Prooi van twee jagers

De Europese Unie en Oekraïne praten volgende week over hun betrekkingen. Een verscheurd land vecht voor zijn bestaansrecht.

Anti-NAVO-demonstratie in Kiev tijdens het bezoek van De Hoop Scheffer, secretaris-generaal van de NAVO, aan Oekraïne, 17 juni 2008Foto AFP ==== An elderly woman shouts in front of anti-riot police forces during a rally organized by left-wing parties at Ukrinform building in Kiev on June 17, 2008, to prevent a press-conference of NATO General Secretary Jaap de Hoop Scheffer who is visiting Ukraine for the second day. Jaap de Hoop Scheffer and Ukrainian President Viktor Yushchenko on Monday dismissed the idea of Russia vetoing Ukraine's membership bid, saying the decision was a matter for NATO alone. AFP PHOTO/ SERGEI SUPINSKY
Anti-NAVO-demonstratie in Kiev tijdens het bezoek van De Hoop Scheffer, secretaris-generaal van de NAVO, aan Oekraïne, 17 juni 2008Foto AFP ==== An elderly woman shouts in front of anti-riot police forces during a rally organized by left-wing parties at Ukrinform building in Kiev on June 17, 2008, to prevent a press-conference of NATO General Secretary Jaap de Hoop Scheffer who is visiting Ukraine for the second day. Jaap de Hoop Scheffer and Ukrainian President Viktor Yushchenko on Monday dismissed the idea of Russia vetoing Ukraine's membership bid, saying the decision was a matter for NATO alone. AFP PHOTO/ SERGEI SUPINSKY AFP

Het Majdan-plein in Kiëv, vier jaar geleden volgebouwd met het tentenkamp van de aanhangers van de Oranje Revolutie, ligt er stralend bij. Schijn bedriegt. Een maand geleden is een oorlog uitgebroken tussen Georgië en Rusland, die ook het bestaansrecht van Oekraïne raakt. De aanleiding voor het conflict was de aanval van president Saakasjvili op Tschinvali, hoofdstad van de door de Russen gesteunde regio Zuid-Ossetië. Maar de inzet is een andere: mogen ex- Sovjetrepublieken zich aansluiten bij de NAVO, het westers militair verbond dat ooit lijnrecht tegenover het Warschaupact van de Sovjet-Unie stond? Georgië lijkt dankzij Saakasjvili’s onbesuisdheid door de Russen voorlopig afgeremd. Is Oekraïne het volgende land dat zijn westerse aspiraties moet vergeten? De Oekraïense pers speculeert er op los. Maar op het Majdan-plein is alles rustig en lieflijk: geen demonstraties, geen opwinding. Men flaneert, eet een ijsje, zoekt verkoeling bij de fontein.

De Oranje Revolutie van 2004 was een kopie van de Rozenrevolutie die Michail Saakasjvili in 2003 in Georgië aan de macht bracht. Maar met de Oranje Revolutie werd Oekraïne wat in onvervalst Russisch zo fraai platsdarm (place d’armes: exercitieterrein) heet: een strijdveld tussen Oost en West, waarbij eerst het Westen aan de winnende hand leek, maar nu het Oosten weer aan het oprukken is. Oekraïne is, kortom, een tragisch land.

Dat werd deze week pijnlijk duidelijk door de zoveelste politieke crisis in het land. De drie tot elkaar veroordeelde hoofdrolspelers van de Oekraïense politiek gebruikten de internationale spanningen onmiddellijk voor hun eigen doeleinden. President Viktor Joesjtsjenko, de inmiddels flink verbleekte held van de Oranje Revolutie, sprong meteen in het vliegtuig naar Tbilisi om zijn solidariteit met Saakasjvili te tonen en hamerde op een snel lidmaatschap van de NAVO.

Premier Joelia Timosjenko, de Iron Lady met het blonde retrokapsel, hield zich op de vlakte en werd vervolgens door de presidentiële staf van landverraad beschuldigd. Het Kremlin zou hebben toegezegd haar te steunen bij de presidentsverkiezingen van 2010, als zij haar mond zou houden over het conflict op de Kaukasus. En Viktor Janoekovitsj, leider van de grote pro-Russische Partij van de Regio’s, veroordeelde zijn beide tegenstanders, omdat ze de veiligheid van Oekraïne in gevaar brachten. Hij was de enige politicus die pleitte voor erkenning van Abchazië en Zuid-Ossetië.

