Zwolle - Hasselt

Aan de rand van de moestuin, die behalve in moes ook in bonte bloemen doet, bungelt het lijk van een kraai, tegen gulzige soortgenoten. Hier een potje pikken? Vergeet het, man! Ter meerdere afschrik zit er onder zijn rechtervleugel een lichtspiegelende cd geklemd. Van wie? Ik kijk door de vogelkijker. Jimi Hendrix. Wat de werkelijkheid niet al bekokstooft. Omdat een dode kraai voor hen niet geldt, trippelen er duiven met gebogen kopjes tussen de aanplant. Wie zoekt die vindt lekkers.

Wind blaast zonnewarmte tegen mijn armen en in mijn gezicht. (…And the wind whispers: Mary…). De hele dag blijft het licht zich tooien met een najaarssluier, dat maakt het land bedaagd, aanminnig, chic. In de weilanden doen de paarden mee, met zwarte anti-horzelvoiles voor hun gezichten. Man heft zijn camera en verzoekt ze naar het vogeltje te kijken. Ze luisteren niet.

Een eikenbosje gooit eikels, plok, plok, plok, op de wentelende paden. Wat doet dat stepje daar, tegen die boom? Achtergelaten door zijn baasje, niet te redden. In een slootje stijgt, met enige moeite, een eend op, met een verontwaardigd: ,,Kwáák!''. Sorry, eend. Voor ons hoefde je niet weg.

We wandelen door land dat vergeven is van plekken water, plassen, vaarten, poeltjes, sloten. Al dat water knipoogt in het licht. Het zit vol lelieblad en kikkerbeet, en overal paradeert riet. Man staart naar alweer zo’n wuivende waterkant. Hij zegt: „De mens is een riet. Maar hij is een denkend riet.''

„Mao?”

„Nee, Blaise Pascal. En ik zie hier wat hij heeft bedoeld.”

Een antieke schutsluis is gebouwd als de ovale buik van een schip – vormen die rijmen stemmen content.

De Overijsselsche Vecht. Daar moeten we overheen en dat kan hier. Vanaf de andere oever wiebelt er een constructie onze kant op. Het planken geval wordt door de veerman bewogen via de eeuwenoude methode van een houten grijper en een touw.

Aan de overkant passeren we om te beginnen een boerderij waaruit een aarzelende drumsolo klinkt. Daarna vervallen we van de ene in de andere laan tussen hoge rechte stammen. In de sloten geen eenden maar bruine vissen. Nu volgen we een hoge dijk door het land, langs plassen vol grote vogelsilhouetten. De stippen tussen hen in zijn meeuwen.

Een stel ganzen komt één voor één schreeuwend in de vleugels. Achter elkaar, alsof ze, op verzoek van de fotograaf Muybridge, samen de beweging demonstreren van een opvliegende gans.

Joyce Roodnat

15 km. Kaarten 26, 27, 28 uit ‘Hanzestedenpad’. Uitg. Nivon/LAW, Amersfoort 1999. OV: Hasselt: bus 71 (halte Scheepswerf). Zwolle: stadsbus 1 (halte Dokterspad). Overstappen: busstation ‘Stad’ in Zwolle.