Mataglap in het wapenlab

DNA-analyse van antrax-sporen wijst erop dat Bruce Ivins in 2001 Amerika verlamde met dodelijke poederbrieven. Toch is er nog twijfel. Karel Knip

Hierboven: de FBI onderzoekt brieven met antraxpoeder in 2001. foto’s reuters ==== FBI and Army scientists began the process of opening an anthrax-ladenletter sent to Vermont Democratic Senator Patrick Leahy, hoping to findclues to help identify the source of germ attacks that have killed fivepeople since October, FBI officials said December 5, 2001. Another FBIofficial said the process of opening and analyzing the letter, whichauthorities have said apparently contains enough spores to kill 100,000people, could take more than a day. The bagged letter is shown beingremoved from a container at the Army's Ft. Detrick, Maryland,biomedical research laboratory. REUTERS/FBI-Handout 1 of 4HB/
Hierboven: de FBI onderzoekt brieven met antraxpoeder in 2001. foto’s reuters ==== FBI and Army scientists began the process of opening an anthrax-ladenletter sent to Vermont Democratic Senator Patrick Leahy, hoping to findclues to help identify the source of germ attacks that have killed fivepeople since October, FBI officials said December 5, 2001. Another FBIofficial said the process of opening and analyzing the letter, whichauthorities have said apparently contains enough spores to kill 100,000people, could take more than a day. The bagged letter is shown beingremoved from a container at the Army's Ft. Detrick, Maryland,biomedical research laboratory. REUTERS/FBI-Handout 1 of 4HB/ REUTERS

Deed hij het wel of deed hij het niet? Niemand die het zeker weet en bijna niemand die nog een pertinent oordeel durft uit te spreken. De Amerikaanse pers liet zich aanvankelijk door de FBI overtuigen maar is later door wetenschappers weer aan het twijfelen gebracht. Wat eerst zo overtuigend leek kan ook wel toevallig overtuigend hebben geleken. Inmiddels wordt aangedrongen op een onafhankelijk onderzoek door een commissie van de National Academy of Sciences.

Op 27 juli werd de 62-jarige microbioloog dr. Bruce Ivins bewusteloos op de vloer van zijn badkamer aangetroffen. Twee dagen later overleed hij aan een overdosis Tylenol en codeïne. Zelfmoord, is de onbetwiste conclusie. Op 1 augustus is het nieuws naar buiten gebracht, compleet met de eerste duiding. Ivins werd er door de FBI van verdacht de afzender te zijn van de poederbrieven met antrax die in 2001 paniek veroorzaakten in Amerika. Het antraxpoeder is vijf mensen fataal geworden en heeft de Amerikaanse posterijen tijdelijk verlamd. De FBI stond op het punt Ivins officieel aan te klagen. Ivins wist dat.

Ivins, die microbiologie studeerde aan de universiteit van Cincinnati en daar in 1976 promoveerde, werkte sinds 1980 op USAMRIID, het U.S. Army Medical Research Institute of Infectious Diseases, ook wel Fort Detrick genoemd. Het is het in 1943 opgerichte militaire laboratorium voor de ontwikkeling van biologische wapens dat sinds 1969 uitsluitend nog onderzoek doet aan de verdediging tegen zulke wapens. Ivins heeft er vanaf de eerste dag aan antrax gewerkt, de laatste jaren vooral aan verbetering van vaccins. Hij behoorde tot de meest vooraanstaande onderzoekers van USAMRIID, een man met een indrukwekkende reeks publicaties op zijn naam. Een onderzoeker die in 2003 gelauwerd werd voor het vruchtbare werk aan die vaccins waarnaar, ook door de aanslagen van 2001, zo’n grote vraag bestond.

Bruce Ivins had er een eind aan gemaakt. En een aantal collega’s van USAMRIID heeft het zien aankomen, hij was zich de laatste maanden steeds vreemder gaan gedragen. Sommigen vertelde hij hoezeer hij zich in het nauw gedreven voelde.

GROEPSTHERAPIE

Wie zeker ook niet verrast kan zijn geweest was de 45-jarige drugs counselor Jean Duley die Ivins’ verontrustende gedrag op 10 juli bij de politie had gemeld. Tijdens een groepstherapie de avond ervoor had Ivins zich ongewoon agressief, ja zelfs onverbloemd moordzuchtig getoond. Hij had besloten zijn collega’s neer te schieten en wilde in bloed en vuur een einde vinden. Mataglap.