Afgelopen dinsdag ontplofte de zaak: Joesjtsjenko’s partij ‘Ons Oekraïne – Nationale Zelfverdediging’ (72 zetels in het parlement) stapte uit het kabinet en liet Timosjenko (156 zetels) achter met een minderheidsregering. Opnieuw is een wankele Oranjecoalitie uiteengespat. En Janoekovitsj (175 zetels), die vorige week nog gehakt maakte van het beleid van Timosjenko, lonkt nu alweer naar een plek aan de regeringstafel. De inzet van de crisis is niet het conflict in Georgië, maar de machtsverhouding tussen premier en president. Timosjenko probeerde met steun van de oppositie een wet door het parlement te loodsen die de macht van de president beperkt. En opnieuw dreigt Joesjtsjenko het parlement te ontbinden en nieuwe verkiezingen uit te schrijven.

Het is typisch Oekraïne: een verdeeld land met een ruziënde politieke top. „Het is nog erger”, zegt Oleksandr Soesjko, onderzoeker van het Instituut voor Euro-Atlantische samenwerking. „Ze hebben bewezen zelfs in een internationale crisis niet in staat te zijn het landsbelang boven hun privébelangen te stellen.”

Het is het startschot voor de presidentsverkiezingen van 2010. „Dit verzwakt onze positie tegenover Rusland én het Westen. Rusland gebruikt elke twist om Oekraïne te destabiliseren. En politieke stabiliteit is een voorwaarde voor toetreding tot de EU of de NAVO.” Het wordt tijd, zegt hij, voor een geheel nieuwe politieke leiding.

Vladimir Poetin, premier van Rusland, houdt wel van een dreigement. Zo zou hij in april, vlak na de NAVO-top in Boekarest waar over het lidmaatschap van Georgië en Oekraïne werd gesproken, in Sotsji tegen George Bush gezegd hebben dat Oekraïne „geen echt land” is, dat veel van het grondgebied „door Rusland is weggegeven” en dat Oekraïne „als staat zou ophouden te bestaan” als het lid zou worden van de NAVO. Zulke uitspraken worden in Rusland door tal van politici en spin doctors gedaan.

De Oekraïners zijn, als alle inwoners van ex-lidstaten van de Sovjet-Unie, extreem gevoelig voor dit spierballenvertoon. De oorlog in Georgië is voor Oekraïne het bewijs dat Rusland het niet bij dreigementen laat.

„Poetin heeft bij de NAVO-top in Boekarest gezegd dat Oekraïne een ‘kunstmatige staat’ is en dat hij de 17 miljoen Russen moet verdedigen die er wonen’’, zegt Oleksi Haran, politicoloog aan de Kiev-Mohyla Academie van de Universiteit van Oekraïne. „Maar er wonen helemaal geen 17 miljoen Russen in Oekraïne! Zeventien procent van de bevolking van 45 miljoen is Rus. Dat is heel wat anders, maar dat is heus geen verspreking van Poetin. Gleb Pavlovski, spin doctor van het Kremlin, beschrijft in Roesski Zjoernal openlijk hoe Oekraïne veroverd moet worden. Een ander teamlid van Poetin zegt dat Europa en de VS Rusland omringd hebben met Hitlerstaten! We zitten middenin een informatieoorlog. Ze bereiden een voedingsbodem voor. Ook de propaganda rondom Georgië was enorm. Men spreekt van 2.000 doden en ‘genocide’. Maar de Oekraïense hongersnood van 1933, die miljoenen slachtoffers heeft gekost, mag van de Russen geen genocide worden genoemd.’’

Dat Oekraïne een ‘kunstmatige staat’ is, is een open deur. De grenzen van Oekraïne zijn, net als die van Georgië, Wit-Rusland, Kazachstan, Kirgizië en de andere Sovjetrepublieken, kunstmatig getrokken na de hevige burgeroorlog die volgde op de Oktoberrevolutie van 1917. Die burgeroorlog eindigde in 1922 met de oprichting van de USSR, de unie van socialistische Sovjetrepublieken.

