Miljoenenprojecten bezien mutaties in hersentumoren ongekend nauwkeurig

In een agressieve hersentumor (een glioblastoom, om precies te zijn) zijn gemiddeld zo’n zestig genen gemuteerd. Elke tumor, en dus elke kankerpatiënt, heeft zo unieke genetische afwijkingen. En die afwijkingen kunnen in totaal twaalf biochemisch reactienetwerken ontregelen. Het inzicht in de genetica van kanker was nooit zo gedetailleerd als in de drie artikelen die donderdagavond in twee tijdschriften online verschenen (Science Express, 4 september, en Nature, 4 september).

De artikelen zijn van twee recente Amerikaanse projecten die profiteren van de steeds goedkopere technieken om DNA-volgordes te bepalen. Nadat het begin deze eeuw lukte om de drie miljard letters van twee menselijke genomen op een rij te zetten, is de techniek steeds beter geworden. Er zijn DNA-chips die in een keer een miljoen éénlettervarianten meten; weer andere chips meten verdwenen of verdubbelde DNA-fragmenten, of overactieve en inactieve genen. En steeds vaker gaan hele genomen de sequencer in. Dat kost nu zo’n 60.000 dollar per mens. Met een combinatie van die methoden is nu bij tientallen kankerpatiënten het DNA van hun tumoren vergeleken met die in hun andere, normale lichaamscellen.

Een groep rond het academisch ziekenhuis Johns Hopkins in Baltimore ‘sequencet’ in Science de meeste genen van 22 glioblastomen en 24 alvleesklierkankers. The Cancer Genome Atlas (TCGA), een project van het overheidsinstituut National Institutes of Health (NIH), gebruikt allerhande chips om 206 glioblastomen binnenstebuiten te keren.

Voor beide kankers geldt: geen twee patiënten zijn hetzelfde. In de loop van de ziekte neemt het aantal mutaties steeds verder toe – niet zo gek omdat zo’n tumor juist ontstaat mede omdat de DNA-reparatie niet goed meer werkt.

Iedere tumor is anders, maar grote lijnen zijn er wel. De Johns Hopkins-groep vond bijvoorbeeld enkele nieuwe kankermutaties in glioblastomen, zoals in isocitraatdehydrogenase 1 (IDH1). Dat gen blijkt vooral te muteren bij jonge patiënten die lang overleven en die hun hersentumor kregen vanuit een ander orgaan.

De TCGA kreeg meer vat op het feit dat patiënten die eerst gevoelig zijn voor het belangrijkste medicijn, daarna mutaties krijgen die de kanker resistent maken tegen de therapie. Maar het belangrijkste, vindt TCGA, is dat de analyse kán, logistiek en statistisch. De NIH legde 100 miljoen opzij voor deze hersentumor, en voor komende analyses van long- en eierstokkanker. Meer geld volgt pas als de pilot slaagt. Hester van Santen