Minder stroom beter dan niets

Bedrijven op Java moeten twee dagen per maand dicht om elektriciteit te sparen. Want die heeft Indonesië te weinig. Vervelend, maar beter dan plotselinge stroomuitval.

Er is maar weinig nodig om Indonesië in het donker te laten zitten. In februari kwam het door slecht weer: schepen konden door de hoge golven niet aanmeren om elektriciteitscentrales van kolen te voorzien. Daardoor kregen delen van Java en Bali op bepaalde uren van de dag geen stroom. In juli deed energiebedrijf PLN hetzelfde in Jakarta toen gasleverancier BP door onderhoudswerkzaamheden twee weken niet kon leveren.

Indonesië kan niet genoeg elektriciteit opwekken. In de buitengewesten van de archipel wisten ze dat al lang, daar viel altijd al regelmatig de stroom uit. Maar nu dat steeds vaker gebeurt op Java, dat goed is voor 80 procent van het totale stroomverbruik, gaat de overheid zich ermee bemoeien.

Sinds deze maand zijn industriële bedrijven op Java en Bali verplicht twee werkdagen in de maand te verschuiven naar het weekend. Zij besparen dan in de piekuren elektriciteit, zodat energiebedrijf PLN aan de vraag kan blijven voldoen.

Het tekort aan capaciteit komt doordat Indonesië na de Aziëcrisis dusdanig aan de grond zat dat er geen geld was voor nieuwe elektriciteitscentrales, zegt Murtaqi Syamsuddin, directeur van PLN voor Java en Bali. Sinds 1998 is er maar 3.000 megawatt aan vermogen bijgekomen, volgens hem 3.200 te weinig. De reservecapaciteit is nu maar 20 procent, terwijl het minimum 30 is, zegt hij. Vandaar dat kleine tegenvallers meteen zorgen voor een tekort. Syamsuddin: „Aan het aanbod kunnen we op het moment niets doen, dus moeten we tijdelijk de vraag reguleren.”

In Karawang laat Bahusin Enim van werkgeversorganisatie Apindo het nieuwe werkschema zien, dat geldt tot eind 2009. Gele blokjes geven aan wanneer bedrijven geen elektriciteit mogen gebruiken. Bij bedrijven die zich daar niet aan houden, gaat de stekker er uit.

Eigenlijk hoeven alleen fabrieken die vijf dagen per week draaien, mee te doen. Dat levert al genoeg problemen op, want een bedrijf dat op vrijdag dicht moet en op zaterdag mag werken, moet zijn hele productielijn voor één dag aanzetten.

„En niet alleen de productie is een probleem”, zegt Enim. „Ze moeten op zaterdag zorgen voor bussen voor de werknemers, voor de catering. De bank is op zaterdag dicht. Alles hangt met elkaar samen.” Onlangs eisten werknemers compensatie omdat ze op hun ‘familiedag’ moeten werken. Maar hun werkgevers vinden dat ze al genoeg extra kosten hebben. Enim: „De werknemers zullen het moeten accepteren zoals het is. Ze vinden toch geen ander werk.”

In Karawang zijn slechts 80 bedrijven die vijf dagen per week werken, de overige 220 draaien zeven dagen per week. Omdat het anders niet genoeg besparing zou opleveren, geldt de maatregel nu ook voor hen.

Ze kunnen kiezen: twee dagen per maand dicht, óf doorwerken met een eigen generator. Dat laatste is duur met de huidige dieselprijzen, rekent Enim voor. Terwijl bedrijven bij PLN 465 roepia per kilowattuur betalen (34 eurocent), zijn ze wel 3.500 per kilowattuur kwijt als ze met hun generator werken.

Ondanks de nadelen steunt Apindo de nieuwe maatregel wel. Want de werkgeversorganisatie wil alles doen om meer stabiliteit te krijgen op het elektriciteitsnet. Nu hebben de bedrijven last van schommelende voltages. Enim vertelt over een tissuefabriek waar de papieren zakdoekjes afbreken als de spanning opeens vermindert. Bij een textielfabrikant knapt het garen, waardoor de kleding niet goed wordt genaaid en wordt teruggestuurd. En dan zijn er de dagen dat de stroom onverwachts helemáál uitvalt, zoals eind mei gebeurde. Een robot van de autofabriek die de Honda Jazz maakt, begaf het toen en moest voor reparatie worden teruggestuurd naar Japan.

Het is de vraag of de nieuwe maatregel inderdaad stabiliteit zal brengen. „Ik denk niet dat het genoeg zal zijn”, zegt infrastructuurspecialist Rehan Kausar van de Asian Development Bank. „Maar het is in ieder geval íéts.”

Hoeveel geld de stroomstoringen Indonesische bedrijven kosten, is onduidelijk. De Jakarta Japan Club had de schade van de Japanse bedrijven in Indonesië tot nu toe berekend op 41 miljard roepia (3 miljoen euro) en dreigde dat haar leden uit Indonesië zouden vertrekken. Niemand gelooft dat ze het echt zullen doen. Voorzitter Sofjan Wanandi van Apindo denkt daarentegen dat de schade meevalt. Wel vreest hij voor de reputatie van Indonesië onder investeerders. Wanandi: „Het economisch klimaat is toch al niet zo gunstig op het moment. Bedrijven wachten sowieso met investeren.”

Het probleem in Indonesië is breder dan alleen een tekort aan centrales, zegt Kausar. De PLN heeft financiële problemen, waardoor nauwelijks in nieuwe infrastructuur kan worden geïnvesteerd. De meeste elektriciteitscentrales werken op olie, wat nu duur is. En centrales die op kolen werken, hebben soms moeite genoeg toevoer te krijgen. Kausar: „Er is geen wet die zeg dat kolenbedrijven eerst aan de binnenlandse vraag moeten voldoen voordat ze mogen exporteren. Dus als ze er elders meer voor kunnen krijgen, leveren ze niet aan PLN.”

Bovendien subsidieert de overheid elektriciteit en mag PLN de prijs niet zelf verhogen. De kostprijs per kilowattuur ligt op 1.300 roepia - ruim tweeënhalf keer zoveel als de prijs die bedrijven betalen – en het bedrijf krijgt niet genoeg subsidie om dat gat te vullen. Omdat er volgend jaar verkiezingen zijn, zit een prijsverhoging er al helemaal niet in.

Toch is Kausar optimistisch. De PLN probeert de prijs langzaam te laten stijgen. Kausar kreeg als bovengemiddelde verbruiker een brief dat straks een vijfde van zijn elektriciteit niet meer wordt gesubsidieerd en hij dus meer gaat betalen. „Het zou goed zijn als dat uiteindelijk 100 procent wordt.” Ook wordt gebouwd aan nieuwe centrales. Halverwege 2009 moet de eerste klaar zijn, daarna volgen er nog 34 met in totaal 10.000 megawatt vermogen. Kausar: „Als dit programma is afgerond, is het tekort opgelost. Maar als de economie blijft groeien, is het al snel niet meer genoeg.”