De Georgiër Stalin heeft in de decennia daarna nog wat zitten rommelen aan die grenzen. Zo heeft hij zijn eigen Kaukasus, altijd al een opstandig gebied, opgedeeld tussen Rusland en Georgië, zodat Noord-Ossetië in Rusland terechtkwam en Zuid-Ossetië in Georgië. Deze ‘grenscorrectie’ heeft Rusland inmiddels de facto weer ongedaan gemaakt. Zo wees Stalin ook de christelijke Armeense enclave Nagorny Karabach toe aan het islamitische Azerbajdzjan, wat tijdens Gorbatsjovs perestrojka leidde tot een hevige oorlog tussen die andere twee Kaukasusrepublieken.

Ook de Tweede Wereldoorlog veroorzaakte grenscorrecties: de Sovjettop gaf toen bijvoorbeeld Oost-Polen aan Oekraïne. En partijleider Nikita Chroesjtsjov deed in 1954 de Krim, oorspronkelijk Russisch gebied, aan Oekraïne cadeau. Daar hebben de Russen, met hun Zwarte Zeevloot in Sevastopol, nu enorme spijt van.

Om het verhaal nog ingewikkelder te maken: binnen de vijftien Unierepublieken, die volgens de Stalin-grondwet van 1936 formeel het recht hadden om zich weer van de USSR af te scheiden, bestonden nog tal van zogenaamde ‘autonome republieken’ voor een aantal van de 150 nationaliteiten die de multiculturele Sovjet- Unie telde. Zo had je de Tataarse republiek, de Komi republiek, de Tsjetsjeens-Ingoesjetische republiek, de republiek Abchazië en de Krim. Zij hadden wel een zekere vorm van autonomie, maar mochten zich niet afscheiden. De Sovjet- Unie was een lappendeken van ‘kunstmatige’ staatkundige eenheden, die volgens de doctrine allemaal in vrede en vriendschap bewoond werden door de homo sovieticus.

Elk uiteenvallend imperium leidt onvermijdelijk tot grensconflicten. Toen de Russische president Boris Jeltsin op 8 december 1991, achter de rug van USSR-president Michail Gorbatsjov om, met één pennenstreek de Sovjet- Unie ophief, ontstonden er 15 onafhankelijke staten, die zich vrijwillig aaneensloten in het GOS (het Gemenebest van Onafhankelijke Staten), met uitzondering van de Baltische landen. Het GOS kwam overeen de bestaande grenzen en de territoriale integriteit van de nieuwe staten te respecteren. In Oekraïne beschouwen ze de inval van de Russische troepen in Georgië als het eerste bewijs dat deze garanties niet langer bestaan.

Vladimir Poetin heeft het uiteenvallen van de Sovjet-Unie „de grootste geopolitieke catastrofe van de twintigste eeuw” genoemd. Mensen als Gorbatsjov en Solzjenitsyn zijn dat hartgrondig met hem eens. Vijfentwintig miljoen Russen woonden van de ene dag op de andere in het buitenland. Eén ding had Poetin zich bij zijn aantreden dan ook heilig voorgenomen: Rusland mocht niet verder desintegreren. Het separatisme van Tsjetsjenië is daarom met harde hand de kop ingedrukt (100.000 doden). Maar de Russische erkenning van Zuid-Ossetië en Abchazië zal de onrust in het noorden van de Kaukasus doen toenemen. Hiermee wordt separatisme immers aangemoedigd. In Ingoesjetië is het bijvoorbeeld al lange tijd onrustig. Deze week nog joeg de politie er een demonstratie uiteen nadat een agent een kritische journalist had doodgeschoten.

Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zijn de veertien voormalige vazallen van Rusland ieder hun eigen weg gegaan. De Balten vonden onderdak bij de Europese Unie en de NAVO. Wit-Rusland werd, onder leiding van dictator Loekasjenko, een soort zwart gat in het hart van Europa. De Centraal-Aziatische republieken ontwikkelden zich van verlichte despotie (Kazachstan) tot dictatuur (Turkmenistan). Op de Kaukasus probeerde Georgië zich met Amerikaanse steun aan de Russische invloedssfeer te onttrekken, terwijl Armenië sterk aan Rusland bleef verbonden.