Nog diezelfde dag is Ivins uit zijn laboratorium gehaald en overgebracht naar de psychiatrische afdeling van een lokaal ziekenhuis. De FBI nam de gelegenheid te baat om zijn drie auto’s op sporen van antrax te onderzoeken. En vanuit het ziekenhuis sprak Ivins een boodschap in op de voicemail van Duley waarin hij haar zó ijselijk kalm bedankte voor de verwoesting van zijn leven dat Duley onmiddellijk bescherming van de overheid zocht toen hij op 24 juli uit het ziekenhuis werd ontslagen.

Het was donderdag. ’s Avonds is Ivins nog naar de openbare bibliotheek van Frederick geweest. Op een van de computers daar las hij het laatste nieuws over het antraxonderzoek van de overheid – het is waargenomen door een FBI-agent die achter hem zat. De FBI heeft beslag laten leggen op de computers. Over wat Ivins verder nog heeft gedaan is weinig bekend gemaakt. Zaterdagavond besloot hij dat het genoeg was geweest.

Al voor de rouwdienst in de kerk waar Ivins zo vaak piano had gespeeld spraken vrienden en collega’s schande over de manier waarop deze zachtaardige, godvruchtige, behulpzame en ijverige man door de FBI tot wanhoop was gedreven. Voortdurend was hij verhoord, voortdurend stonden er geblindeerde auto’s voor zijn huis. Zijn geadopteerde kinderen werden verleid hun vader te verraden: vertel het maar dan krijg je een sportauto, kreeg de zoon te horen. De dochter kreeg gruwelijke foto’s te zien van de antrax-slachtoffers.

Richard Spertzel, die plaatsvervangend commandant van USAMRIID is geweest maar als VN-wapeninspecteur in Irak bekender werd, schreef in de Wall Street Journal van 5 augustus dat Bruce Ivins nooit de poederbrieven kon hebben verstuurd omdat hij, als vaccinonderzoeker, zo’n poeder helemaal niet had kúnnen maken. Daar had hij de knowhow en het instrumentarium niet voor.

HUISZOEKING

Maar op de dag van de rouwdienst maakte de Amerikaanse overheid, met toestemming van een federale rechter, documenten openbaar die een heel nieuw licht wierpen op het leven van Bruce Ivins. Het waren de formele ambtelijke verzoeken tot het doen van huiszoeking en dergelijke die in de VS ruim moeten worden onderbouwd met aanwijzingen voor strafbaar handelen. De onderbouwing die op 31 oktober 2007 werd verstrekt bestaat uit meer dan twintig pagina’s tekst. In kort bestek geven zij een opsomming van alle aanwijzingen die de Fbi op dat moment tegen Ivins had verzameld. De inhoud werd in een begeleidende persconferentie van het ministerie van justitie besproken.

Het belangrijkste is dat onder de antraxbacteriën die uit de poederbrieven kwamen een viertal mutanten is geïdentificeerd dat óók in een kolf van Bruce Ivins bleek te huizen. En verder, met één uitzondering, uitsluitend in een paar monsters die eerder uit diezelfde kolf waren genomen. Ook heel belastend is dat Bruce Ivins in de dagen voordat de poederbrieven werden verzonden (op 18 september en 9 oktober 2001) tot ’s avonds laat op zijn laboratorium bleef terwijl hij daarvoor geen verklaring heeft kunnen geven. Hij wilde gewoon weg zijn van huis, heeft hij gezegd. Maar in andere maanden van het jaar was die behoefte kennelijk veel kleiner.

Niet onbelangrijk is verder dat Ivins de FBI lijkt te hebben willen bedriegen met de antraxmonsters die het bureau bij hem opeiste. Het eerste monster, dat hij in februari 2002 afgaf, werd al voordat het werd geanalyseerd vernietigd omdat Ivins het niet volgens het voorgeschreven protocol had genomen. Een tweede monster dat hij op verzoek in april 2002 overhandigde bleek tot teleursteling van de FBI qua mutantensamenstelling niet overeen te stemmen met de antraxmonsters uit de poederbrieven. Twee jaar later kwam een FBI-agent opnieuw monsters halen. Tegelijk legde hij beslag op de kolf antrax die Ivins als basismateriaal voor zijn vaccinonderzoek gebruikte. In dit materiaal, aangeduid met RMR-1029, bleken de vier mutanten wél voor te komen. Later bleek dat een submonster van het allereerste (vernietigde) monster, dat aan antraxonderzoeker Paul Keim van Northern Arizona University was verstrekt, ook de vier mutanten bevatte.

