Paprikasaus

Voor circa 500 gram:500 gram rode en gele paprika’s 2 tenen knoflook1 grote ui4 eetl. fijngehakte peterseliecirca 5 deciliter water1 eetl. suiker1 eetl. witte-wijnazijn5 eetl. extra vergine olijfoliezeezout en versgemalen peper

Buurjongen Teun was iets meer dan een jaar oud toen hij bij ons zijn eerste grotemensenfeest meemaakte. Tussen de hapjes die klaarstonden viel zijn oog op het enige dat niet geschikt was voor hem. Althans, zo leek het. Het hapje in kwestie was verse ananas gekruid met limoensap, zeezout en flink veel vlokjes verse chilipeper. Ananas is al vaak te scherp voor kleine kinderen, maar met verse chilipeper is hij echt pittig. Teun pakte een cocktailprikker met ananas en begon te sabbelen. Eerst keek hij verbaasd en dacht iedereen dat hij zou beginnen te huilen. Niets daarvan. Hij zei „ummm” en begon enthousiast te eten. Een paar weken later ging hij met zijn ouders op vakantie naar Thailand. Helemaal voorbereid.

De capsicum in dit recept is milder dan zijn familielid de chilipeper. Serveer deze saus met kalfstong, gegrilde vis of gevogelte. Snijd de paprika’s open en verwijder zaad en zaadlijsten. Snijd ze in blokjes. Pel de knoflook en hak hem fijn. Pel en snipper de ui. Doe paprika, knoflook en ui in een grote koekenpan. Giet er 5 deciliter water over. De groenten moeten er net onder liggen. Breng aan de kook op hoog vuur. Draai het vuur matig, zodat het water zachtjes kookt en laat onder af en toe roeren 25 tot 30 minuten sudderen. Tegen die tijd moet het water vrijwel verdampt zijn en zijn de groenten gaar. Voeg suiker, wijnazijn en olijfolie toe en breng op smaak met zout en peper. Schep om en laat het mengsel nog 5 tot 10 minuten sudderen tot de saus dikker is. Laat afkoelen en doe, als er tijd voor is, in een plastic bak. Laat een dag in de koelkast staan zodat de smaken intrekken. Neem de saus uit de koelkast en laat op kamertemperatuur komen voor u hem serveert.

Kim Maclean