Opkoopfondsen zijn dol op stabiele nutsbedrijven

Overheden zijn blij met de grote sommen geld die ze van opkoopfondsen krijgen voor hun energie-, afval- of kabelbedrijven. Maar waarborgen ze ook de continuïteit?

Grijper van de afvalverbrandingsinstallatie van Essent Milieu in het Drentse Wijster. Energieconcern heeft Essent Milieu in de etalage gezet. Foto Sake Elzinga ==== Nederland - Wijster - Drenthe - 24-06-2005 Essent Milieu , ruwafval bunker . Reserve grijper bij de bunker. Foto: Sake Elzinga
Grijper van de afvalverbrandingsinstallatie van Essent Milieu in het Drentse Wijster. Energieconcern heeft Essent Milieu in de etalage gezet. Foto Sake Elzinga ==== Nederland - Wijster - Drenthe - 24-06-2005 Essent Milieu , ruwafval bunker . Reserve grijper bij de bunker. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

Zouden de wethouders van de 130 gemeenten en zes provincies die aandeelhouder zijn van energie- en afvalconcern Essent al last hebben van het Eindhovensyndroom?

Essent verkocht twee jaar geleden zijn kabeldivisie aan private-equityfirma’s Warburg en Cinven, die het bedrijf samenvoegden met Casema en Multikabel tot Ziggo. Dat kwam vorig jaar in de rode cijfers. Oorzaak: de hoge rente op de schulden waarmee de overnames waren gefinancierd. In 2007 ontvingen de aandeelhouders van Essent door de boekwinst op deze verkoop 1,2 miljard euro aan superdividend.

Essent gaat ook afvaldochter Essent Milieu verkopen, meldde Het Financieele Dagblad deze week. Een veiling van de stortplaatsen en afvalverbrandingsovens zou 1,3 tot 1,5 miljard euro kunnen opleveren. Als mogelijke kopers circuleren alweer namen van private-equityfirma’s.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) waarschuwde deze zomer voor ondoordachte verkopen aan private equity-firma’s van bedrijven in de infrastructuur. Streven naar korte termijngewin zou lange termijninvesteringen in gevaar kunnen brengen. Naast beter toezicht op deze verkopen zouden er ook eisen gesteld moeten worden aan verhoudingen tussen eigen en vreemd vermogen bij deze bedrijven, vindt de WRR.

Voor overheden is de belangstelling van investeerders juist plezierig, omdat private equity met hun scherpe financiering de prijzen opdrijft. De opbrengst is leuk voor het aanleggen van wegen, fietspaden of zwembaden.

Zoals Eindhoven en enkele omliggende gemeenten in 2005 deden met een superdividend van 274 miljoen euro. Dat kregen ze door verkoop van de regionale energiemaatschappij NRE, vooral uit leningen die de Australische investeerder Macquarie daarbij verstrekte. Na een wetswijziging waardoor private investeerders geen eigenaar mogen zijn van een elektriciteitsnetwerk, trok Macquarie zich terug. Eindhoven zit nu op de blaren. De stad erfde een lening van 60 miljoen euro en moet 70 tot 100 miljoen euro noodhulp verlenen.

Rotterdam hoeft zich daarvoor geen zorgen te maken. De stad verkocht in 2005 afvalverwerker AVR voor 1,3 miljard euro en hield daar na aftrek van schulden 1 miljard van over voor een investeringspot waaruit onder meer wegen, bruggen en het nieuwe centraal station kunnen worden betaald.

Opkopers KKR en CVC financierden de overname vooral met leningen. Maar de gemeente stelde bij de verkoop ook randvoorwaarden. Over behoud van werkgelegenheid en van het hoofdkantoor voor Rotterdam bijvoorbeeld. En ook over de hoeveelheid vreemd vermogen waarmee de onderneming gefinancierd zou mogen zijn. Die limiet was 825 miljoen euro „om te voorkomen dat de onderneming financieel te zwaar belast zou worden”, schreef het college van B&W in januari 2006 aan de gemeenteraad. Alleen met instemming van de gemeente mocht daarvan afgeweken worden.