Maar Oekraïne is een verhaal apart. Het is niet zo moeilijk uit te leggen waarom de Baltische staten of de Kaukasus, met hun totaal andere cultuur, taal en achtergrond, uitstekend zonder Rusland door het leven kunnen. Voor Oekraïne ligt dat veel lastiger. Niet alleen omdat Kiëv ooit de eerste hoofdstad was van de ontkiemende Russische staat, maar ook omdat Oekraïne (letterlijk vertaald ‘grensgebied’) taalkundig en cultureel heel dicht tegen Rusland aanligt. Als je in Kiëv even de Kresjtsjatyk-boulevard en het Majdan-plein verlaat, waan je je in Rusland. De metro oogt Russisch, de mensen hebben Slavische koppen, de taal klinkt Russisch (elke Oekraïner is tweetalig), de krantenkiosken, de marktkraampjes, het vliegveld, de taxichauffeur, ja zelfs de geur is Russisch.

Oekraïne is, op het westerse (Poolse) deel na, nooit onafhankelijk geweest van Rusland. De economische banden zijn zeer sterk. Het westen van Oekraïne was de graanschuur van de Sovjet- Unie. In het oosten zaten de zware industrie en de steenkolenmijnen, waar de Sovjeteconomie op draaide. Het Russische gas en de olie stromen door Oekraïne naar Europa toe. Ook de Russische en Oekraïense georganiseerde misdaad hebben nauwe banden.

Juist dit zwaar met Rusland verknoopte land is onder leiding van ex-bankdirecteur Viktor Joesjtsjenko begonnen aan een mars naar het Westen. Nadat Viktor Janoekovitsj in 2004 met openlijke steun van het Kremlin tot president was gekozen, ging de bevolking in Kiëv onder leiding van Joesjtsjenko de straat op uit protest tegen de frauduleuze verkiezingen. Wekenlang bivakkeerde de jeugd op Majdan, het Plein van de Onafhankelijkheid, totdat het Constitutioneel Hof aarzelend de kant koos van de demonstranten en nieuwe verkiezingen gebood.

Zo werd Joesjtsjenko gekozen. En Rusland beschouwde de Oranje Revolutie als de zoveelste vernedering door het Westen, dat openlijk steun betuigde aan de jonge democratische beweging. Het was een persoonlijke nederlaag voor Poetin, die Janoekovitsj al uitvoerig met zijn overwinning had gefeliciteerd. „Zolang de Russen niet accepteren dat Joesjtsjenko niet gekocht is door de Amerikanen, maar gekozen is door de bevolking, kunnen we geen normale verhoudingen met hen hebben’’, zegt Aljona Getmantsjoek, hoofdredacteur van het weekblad Glavred. Zij betreurt de opstelling van het Westen dat de toetreding tot de NAVO op de lange baan schoof en daar nu de wrange vruchten van plukt. „De NAVO is voor Rusland de grootste irritatiefactor. Hoe langer Europa met de toetreding wacht, hoe meer mogelijkheden Rusland heeft ons te dwarsbomen. De Duitse Bondskanselier Merkel zei tijdens de NAVO-top in Boekarest tegen Saakasjvili: zolang je niet de baas bent in je eigen land, kun je niet toetreden tot het Membership Action Plan (het voorstadium van volledig lidmaatschap, LS). We hebben gezien wat dat voor gevolgen heeft gehad. Ook tijdens de Oranje Revolutie waren er mooie steunverklaringen van het Westen, maar geen duidelijke toezeggingen. Dit kan slecht voor ons aflopen. De Russische diplomatie is aan de winnende hand.’’

Getmantsjoek was actief deelnemer aan de Oranje Revolutie. Als journalist nam zij onder het vorige bewind ontslag omdat haar hoofdredacteur driekwart van haar teksten schrapte. Onder Joesjtsjenko is de persvrijheid in ere hersteld. Hoewel ook Getmantsjoek zich schaamt voor de politieke twisten, steunt ze zijn buitenlandse politiek hartgrondig.

