Polarisatie blijft discussie kerncentrales bepalen

De Kamerfractie van het CDA riep deze week weer op serieus de bouw van nieuwe kerncentrales te overwegen. Maar wat zijn nu eigenlijk de voor- en nadelen van kernenergie?

Mocht Nederland een nieuwe kerncentrale gaan bouwen, dan komt die waarschijnlijk in Borssele of de Eemshaven te staan. Maar voordat het zover is, moet er een serie vragen worden beantwoord. Heeft Nederland wel een kerncentrale nodig? Hoe zit het met de veiligheid, met het afval, en met de kans dat nucleair materiaal in verkeerde handen terechtkomt? Wie wil er investeren in een kerncentrale, die naar schatting 3 tot 4 miljard euro kost?

Een tekort aan elektriciteit heeft Nederland voorlopig niet, zo blijkt uit een recent rapport van netbeheerder Tennet. Er zijn talloze nieuwe gas- en kolencentrales gepland. Verder heeft het kabinet grootse plannen voor windenergie op zee. Tuinders bouwen in een hoog tempo warmtekrachtinstallaties. En er komen stroomverbindingen bij met Groot-Brittannië en Duitsland. „Met de leveringszekerheid zit het wel snor, ook zonder kerncentrale”, zegt een woordvoerder van Tennet.

Werkgeversorganisatie VNO-NCW, groot voorstander van een nieuwe kerncentrale, betwijfelt of alle plannen doorgaan. Als er nu een kerncentrale wordt besteld, is die niet eerder klaar dan in 2020. „Hoe weten we wat er dan aan capaciteit staat?”, vraagt energiedeskundige Frits de Groot van VNO-NCW zich af.

De industrie ziet een kerncentrale wel zitten, zegt De Groot. Zeker grootverbruikers van gas en stroom, zoals staalbedrijf Corus en chemieconcern Akzo, zijn enthousiast. Hun brandstofkosten rijzen nu de pan uit, doordat gas en kolen sinds vorig jaar erg duur zijn geworden. Bij kerncentrales maken de brandstofkosten slechts een klein deel uit van de uiteindelijke stroomprijs.

Ook al stijgt de prijs van uranium fors, zoals onlangs is gebeurd, dan heeft dat weinig invloed op de eindprijs. En uranium is er voorlopig genoeg, vooral in Australië, Canada en Kazachstan. De voorraden zijn toereikend voor ten minste 70 jaar. En de hoge uraniumprijs van nu stimuleert mijnbouwers om nieuwe voorraden aan te boren.

De discussie rondom kernenergie spitst zich meestal toe op drie thema’s: de veiligheid van de centrale, het risico op proliferatie en het afvalprobleem. Of de generatie kerncentrales die nu op de markt komt – generatie III – deze problemen voldoende ondervangt, is een kwestie van perceptie. Tegenstanders zeggen van niet. Voorstanders beweren het tegendeel. De discussie is sterk gepolariseerd.

Volgens Martin Scheepers van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) zijn de veiligheidseisen van kerncentrales in de jaren negentig flink aangescherpt, als gevolg van de ramp in Tsjernobyl. De kans op een ongeluk met de kernreactor is sindsdien verkleind, naar eens in de miljoen jaar.

Dat gaat bijvoorbeeld op voor de kerncentrale in Borssele. De betonnen koepel is nu bestand tegen de inslag van een vliegtuig, zegt Scheepers, die heeft meegewerkt aan het vorig jaar gepubliceerde rapport Fact Finding Kernenergie, dat werd geschreven in opdracht van de Sociaal-Economische Raad.

Kerncentrales van generatie III hebben extra verbeteringen. Die zijn er vooral op gericht om de omgeving van de centrale beter te beschermen, mocht zich toch een ongeluk voordoen. Een centrale die wordt gebouwd in Finland, en naar verwachting in 2011 gereed is, heeft een core catcher: als er iets misgaat met de reactor, kan de gloeiende massa niet langer de wijde omgeving in lekken via de gesmolten vloer. De massa landt in een betonnen bak met water.

Een fundamenteler probleem is het afval, dat 100.000 jaar radioactief blijft. Willen we de komende generaties daarmee opzadelen?

Met het kernafval kunnen twee dingen gebeuren: het wordt opgewerkt, waarna sommige onderdelen – plutonium en uranium – worden hergebruikt. Of het wordt meteen geborgen. De Finnen hebben er bij hun nieuwe kerncentrale, die vaak als voorbeeld voor de rest van Europa wordt gezien, voor gekozen om het afval meteen op te bergen. Ze leggen daarvoor nu een opslagplaats aan, diep onder de grond. Net als de Zweden. Als eersten ter wereld.

Met directe berging wordt het risico dat terroristen aan de haal gaan met opgewerkt plutonium om er een kernwapen van te maken, hoe klein die kans ook is, zo goed als uitgesloten. Ondergrondse opslag wordt op de lange termijn als veiliger gezien dan de bovengrondse van nu. Het maakt het hele proces wel duurder.

Dan proliferatie. Om de kans daarop te beperken, scherpt het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) de internationale verdragen voortdurend aan. Het IAEA wil alle verrijkings- en opwerkingsinstallaties onder toezicht stellen van een supranationaal orgaan. Dat moet de controle sterk verbeteren, want te allen tijde zou dan bekend zijn wat er aan nucleair materiaal is op de wereld, en waar het zich bevindt.

Bij de keuze voor een kerncentrale wegen allerlei factoren mee. Wat zijn de alternatieven? Kerncentrales concurreren vooral met kolencentrales. Kolen zijn er nog voldoende voor honderden jaren. Maar kernenergie is schoner. De hele keten (winning van uranium, verrijking, etc.) stoot slechts een fractie van de CO2 en roetdeeltjes uit van de kolenketen. Een argument dat belangrijker wordt, gezien de klimaatproblematiek. Kolencentrales worden wel schoner, met name door ondergrondse opslag van CO2. Maar dat maakt het proces ook duurder. Wat is trouwens veiliger: de ondergrondse opslag van CO2 of van kernafval?

Het kabinet heeft vooralsnog een voorkeur voor kolencentrales. Minister Cramer (Milieu, PvdA) verwacht veel van CO2-opslag en heeft ‘schone kolen’ tot prioriteit in het klimaatbeleid gemaakt, naast energiebesparing en stimulering van duurzame energie.

Blijft de vraag wie er in een kerncentrale wil investeren. In Amerika, waar talloze plannen voor nieuwbouw liggen, blijken financiers moeilijk te vinden. Wie wil zich nog associëren met kernenergie? Bovendien zijn leningen duur geworden, als gevolg van de kredietcrisis. Een nadeel, zeker als het om miljarden euro’s gaat.