Ouderejaars als voorbeeld voor twijfelaars

Vooral in het eerste jaar is uitval onder hbo-studenten studenten een groot probleem. Een mentor kan helpen. „Ze zien dat het voltooien van een hbo-opleiding haalbaar is.”

Begin jij maar, zegt Adil zachtjes tegen Aziz. Aziz knikt, trekt zijn lila overhemd recht en zegt opgewekt over zijn buurman: „Dit is Adil uit Amsterdam, hij zit in het vierde jaar. In zijn vrije tijd houdt hij van kickboksen, hij geeft daar ook les in – en hij werkt in een heel lekkere croissanterie aan de Admiraal de Ruyterweg.” De klas grinnikt.

Aziz, donker spijkerjasje, neemt het geroutineerd over en wijst naar zijn buurman: „Aziz is 23 jaar, komt uit Lelystad, hij heeft hiervoor MBO gedaan. Hij is nu laatstejaars. Echt een heel aardige jongen, een zaalvoetballer.”

Adil en Aziz zijn meer dan alleen studenten aan de Hogeschool InHolland. Hier presenteren zij zich als ‘rolmodel’. Hun toehoorders zijn eerstejaarsstudenten Management Economie en Recht (MER) aan de vestiging van InHolland in Diemen. In het volle klaslokaal zit een meisje met een turquoise hoofddoek, een blond meisje van 16 uit Almere en een vrouw van 38 uit Oekraïne, maar de meesten zijn rond de twintig. Ze komen uit het Gooi, de Bijlmer, van Sint Maarten, uit De Kwakel. Een gemêleerde groep.

Tijdens de introductiedagen, vorige week, maakten de eerstejaarsstudenten MER kennis met elkaar, hun docenten en met ruim twintig rolmodellen.

Dit is het vijfde jaar dat de deelopleiding het project doet. En met succes. Studenten die een mentor hebben, zo blijkt, breken hun studie minder snel af. InHolland wil daarom het rolmodellenproject volgend collegejaar uitbreiden tot alle tien vestigingen van de hogeschool in de Randstad.

Volgens de HBO-Raad staakte 17 procent van de hbo-masterstudenten in 2007 hun studie tijdens het eerste jaar. Dat eerste jaar is cruciaal; de meesten stoppen in die periode, daarna valt nog maar een klein deel uit. Het rolmodellenproject, ook wel Studenten Begeleiden Studenten genoemd, is één van manieren om de uitval van eerstejaars tegen te gaan. „Veel leerlingen die hier beginnen, weten nog niet zo goed wat ze willen doen”, zegt docent economie Jeroen Groenewoud, die het project in 2004 samen met collega Machteld de Jong in Diemen opzette. „Wij hopen er in de eerste helft van het schooljaar al achter te komen of iemand een verkeerde keuze heeft gemaakt.”

Veel eerstejaars zeggen in het introductierondje voor MER te hebben gekozen „omdat ze nog niet weten wat ze wilden doen”.

Groenewoud benadrukt het belang van een zo goed mogelijke match tussen de studenten onderling. „We koppelen op etniciteit, leeftijd, vooropleiding en sekse”, zegt Groenewoud. „Een eerstejaarsstudent moet in zijn of haar rolmodel zichzelf kunnen herkennen, zien dat het voltooien van een hbo-opleiding wél haalbaar is. Alle mogelijke excuses vallen daarmee weg, zoals ‘O, maar jij snapt niet hoe het is, je bent niet Marokkaans’. Of positiever: ‘Zij heeft het gehaald in dezelfde omstandigheden, dus waarom ik niet?’”

Persoonlijke aandacht is van essentieel belang als het gaat om de uitval te beperken, zegt Machteld de Jong, docente management. „Echt iemand hebben binnen de hogeschool om op terug te vallen, dat is de sleutel.” Momenteel doet De Jong ook promotieonderzoek aan de VU dat zich specifiek richt op het studieverloop van Marokkaanse studenten.

Op dit moment haalt 58 procent van de hbo-studenten binnen vijf jaar hun diploma (na acht jaar is dat 68,5 procent). Het opleidingsrendement van hbo-studenten na víér jaar schommelt rond de vijftig procent, en minister Plasterk wil dat verhogen tot 75 procent per 2014. „Onrealistisch”, stelt Geert Dales, voorzitter van het college van bestuur van InHolland. Dales zet in op een groei van tien procent. „Een groei van twee procent per jaar is haalbaar.”

Naast het rolmodellenproject, dat Dales verplicht wil gaan stellen, wil de hogeschool het rendement vergroten door intakegesprekken, betere begeleiding en het aanbrengen van „meer structuur” in de opleiding.

Rolmodel zijn levert studiepunten op, en het staat goed op een cv. „Dat wil niet zeggen dat iedereen rolmodel kan worden”, zegt Groenewoud. „De opleiding stelt specifieke eisen aan de studenten wat betreft studieresultaten en sociale vaardigheden. Iemand als Aziz is al voor de derde keer een rolmodel en kan er geen studiepunten meer voor krijgen. Hij doet mee omdat hij het zo leuk vindt.”