Een jaar later nam AVR afvalinzamelaar Van Gansewinkel over met alleen maar geleend geld. Ze kreeg daarvoor toestemming van de gemeente. De hoeveelheid schulden liep wel op tot ruim 1,5 miljard euro, met als gevolg een negatief eigen vermogen. Het bedrijf is dus technisch failliet. Dat ziet het afvalconcern niet als een bezwaar. De leningen zijn deels aandeelhoudersleningen waarvan de rente pas bij aflossing wordt betaald. De inkomsten zijn hoog genoeg om de overige rente te kunnen betalen. Volgens het bedrijf waren de investeringen in 2007 zelfs hoger dan in 2006 en zullen ze ook in 2008 toenemen.

De gemeente ziet ook geen probleem. „Wij hebben geen financiële banden meer met AVR, dus we maken ons geen zorgen”, zegt een woordvoerder van de wethouder Financiën. Vrees voor hogere afvaltarieven is er ook niet. Vlak voor de verkoop werd een contract voor 25 jaar afgesloten over de afvalverwerking.

Over het investeringsniveau maken de verkopende overheden zich ogenschijnlijk niet druk. Bij Ziggo daalden de kapitaalsinvesteringen in 2007, blijkt uit het jaarverslag van de kabelmaatschappij. Al bleef het boven een minimumniveau dat lenende banken wél hadden gesteld.

Dat past in het beeld dat William Melody, emiritus hoogleraar Economie en Infrastructuren aan de TU Delft, schetst in een studie van de WRR. Bij het Ierse Eircom en het Deense TDC – telecombedrijven die al eerder geprivatiseerd waren – liepen investeringen fors terug nadat ze in handen kwamen van opkoopfirma’s. Melody benadrukt dat overnames van bedrijven in de VS met een publieke functie verboden zijn zonder toestemming van een toezichthouder en dat deze de financiële gang van zaken ook daarna in de gaten blijft houden.

Bij de private-equityfirma’s zijn de nutsbedrijven en infrastructurele ondernemingen erg in trek geraakt. Energiecentrales, afvalverbrandingsinstallaties of havens worden door banken als stabiel onderpand beschouwd. Daardoor krijgen ze voor zulke overnames wel de leningen die ze sinds de kredietcrisis niet meer krijgen om andere bedrijven op te kopen. Bovendien zorgen ze voor een stabiele bron van inkomsten. Klanten kunnen niet zonder deze diensten, concurrentie is er niet of weinig, prijzen zijn stabiel. Een investeerder weet zo goed welke rentelasten een bedrijf nog dragen kan. Agressieve investeerders zijn in andere landen veel meer op infrastructuur gesprongen dan in Nederland. Tolwegen, luchthavens of waterbedrijven zijn overladen met schulden door hun eigenaren in landen als Engeland en Australië.

Naast de private-equityfirma’s zijn er ook investeerders in opkomst die zich specifiek op infrastructuur richten. Zij hebben lagere rendementseisen en steken meer eigen geld in bedrijven, zodat die minder gebukt gaan onder een schuldenlast. Omdat ze langer in een bedrijf blijven zitten, hebben ze meer baat bij investeringen voor de lange termijn. „Zij hebben een heel ander risicoprofiel”, zegt Max Groeneveld van adviesbureau OC&C, dat investeringsfirma’s bijstaat. Nu private-equity niet meer makkelijk aan goedkoop geld kan komen, hebben deze hier nog onbekende investeerders een voordeel bij veilingen, denkt hij. „Als er een afvalbedrijf op de markt komt, kunnen ze onder de huidige marktomstandigheden vermoedelijk het hoogste bod uitbrengen.”

Zij kunnen een alternatief bieden voor overheden die aarzelingen hebben bij agressieve opkoopfondsen. Die worden ook in de VS – vaak hun bakermat – sceptisch bekeken door overheden. Schoorvoetend wordt daar nu pas bij zes vliegvelden een poging gewaagd, terwijl er in Europa al vele in handen van een investeringsfonds zijn. Van private tolwegen moeten Amerikanen ook niets hebben. Ze vertrouwen de wegen nog liever toe aan de overheid dan aan rendementsbeluste investeerders. Pas uit geldnood door de kredietcrisis worden nu wegen verkocht.

Die noodruft hebben overheden in Nederland niet. En als een Amerikaanse burgemeester al terugschrikt voor een opkoopfonds, hoeft een Nederlandse wethouder zich daar niet voor te schamen.