En passant vermeldt het document van oktober 2007 dat Ivins wel degelijk over instrumentarium en knowhow beschikte om een antraxpoeder te bereiden. Dat is ook niet zo moeilijk.

Wat waarschijnlijk op vrienden en collega’s van Ivins een diepere indruk heeft gemaakt dan dit technisch bewijs is het psychologisch profiel dat tijden de persconferentie van Ivins werd geschetst. Ivins was een man geweest met een duidelijke persoonlijkheidsstoornis. Hij leed onder angsten, had last van paranoia en had het gevoel dat er een ander mens in hem huisde. Een mens die hem van binnenuit opvrat. Ivins had perioden gekend van zwaar drugsgebruik en drankmisbruik, gecombineerd met overvloedige consumptie van medicijnen die hem op de been moesten houden. In maart 2008 was hij ook al bewusteloos van drank en drugs aangetroffen.

Intieme vrienden wisten van Ivins’ problemen, waar hij vaak rond vooruit kwam. Wat zij niet wisten is dat hij hen tegenover de autoriteiten valselijk beschuldigde en dat hij anderen bedreigde. En dat hij een hele reeks e-mailadressen gebruikte vanwaar hij e-mails verstuurde waarin hij onder schuilnaam een heel andere toon aansloeg. Daarin belasterde en bedreigde hij mensen, daar spande hij samen tegen de academische ‘zusterschap’ Kappa Kappa Gamma waaraan hij, met zijn bescheiden achtergrond, een bloedhekel had. Ivins bleek ook onder valse naam een postbus te hebben gehuurd en maakte er een gewoonte van brieven en pakjes vanuit andere plaatsen te versturen om de herkomst te verdoezelen. Zoals hij ook regelmatig brieven stuurde naar Congresleden en vertegenwoordigers van de media – de geadresseerden van de poederbrieven.

VACCINPATENT

De Fbi zelf is overtuigd van de schuld van Ivins. De dienst heeft ook een motief gevonden. Ivins zette met collega’s Louise Pitt en Stephen Little alles op alles om het enige Amerikaanse antraxvaccin, dat van BioPort, weer toegelaten te krijgen nadat het door de Fda was afgekeurd. Ivins was bang geweest dat het werk zou mislukken en dat de fondsen voor vaccinonderzoek zouden opdrogen. Hij vreesde misschien wel voor zijn baan, opperde de Fbi. Anderen hebben nog toegevoegd dat Ivins, die een vaccinpatent op zijn naam heeft staan, misschien veel geld zou verdienen als de verkoop van vaccins sterk toenam.

Dat hebben de USAMRIID-collega’s allemaal lariekoek genoemd. Ivins hoefde niets te vrezen als zijn onderzoek mislukte en hij verdiende niets aan de vaccins. Ivins’ collega’s zijn helemaal niet overtuigd van Ivins’ schuld. Ze wijzen erop dat de FBI vijf jaar eerder óók al zei de dader te hebben gevonden: Steven Hatfill, ook van USAMRIID. Maar tot een aanklacht kwam het nooit en de dienst heeft Hatfill miljoenen dollars schadevergoeding moeten betalen.

De collega’s wijzen er bovendien op dat Ivins lang niet de enige was op USAMRIID die toegang had tot de antraxkolf. En er zijn nooit sporen van antrax gevonden in Ivins’ auto’s en woning. Het handschrift op de poederbrieven is niet als dat van Ivins herkend. De collega’s willen ook graag weten (zie Science, 22 augustus) wat dat andere laboratorium was waar die vier beruchte mutanten ook zijn aangetroffen.