Maar Joesjtsjenko heeft in de ogen van de bevolking allang zijn glans verloren. De Russische filosoof en consultant Andrej Jermolajev neemt het zijn president zeer kwalijk dat hij met zijn spontane solidariteitsactie voor Saakasjvili de betrekkingen tussen Rusland en Oekraïne voor jaren heeft bedorven. „Wij zijn afhankelijk van gas en olie uit Rusland. Het budget van Oekraïne wordt verdiend in het zuiden en oosten van ons land. Daar zit de productie, daar zitten onze oligarchen en die hebben nauwe banden met Rusland. Volgens Joesjtsjenko betekende afhankelijkheid van grondstoffen afhankelijkheid van Rusland. Dus heeft hij geprobeerd die banden te verbreken. Maar daardoor hebben we veel voordelige contracten verloren. Dat was een blunder. Nu is hij overgeleverd aan de westerse politieke conjunctuur en staat hij onder invloed van de nieuwe lidstaten van Europa.’’

De op het oog ordinaire machtsstrijd in Kiev heeft wel degelijk ook inhoudelijke componenten. De inzet is het bestaansrecht van het onafhankelijke Oekraïne.

Voor Joesjtsjenko is dat alleen gegarandeerd als Oekraïne stevig ingebed zit in de westerse veiligheidsstructuren van NAVO en Europese Unie. Rusland heeft dat volgens hem in Georgië nu met geweld bewezen. Janoekovitsj, met zijn achterban in de zware industrie en zijn nauwe banden met Oekraïense oligarchen als Rinat Achmetov, beschouwt juist Rusland als de natuurlijke bondgenoot van Oekraïne.

En Timosjenko, ooit de felste tegenstander van de Russen, is pragmatischer geworden. Zij moet immers binnenkort weer met de Russen onderhandelen over nieuwe prijzen voor olie en gas. Ze is voorstander van lidmaatschap van de EU, maar over de NAVO laat ze zich diplomatiek even niet uit. Voor alle drie geldt dat ze elkaar te vuur en te zwaard bestrijden, om de volgende dag weer doodleuk een nieuwe deal te sluiten. De bevolking heeft intussen haar belangstelling voor politiek allang verloren, maar maakt zich wel grote zorgen over de verslechterende verhouding met Rusland.

De politieke ruzies, waar de Oekraïners zelf schande van spreken, laten zien hoe diep argwaan en achterdocht in de voormalige Sovjet- staten nog geworteld zijn. Zo wordt nog steeds gedebatteerd over de onopgehelderde aanslag op Viktor Joesjtsjenko, die in 2004 meer dood dan levend aan zijn verkiezingsstrijd begon. Hoewel een Zwitsers artsenteam direct onomwonden tot de conclusie kwam dat Joesjtsjenko vergiftigd was met dioxine, is de discussie daarover in Oekraïne nog volop gaande. Nog steeds wordt in sommige kranten de indruk gewekt dat Joesjtsjenko zich die gruwelijke misvorming zelf heeft aangedaan om de verkiezingen te winnen. In de Oekrainskaja Pravda stond nog maar drie weken geleden een interview met Olga Bogomolets, de lijfarts van de president. Zij was alle roddelpraat zo beu dat ze de president toestemming had gevraagd haar beroepsgeheim te schenden. Ze gaf een uitgebreide beschrijving van de helse pijnen, operaties en dagelijkse drainages waaraan de president maandenlang was blootgesteld. Met alle zweren en andere smerige bijzonderheden. De politieke strijdmethoden in wat men hier de ‘post-Sovjetruimte’ noemt, tonen nog steeds alle sporen van het paranoïde KGB-verleden.

Over één ding zijn de meeste analisten het in Georgië wel eens: Saakasjvili had zich nooit moeten laten provoceren, want nu zit Oekraïne met de gebakken peren. Valeri Tsjaly, onderdirecteur van het Razoemkov Centrum voor Economische en Politieke Studies, was vooral verrast door het gedrag van de Russische president Medvedev die in het Westen aanvankelijk als liberaal werd beschouwd. „Hij heeft met welbehagen een militaire jas aangetrokken. Als de Russen alleen Ossetië hadden bezet, was er nog een uitweg geweest. Maar nu ze weigeren hun troepen terug te trekken, plaatsen ze zich in een internationaal isolement. Let wel, in een normaal land worden dit soort belangrijke besluiten genomen door het parlement, maar in Rusland door een man of zes, zeven. De maatschappij heeft er part noch deel aan. Ons antwoord moet

soft power zijn. Zo dient het Westen zijn energiestrategie te herzien. Of de financiën van de Russische politieke top door te lichten. De internationale gemeenschap moet nu deëscaleren. Anders dreigt Oekraïne uiteen te vallen.’’

