Sopraan maakt zingend spagaat

Dans. Pitié! Erbarme Dich! van Les Ballets C de la B. Regie: Alain Platel. Gezien 3/9 Ruhr Triënnale Bochum. Inl: lesballetscdelab.be

Het woord is vlees geworden, zegt één van de dansers aan het begin van de voorstelling Pitié! Erbarme Dich! En prompt beginnen ze aan eigen en elkaars vel te trekken in een poging de woorden uit hun lichamen te trekken. Tevergeefs, dus lopen ze maar naar de houten klaagmuur op het toneel: de muur met een microfoon voor de laatste woorden van hen die gaan sterven. „Tell everyone I said goodbye” of „I love you, fuck the world”. In dit enigszins desolate universum van de Vlaamse choreograaf Alain Platel (1956), staan mededogen en medelijden centraal. Vraag: ben je bereid tot het ultieme offer, jezelf?

Na Mozart en Monteverdi, koos Platel, net als in Iets op Bach (1998) voor Bach als vertrekpunt. Met een Matthäus Passion waarvan hij en de Belgische componist Fabrizio Cassol meteen zeiden dat het niet te overtreffen was. Maar Bach was wel van zijn protestantisme te ontdoen en te humaniseren. Platel mixt geloven en culturen, amateurdans met academische dans, hoge met lage kunst in wat hij bastaarddans noemt.

Het lijdens- en stervensverhaal van Jezus wordt het algemeen menselijke verhaal van de lijdende mens. Met Bach af en toe in een arrangement opklinkend, speelt het zevenkoppig muziekensemble meestal met een jazzy trompet, zingt één van de vier zangers een oosters lied, doet de Malinese muziekcultuur zijn intrede en gaat alt/mezzosopraan Cristina Zavalloni prachtig zingend in spagaat. Cassol maakt er een meesterlijk operaconcert van waarbij je Bachs vervoering soms mist maar je opveert bij alle muzikale inventies. Cassol deelt de muzikale rol van Jezus op in een nieuwe drie-eenheid: een moeder (sopraan Melissa Givens) en haar twee kinderen Serge Kakudji (countertenor) en Cristina Zavalloni. Die moeder, Maria, is in de ogen van Platel zelfzuchtig: ze offert haar zoon en niet – als ouders betaamt – zichzelf.

Platel laat op dit concert zijn dansers schudden, beven en in kakhouding hun blote achterste tonen. Het zijn nauwelijks individuen, ze verkeren ondanks virtuoze sprongen in een meditatieve en bijna statische toestand. Alsof ze in dit atheïstisch ondermaanse niet anders kunnen dan krioelen. Pitié! Erbarme Dich! is geen dynamische dijenkletser, maar wie zich aan Platels intuïtieve universum overgeeft, ziet en hoort een prachtige voorstelling. Zo eentje die lang en langzaam naijlt.