Pisbakken

Bert is los. Tijdens de trainingen van het Nederlands elftal leek het soms op carnaval. Er werd gelachen en gedanst, onder aanvoering van de bondscoach. Het ging heel ver: midden op het veld dolde hij Robin van Persie met een pirouette van de wijsvinger achter het hoofd van de speler. Nou ja, de ambiance van een uitgelaten kostschool. Meisjes in het eerste rokje.

Zo kende ik hem niet, toch niet als coach.

Bert van Marwijk heeft, bij mijn weten, nooit op het veld gestaan om indruk te maken. Hij was letterlijk een man van de zijlijn. Altijd in normale doen. Ooit zei hij: „Als je in het voetbal heel normaal reageert op dingen die zich aandienen, ben je in deze tijd al speciaal. Dat heeft mij altijd verbaasd.” Bij het Nederlands elftal is hij ineens uitvouwbaar geworden. In Katwijk leek het zelfs dat hij zich, bij vlagen, wilde lenen voor een feminiene heupswing.

Uitgerekend hij, Bert van Marwijk, sinds jaar en dag man van de kleine ruimte. Miniatuur in woord en gebaar. De schoonheid van het onzichtbare,

Hij zei ook met zoveel woorden dat hij gelukkig was. Dat het fantastisch is om met spelers „van dit niveau” te mogen werken. Een lyrische bondscoach: je kijkt er toch van op, na het regnum van zure regen onder Van Basten en Van ’t Schip.

In zijn tv-praatjes hield Bert zich gelukkig nog wél gedeisd, kortaf bijna. Maar eens komt de dag dat Van Marwijk de vragen van Bert Maalderink met schater zal beantwoorden. Wie weet volgende week woensdag al, na een uitzege in Skopje. Stromend als de IJssel zal hij de nurkse vragensteller van de NOS wegblazen.

Nu ik hem zo bezig zie, moet ik terugdenken aan zijn tijd bij Go Ahead. Ze hadden daar nog pisbakken, met een muur ervoor, achter de tribune staan. De spelers kregen van Barry Hughes de opdracht de bal via de tribune in de pisbakken te schieten. Er werd geld op ingezet. Bert van Marwijk won altijd. Er zat zoveel raffinement in zijn traptechniek dat hij niet alleen een streling voor het oog was, maar ook voor pisbakken.

De kunst van Van Marwijk is zijn aangename onthechting. Zeker, hij is gedreven en gepassioneerd, maar niet echt carrièrebelust. Niet een geoefende lobbyist voor zichzelf. De avond dat hij zijn contract bij Feyenoord had getekend zat hij met Jorien van de Herik in een restaurant in Antwerpen. Hij zei tegen Jorien: „Mocht je nog iets van twijfel voelen, dan verscheuren we nu het contract. Alsnog.”

Ik hoor het Ronald Koeman en Aad de Mos niet zo gauw zeggen.

In de politiek heet het altijd: het ambt creëert de mens. Een waanzinnige theorie van zelfbedachte aristocratie. Ik vrees dat ook het Nederlandse voetbal steeds meer in die illusie gaat leven. Vandaar de venijnige praatjes van KNVB-directeur Henk Kesler over televisieprogramma’s. Vandaar misschien het revolutionaire ballet in de enkels van Bert van Marwijk.

Het ambt zingt alles los.

Hoopgevend is dan weer dat ik nu al weet dat de bondscoach die onzin niet volhoudt. Lang voor het WK 2010 zal hij teruggekeerd zijn naar Meerssen. Naar het verdriet van een gemeente die dacht, ongestraft, een nieuwe riool te kunnen trekken door de bloeiende sportzaak van Van Marwijk. Op slag was Bert weer de oude, grijze krijger.

Dat is hij nog steeds, anders dan Foppe de Haan. Ik heb te doen met Foppe. Jarenlang mythe, nu straatvechter. De bondscoach van Jong Oranje heeft zijn hand overspeeld. Hij zou in het grote China weleens een paar vedetten de les spellen. Hij dacht dat hij spelers als Sno en Drenthe geruisloos kon afvoeren. Fout van Foppe.

De tragiek van De Haan is dat hij academicus is geworden. Vervallen in theologie van voetbal. Ook nog met oneliners. Foppe heeft geen weerstand kunnen bieden aan de weelde om, vanuit het lege Friesland, ineens publiek bezit te zijn. Hij werd van langsom meer blinde darm van RTL en SBS. Rafelrand van sensatie en verbeelding. Dat krijgt hij in zijn vruchtbare leven niet meer gecorrigeerd. Foppe is ten onder gegaan aan zijn eigen academische sensatie lust.

Het is mooi van Bert van Marwijk dat hij alsnog in de donkere kelder van Foppe de Haan wil afdalen. Voor een gesprek. Niet dat het iets zal veranderen aan de aard van het beestje, maar gebaren hebben nu eenmaal een zalvende werking. Foppe zal zich uiteindelijk weer vereerd voelen door de Randstad.

Waar zou de bondscoach zelf troost zoeken, bij een miskleun? Zijn vrienden, zijn kaartvrienden die niets van 4-2-3-1 weten?

Steller dezes bidt voor Bert. Voor vrouw en dochters.