Winnen is plicht

We hadden het over iets dat Rudy Kousbroek eens schreef, over missionarissen die in de tijd dat Nieuw Guinea nog een Nederlandse kolonie was aan Papoea’s in een verafgelegen vallei het voetbalspel leerden. Een paar jaar later kwamen de missionarissen nog eens terug. De Papoea’s voetbalden nog steeds, maar ze hadden een eigen regel toegevoegd: het spel mocht alleen ophouden als de stand gelijk was.

Aardige mensen die Papoea’s, kun je denken, maar omdat we zelf competitief van aard waren beviel het ons niet. ‘Hypocriete koppensnellers’, zei iemand. Maar wie weet, misschien deden ze dat ook wel tot het gelijk stond. In ieder geval, in de sport hoort het niet. Je moet willen winnen, anders beledig je de tegenstander.

David Bronstein vroeg voor een zware simultaanseance in 1954 in Amsterdam aan Max Euwe of hij voor de punten moest gaan, of moest proberen om briljant te spelen. ‘Voor de punten, want briljantie begrijpen ze niet’, zei Euwe.

Ik vermoed dat Euwe, bij al zijn bewondering voor de geniale Bronstein, zich een beetje ergerde aan de koketterie van iemand die een zware strijd aanging en net deed of winnen hem niet interesseerde.

De Russische grootmeester Joeri Averbach zei eens dat je schakers kon verdelen in vechters en romantici. Volgens hem was Bronstein een speciaal geval: een vechter die zich voordeed als een romanticus.

Dat was wel erg hard. Een vechter was Bronstein zeker, maar ook een briljante romanticus, daar is geen tegenspraak tussen.

Hans Ree

David Bronstein - Gregory Levenfisj, Sovjet-Unie 1946. Wit begint en geeft mat in 3 zetten.