Virtueel volwassen worden

Kinderen moeten leren hoe om te gaan met media. „Dat is niet betuttelend. Dat is verkeersles toch ook niet?”

Zambiaanse met een boek van Nijntje-project van Z@ppelinFoto Z@ppelin
Zambiaanse met een boek van Nijntje-project van Z@ppelinFoto Z@ppelin

Honderden kinderen in Zambia kunnen sinds kort, voor het eerst van hun leven, boeken lezen. Dankzij Nijntje en Cathy Spierenburg, tot deze zomer netmanager Zapp en Zappelin. De kinderzenders van de publieke omroep begonnen begin dit jaar een boekenactie. Met de opbrengst van de verkoop van Nijntje-boekjes (zie inzet) zette Spierenburg een bibliotheek op in een straatarme buurt in de Zambiaanse hoofdstad Lusaka. Er volgen meer bibliotheken in ontwikkelingslanden.

„Het was zo ontroerend”, vertelt Spierenburg over haar bezoek aan Zambia. „Eén jongen aaide een boek. Hij wist niet wat hij ermee moest doen, had nog nooit een boek gezien.” Terug in Nederland toonde ze een film die zij van het project had gemaakt aan leerlingen van groep 8 van een basisschool. „En weet je wat ze als eerste vroegen? ‘Is dit echt of gespeeld?’”

Nee, dat vindt Spierenburg geen rare of cynische vraag. „Het is eerder wijs, mediawijs.” Zo raakt het bibliothekenproject van Zappelin aan een van haar nieuwe functies. Namens de publieke omroep is Spierenburg kwartiermaakster van het nieuwe Mediawijsheid Expertisecentrum. Dat is een initiatief van het kabinet-Balkenende om te zorgen dat Nederlanders kritischer, veiliger, bewuster en actiever gebruikmaken van media.

Het is juist goed dat schoolkinderen zich afvragen of een film over arme kinderen in Afrika echt is, vindt Spierenburg. In een samenleving waarin media een belangrijke rol spelen, zouden burgers zich veel meer vragen moeten stellen over die media. Waarom staat dit eigenlijk in de krant? Hoe werkt het journaal? Klopt het wat deze blogger zegt? En kan ik zomaar tekst van Wikipedia gebruiken in mijn scriptie?

De ministers van OCW en Jeugd en Gezin reserveerden vorig jaar 500.000 euro voor de oprichting van een Mediawijsheid Expertisecentrum. In mei werd het centrum opgericht en in oktober volgde een eerste bijeenkomst met betrokken organisaties. „Er gebeurt al veel op het gebied van mediawijsheid”, zegt Spierenburg, „maar organisaties weten dat niet van elkaar. Het is kleinschalig, de slagkracht ontbreekt. Dat rechtvaardigt een expertisecentrum.” Behalve de publieke omroep zijn het Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum, de Vereniging Openbare Bibliotheken, Kennisnet en ECP, platform voor ‘eNederland’, betrokken. Concrete plannen zijn onder meer lesmateriaal voor scholen en loketten in bibliotheken waar mensen vragen kunnen stellen over bijvoorbeeld het gebruik van internet.

Waarom moet de overheid Nederlanders leren internetten of de krant leren lezen? Is dat niet veel te betuttelend? „Nee”, zegt Spierenburg, „er is grote behoefte aan hulp bij onder meer het gebruik van internet. Ouders en opvoeders zijn onzeker. Ze zitten met vragen. Kinderen zijn vaak handiger dan hun ouders met de computer, maar zij hebben wel begeleiding nodig. Bijvoorbeeld bij het beoordelen van de informatie. Bovendien, je vraagt toch ook niet of verkeersles op basisscholen betuttelend is?” Kinderen moeten volgens haar „virtueel volwassen worden”.

De politieke discussie over mediawijsheid gaat volgens haar te veel over de gevaren van internet. „Dat is niet goed. Cyberpesten, seksuele handelingen voor webcams, het zijn excessen. Ze zijn ernstig, maar daar moeten we ons niet uitsluitend op richten. Het gaat ook om de kansen die media bieden.”

Als netmanager van Zapp en Zappelin bedacht Spierenburg een groot aantal projecten om kinderen op een leuke manier kennis te laten maken met media. In de aanloop naar de Olympische Spelen begon ze bijvoorbeeld de website Kids Sports News. Een aantal kinderen kreeg een training tot sportverslaggever, ze moesten een voetbalwedstrijd verslaan en een persconferentie bijwonen en ze berichtten daarover op kindsportsnews.nl. Zo krijgen zij inzicht in de werking van de (sport)journalistiek.

Leren de jonge sportverslaggevers daarmee niet vooral hoe media worden gemaakt en niet hoe ze die moeten beoordelen? Zo worden ze toch slechts ‘mediahandig’ en niet mediawijs? „Het aanleren van vaardigheden maakt deel uit van een bewustwordingsproces”, aldus Spierenburg. „Kinderen leren dit soort dingen het beste spelenderwijs. Daarbij moet je hun wel vertellen over wat waar is in de media en wat niet, over auteursrechtenproblematiek, et cetera.”

Spierenburg vindt dat niet alleen de rol van de ouders, maar ook van de overheid. „Ouders krijgen het steeds moeilijker. Ze worden onzeker. Zie het succes van alle opvoedprogramma’s op de televisie. De maatschappij is veel complexer dan vroeger. Neem alleen al het aanbod aan eten. Ouders hebben moeite met het maken van keuzes voor hun kind: ze willen geen confrontatie, omdat ze al zo weinig tijd hebben met hun kinderen en ze willen niet dat hun kind wordt achtergesteld bij andere kinderen. Zulke opvoedproblemen spelen ook bij het gebruik van media. Enige hulp van de overheid is dan op zijn plaats.”

Critici denken dat het Mediawijsheid Expertisecentrum slechts een duur gebouw met veel overhead wordt. „Het is nog helemaal niet duidelijk of er wel een fysiek gebouw komt met een directeur”, zegt Spierenburg. „Het moet vooral een netwerk worden dat kennis over mediawijsheid bundelt en organisaties bij elkaar brengt.” Het is inmiddels bijna een jaar na het initiatief van het kabinet. De eerste resultaten van het centrum laten echter nog even op zich wachten, zegt Spierenburg. „Mediawijsheid is een proces. En geen project.”

Initiatieven op het gebied van mediawijs: www.mediawijsheidkaart.nl