armoede kon trekken. Ditmaal wil hij een revolutie afdwingen: een razendsnelle, wereldwijde omschakeling naar schone energie en duurzame economische groei.

Grofweg volgt Friedman in Hot, Flat & Crowded de standaardplot van het klimaatboek, waarvan het copyright berust bij de dominees die in de VS zo meeslepend kunnen preken. Op het doemverhaal volgt ook hier een U-bocht naar hoop en verlossing. De grote verdienste van Friedman is dat hij het gedeelte ‘verlossing’ niet beperkt tot wat vage oproepen om meer burgerschap aan het slot, maar serieus voorstellen doet om de VS van hun olieverslaving af te helpen.

Een door de regering kunstmatig hooggehouden olieprijs van 100 dollar per vat bijvoorbeeld, om innovatie op het vlak van groene technologie een kans te geven. Big Oil en de tegenstanders van Big Government zien hem aankomen, maar het gaat nu even niet om details.

Het samengaan van de drie trends ‘heet’, ‘plat’ en ‘druk’ betekent volgens Friedman de dageraad van een nieuw tijdperk: het Energie-klimaattijdperk. Om het volgens het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) kritieke punt van een verdubbeling van de concentratie van CO2 in de atmosfeer tegen 2050 te vermijden, moet uitstoot niet afgeremd, maar substantieel verminderd worden.

Wat nodig is, is een schone lei; een nieuw energiestelsel en een hoge prijs op niet-duurzame producten en gedrag, zoals een koolstofbelasting, en bonussen op besparing. Neem bijvoorbeeld energiecentrales, die nog altijd concurreren op de ouderwetse manier: hoe meer wij verbruiken, hoe meer winst zij halen. Friedman schetst een systeem waarbij vermeden CO2 uitstoot bonussen oplevert voor zowel consument als producent.

Sommige innovaties die Friedman schetst bestaan overigens al in embryonale fase; zijn SBB bijvoorbeeld, de Smart Black Box die uw persoonlijke energievoorziening regelt en overschotten automatisch verhandelt, lijkt op de Energy Manager die een Amerikaans bedrijf heeft ontwikkeld. Sciencefiction of niet, innovatie is Friedmans punt; ‘we kunnen ons hier alleen uit weg-innoveren, niet weg-reguleren’.

Het niet onrealistische idee dat miljoenen slimme mensen in de startblokken staan om ons net op tijd van de algehele apocalyps te verlossen, maakt dit boek inspirerend. Net als Friedmans achteloze greep op de meeste mondiale ontwikkelingen, al vertelt hij niet veel nieuws.

Hij is de ware homo mundialis , de belichaming van globaliseringsdynamiek. Voordurend zit hij in het vliegtuig, heen en weer tussen India, Alaska en vooral Denemarken (’s werelds grote exporteur van windturbines met een werkloosheidsgraad van 2 procent’), en spreekt alleen maar inspirerende mensen die op het punt staan fantastische vindingen te doen.

Zelf noemt Thomas Friedman zich een ‘nuchtere optimist’, wat nodig is ‘om een massabeweging op te wekken’. Maar zijn optimisme maakt zijn boek oppervlakkig, omdat het hem voorbij doet gaan aan enorme praktische bezwaren. Bij verliezers en mislukking staat Thomas Friedman nooit lang stil.

Beschermen van biodiversiteit bijvoorbeeld, moet ‘via een ecosysteem van de juiste politiek, de juiste investeringen en de juiste handelende personen’. Als strategie voor het vraagstuk van nietsontziende grondstoffenjacht in een wereld vol corruptie en bad governance is dat natuurlijk mager.

Maar in de platte wereld van Thomas Friedman is geen ruimte voor wérkelijk onverenigbare belangen, omdat in het vuur van zijn gedroomde revolutie alle neuzen al min of meer dezelfde kant op staan. Het zou inderdaad mooi zijn als win-win-win-win-win-win-situaties de regel waren. Maar ze zijn de uitzondering.

Er zijn dus harde politieke keuzes nodig – en daar staat Friedman met lege handen. Het Amerikaanse politieke systeem is verlamd en gepolariseerd. En is de westerse mediademocratie van mitsen, maren en futiliteiten überhaupt opgewassen tegen grensoverschrijdende langetermijnproblemen?

Opnieuw zoekt Friedman het in een vrijblijvend visioen: kon Amerika maar één dag China zijn, verzucht hij. Eén dag, waarop een autoritair regime een fikse koolstoftax oplegt en zo een nieuw speelveld schept waarop de groene innovatiepioniers de ruimte krijgen. Daarna zorgt Amerika’s ongebreidelde ondernemerskracht voor de rest.

Maar van een gerespecteerd en wereldberoemd buitenlandcommentator mag je verwachten dat hij werkelijk ingaat op het alarmerende bestuurlijk tekort dat de grens- en generatie-overstijgende problemen van de gemondialiseerde wereld teistert. Net zoals je mag verwachten dat Friedman beseft wat voor toekomst hij schetst: een waarin iedereen eendrachtig samenwerkt én fel concurreert. Een toekomst waarin politiek meer is dan ‘de som van alle lobby’s’, met als ‘enige motor’ de markt, dat ‘web van samengeklonken eigenbelang’. Een onmogelijke toekomst, kortom.

Wie Friedmans boek dichtslaat, weet dat hij een mooi sprookje heeft gelezen, waarin de VS en andere democratieën de peilingen van deze week opzijschuiven om echt iets te doen voor groepen zonder stemrecht: toekomstige generaties, vogels, bloemen, vlinders. Er mag dan al een embryonaal ‘smart grid’ zijn, tekenen van zo’n politieke revolutie zijn er nergens.

Thomas Friedmans boek lezen? Hot, Flat and Crowded. Penguin, 438 blz. € 22,40. De Nederlandse vertaling (De toekomst is groen) verschijnt op 15 oktober bij Nieuw Amsterdam. Prijs: € 27,95.