Maar de kritiek van Richard Spertzel, de plaatsvervangend commandant van USAMRIID, lijkt enigszins verstomd. Het heeft er inderdaad veel van weg dat Ivins wel degelijk fijn antraxpoeder kon bereiden. De pijnlijke waarheid is dat de bacteriën niet, zoals aanvankelijk is beweerd, een speciale behandeling hadden ondergaan om ze makkelijker verstuifbaar te maken. Dat blijkt te berusten op een misverstand, op verwarring over de termen silica en silicon. Het Armed Forces Institute of Pathology dat het antraxpoeder het eerste analyseerde stelde, vermoedelijk op grond van een elementanalyse, vast dat het ongewoon veel silicon bevatte. Dat is het element silicium. De uitspraak is verstaan of begrepen als silica, waarmee doorgaans siliciumdioxide (SiO2) wordt aangeduid. Inderdaad zou SiO2 wel als speciale coating voor het genoemde doel worden gebruikt. Dat schijnt een technisch heel gecompliceerde ingreep te zijn. Maar een onderzoek met behulp van elektronenmicroscopie door Sandia National Laboratory toonde aan dat de antraxbacteriën helemaal geen coating hadden. Dat ze toch als makkelijk verstuifbaar poeder ter beschikking waren gekomen was hoogst waarschijnlijk te danken aan het proces van vriesdrogen dat ze hadden ondergaan. Vriesdrogen is een inmiddels klassieke techniek. Een bevroren geconcentreerde suspensie van bijvoorbeeld micro-organismen wordt onder vacuüm gebracht, zodat het water verdampen kan terwijl de bevroren toestand gehandhaafd blijft. Het verontrustende nieuws is dat deze simpele techniek (elk microbiologisch laboratorium heeft een vriesdroger) voldoende blijkt om een prachtig verstuifbaar antraxpoeder in handen te krijgen. FBI-onderzoeker Douglas Beecher beschreef het al eerder in Applied and Environmental Microbiology (augustus 2006, op internet). De Washington Post van 5 augustus meldde te hebben vernomen dat Ivins in het najaar van 2001 een vriesdroogapparaat naar zijn laboratorium haalde.

Waarom het antraxpoeder zo veel silicium bevatte is intussen nog niet verklaard. De USAMRIID-collega’s van Ivins heben vooral de tanden gezet in het ‘sterkste’ bewijspunt: het optreden en aantonen van de vier mutanten. De daarbij gehanteerde methode (hier links in een schema weergegeven) is op grond van het oktoberdocument en interviews met ingewijden gereconstrueerd door Science-redacteur Martin Enserink (Science, 15 augustus). Officieel is hij nog niet onthuld.

IDENTIEK

De antraxcultuur rmr-1029 die Ivins in zijn bezit had was naar alle waarschijnlijkheid een reincultuur. Hij was gekweekt uit een monster uit een kolonie (op een vaste voedingsbodem in een petrischaal) die uit één cel was ontstaan. In principe zijn alle cellen uit zo’n cultuur genetisch volkomen identiek, ware het niet dat zich bij de talloze delingen van tijd tot tijd fouten voordoen in de vermenigvuldiging van het dna. Er komen sporadisch mutaties voor. De Fbi, die antrax van de poederbrieven op vaste voedingsbodems kweekte, selecteerde willekeurig een viertal mutaties die tot uitdrukking kwamen in een kolonievorm die er afwijkend uitzag. Daarvan liet het bureau het hele genoom ontrafelen, waardoor dezelfde mutaties makkelijk vielen aan te tonen bij monsters van andere laboratoria. Er zijn duizend monsters onderzocht. Alleen bij Ivins en dat ene andere lab kwam dezelfde combinatie van mutanten voor.

Het lijkt een waterdichte methode, maar de collega’s van Ivins willen toch weten wat de aard van de mutaties precies was – er zijn stukken DNA die om zo te zeggen altijd en altijd op dezelfde manier muteren. Men wil weten hoe groot de kans is dat er toevallig bij Bruce Ivins en in de poederbrieven dezelfde mutanten zijn gevonden. De FBI-biologen moeten dat voorrekenen. Pas dan wil men zich laten overtuigen. Waarschijnlijk wordt aan de wens voldaan. De FBI heeft bekend gemaakt dat al het onderzoeksmateriaal in peer reviewed artikelen zal worden gepubliceerd. De komende weken en maanden gaat dat gebeuren.