Na de ‘Balkenende-norm’ komt nu de ‘Guusje-norm’

Het kabinet wil nu ook de topbeloningen in de semi-overheidssector aan banden leggen. Louter symbolische maatregelen? Of zou dit een „trendbreuk” zijn?

Het kapitalisme verkeert in een crisis. Het sociale ongenoegen over de ontwikkeling van het kapitalisme is de afgelopen jaren snel gegroeid. Tegelijkertijd bewijzen de hevige discussies over salarissen van topmanagers dat ongelijke inkomensverdeling nog steeds zeer destabiliserend werkt. Vooral als deze ongelijkheid door een groot deel van de bevolking als onrechtvaardig wordt gezien.

Deze woorden waren deze week afkomstig van niemand minder dan Morris Tabaksblat, voormalig Unilever-topman, bij de aanvaarding van een eredoctoraat van Nyenrode Universiteit. Tabaksblat deed een dringend beroep op commissarissen en aandeelhouders om „moed te tonen”, de afgunst in de salarisrace achter zich te laten en te pogen tot een rationele beloningsstructuur te komen. Anders erodeert het sociale draagvlak van het bedrijfsleven verder, stelde Tabaksblat zorgelijk vast. Een proces dat zich ook in Frankrijk en Duitsland voordoet waar deze „anti-kapitalistische filosofie” zich in schoolboeken weerspiegelt.

Precies om die reden heeft het kabinet besloten een aantal opmerkelijke maatregelen te nemen om topbeloningen aan banden te leggen. „Veel liever hadden we zelfregulering gezien, maar omdat dit niet werkt moeten we ingrijpen”, zei minister Wouter Bos (Financiën, PvdA) deze week in de Tweede Kamer. Die laatste stemde in met het voorstel van de regering om topbeloningen in de vrije markt zwaarder te belasten. Een dag later maakt minister Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) bekend hoe het kabinet de salarissen in de semi-publieke sector (woningbouw, zorg, energie) aan banden wil leggen.

Met de beloning in de vrije markt kan de politiek zich echter nauwelijks bemoeien. Dat is een zaak van aandeelhouders en commissarissen. Daarom koos het kabinet voor drie fiscale maatregelen gericht op ‘excessieve beloningsbestanddelen’. Zo worden gouden handdrukken, overmatige pensioenvoorzieningen en private-equityfondsen extra belast.

Veel verder gaat het kabinet bij het aan banden leggen van topbeloningen in de semi-overheidssector. De ‘Balkenende-norm’ mag worden vergeten, voortaan geldt de ‘Guusje-norm’. Bestuurders in de semi-publieke sector – van universiteiten en jeugdgevangenissen tot waterleidingbedrijven – mogen niet meer verdienen dan maximaal 130 procent van een ministerssalaris, inclusief bonussen. Dat komt neer op 176.000 euro per jaar: 135.000 euro voor een ministerssalaris plus 30 procent – de opslag die ministers eerder in het vooruitzicht is gesteld.

Salarissen van artsen en professoren worden ontzien. Maar het kabinet stelt drie manieren voor om de inkomens van bestuurders in de semi-publieke sector binnen de perken te houden. Voor het onderwijs, de culturele sector en de publieke omroepen moet de ‘Guusje-norm’ gelden. Daarnaast is er de beloningscode voor organisaties die verder van de overheid afstaan, maar toch met publiek geld werken, zoals ziekenhuizen en woningcorporaties. Zij moeten in hun sector zelf afspreken welk salaris bestuurders maximaal mogen krijgen. De verantwoordelijke minister moet de code goedkeuren en kan naleving afdwingen. Voor commerciële bedrijven die met publiek geld gefinancierd worden, zoals zorgverzekeraars, volstaat openbaarmaking van inkomens.

„Een trendbreuk”, noemt de PvdA-fractie de overheidsbemoeienis met de inkomens van bestuurders in de semi-publieke sector. Er liggen nu plannen voor deze sector die zelfs voor de VVD acceptabel zijn.

„Symbolische maatregelen”, hoonden GroenLinks en de SP over de fiscale aanpak van topsalarissen in de marktsector. Zij vinden de aanpak veel te mild.

Tegemoet komen aan sociaal ongenoegen en tegelijkertijd oog houden voor de internationale concurrentieverhoudingen is lastig. Maar het sociale ongenoegen over de scheve inkomensverhoudingen trekt niet alleen in Nederland diepe sporen. Dat blijkt ook uit het feit dat op initiatief van minister Bos het thema ‘topsalarissen’ volgende week hoog op de agenda staat van de bijeenkomst van Europese ministers van Financiën.

PvdA-Kamerlid Paul Tang zei het zo: „Het mag sommigen niet ver genoeg gaan, maar de symbolische waarde van deze maatregelen is zeker zo belangrijk.”