Die opdeling zou geprovoceerd kunnen worden via de Krim, waar zeventig procent van de bevolking Russisch is. In Sevastopol is de Russische Zwarte Zeevloot gelegerd, die tot woede van Joesjtsjenko vanuit Oekraïens grondgebied uitvoer om deel te nemen aan de oorlog tegen Georgië. De Russen maken openlijk aanspraak op dit voormalig Russisch grondgebied. Maar al zijn er 12.000 Russische matrozen en officieren in Sevastopol, al investeren de Russen uitgebreid in de stad, al zijn er wrijvingen over de bevoegdheden en de pachtsom voor de Zwarte Zeevloot, al delen de Russen ook op de Krim paspoorten uit, er zijn geen etnische spanningen tussen Russen en Oekraïners, zegt Boris Tarasjoek, voormalig minister van Buitenlandse Zaken en nu parlementslid voor Joesjtsjenko’s partij ‘Ons Oekraïne’.

Hij vindt speculeren over een mogelijk territoriaal conflict dan ook onverantwoord. Toch herinnert hij eraan dat het in 2003 al eens bijna op een militaire confrontatie met Rusland is uitgelopen. „De Russen begonnen vanuit de provincie Krasnodar een dam aan te leggen naar het Oekraïense eiland Toezla. Dat was een schending van onze territoriale integriteit. We hebben er schepen heen gestuurd. De Russen dreigden met een bomaanval. Dat leidde tot grote verontwaardiging in ons land. Het liep toen met een sisser af. Nu is op dat eiland een permanent bemande Oekraïense militaire post.’’ Maar de Zwarte Zeevloot hadden de Oekraïners nooit op hun grondgebied moeten toelaten, zegt de ex-minister. Daar komt alleen maar gedonder van.

Hoewel volgens een opiniepeiling in het weekblad Zerkalo nedeli (De spiegel van de week) maar liefst zestig procent van de bevolking tegen toetreding tot de NAVO is, wijzen veel analisten op het gevaar van neutraliteit voor Oekraïne. Wij zijn een grijze zone, zeggen ze, een prooi van Rusland. Ons leger is zwak en wij kunnen ons land niet verdedigen. Wij hebben onze kernwapens in 1994 weggedaan in ruil voor veiligheidsgaranties van het Westen, maar waar blijft Europa nou? Zelfs de oorlogszuchtige Balkan mag meedoen aan de EU, maar wij blijven in de kou staan omdat jullie bang zijn voor de Russen.

„Wat de Russen nodig hebben, is een buitenlandse vijand. Dat is hun mentaliteit’’, zegt Oleksandr Soesjko van het Instituut voor Euro-Atlantische samenwerking. „Amerika is weer de grote vijand en wij zijn marionetten. Maar dat zal als altijd verkeerd voor ze aflopen. Russen trekken geen lessen uit de geschiedenis. Hun middelen zijn beperkt, maar ze denken dat ze onuitputtelijk zijn. Dat is gevaarlijk. Anders dan China begrijpt Rusland zijn plaats in de wereld niet. Tot 2004 waren wij net zo. Maar de geleide democratie à la Russe hebben wij in 2004 achter ons gelaten.’’

En de binnenlandse politieke ruzies? Ook die kunnen alleen maar opgelost worden met behulp van de harde hand van de EU en de NAVO, denken de analisten. Oekraïne heeft al grote vorderingen gemaakt: er is politieke concurrentie, de pers is vrij, er is een maatschappelijk middenveld aan het ontstaan. Er is geen vervolging van andersdenkenden. Maar het rechtssysteem, de bureaucratie, de corruptie en de economie moeten nog allemaal grondig worden aangepakt. En daarvoor, zeggen ze in koor, hebben wij het Westen nodig. Zo snel mogelijk.