Liefde voor de markt is een sleets conformisme

Illustratie Ruben L. Oppenheimer
Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Redacteur NRC Handelsblad

Orkaan Gustav viel mee, maar de herinnering aan Katrina bood de Delta-commissie-Veerman dinsdag een ideaal contrast met New Orleans. Nederland verhoogt liever tijdig de dijken. Toch zijn ze op andere gebieden de afgelopen jaren bijna dogmatisch verlaagd.

De overheid was de grootste slaperdijk die we hadden, saai uit principe, om op terug te vallen als het nodig was. Tot het idee uit de mode raakte. We hadden voor een westers land ook wel veel overheid. Dat zie je duidelijker als je een tijdje in een land woont waar ‘beleid’ niet de eerste reflex is bij tegenslag. Katrina is in Amerika intussen het symbool geworden van te ver doorgeslagen gebrek aan publieke voorzorg.

In Nederland is sinds de late jaren 80 het besef gegroeid dat hier meer via de overheid is geregeld dan nodig. In navolging van anti-overheidspolitici als Margaret Thatcher en Ronald Reagan sloeg het denken om. De markt werd de norm. Het is al weer grijze geschiedenis dat KLM, PTT Telecom en de Postcheque- en Girodienst staatsbedrijven waren.

Weinig mensen zullen terugverlangen naar die tijd, al riskeert ING heel wat klantentrouw door de Postbank als een willekeurig soepmerk te laten versmelten met de ING-bank. Gelukkig is er enige keuze op de markt van bankdiensten. Zoals de consument dankzij de liberalisering in Europa ook in een redelijke vrijheid kan vliegen en bellen.

Een nieuwe kentering dient zich aan. Geharnaste voorstanders van de markt schrijven dat Nederland dreigt terug te vallen in een irrationele afkeer van marktwerking. Vooruit, laat ziekenhuizen geld verdienen, gun busroutes aan private aanbieders, laat energiebedrijven vrij. Daar is per geval van alles over te zeggen, maar het is goed dat de Tweede Kamer – met een bijna plansocialistisch woord – het ‘marktwerkingsbeleid’ op de agenda heeft gezet.

Een moment van weging is geen luxe. De markt is te lang een automatische marsroute geweest. Voorzover de Europese regelgeving Nederland dwong activiteiten te vermarkten, was alleen de vormgeving een nationale keuze. Maar Nederland kan waar nodig pas Europees tegenspel geven als hier weer een helder beeld ontstaat over wat in essentie overheidstaken zijn en wie die het beste kan uitvoeren.

Het voorbeeld van de spoorwegen is sprekend. Vergelijk Frankrijk, waar de SNCF een staatsbedrijf is gebleven, met Groot-Brittannië, waar een hutspot van marktpartijen een alleen qua hoge prijzen voorspelbaar railaanbod leveren. Reizen per trein is in Frankrijk lichtjaren vooruit. Ook de Europese tweede plaats (Deutsche Bahn) is bereikt vóórdat privatisering daar menens werd. De markt is niet automatisch het antwoord.

En de NS? Die herstelt zich van de plannings- en communicatieramp die de pseudo-privatisering plus splitsing van ProRail is geworden. De huidige dienstregeling, waar iedereen zo tevreden over heet te zijn, bereikt grotere stiptheid door een beetje vertraging in de vorm van langere wachttijden in te bouwen, en door minder vaak op een licht vertraagde aansluitende trein te wachten. Iedere hond springt na een tijdje door de hoepel die je hem voorhoudt. De Tweede Kamer houdt de neiging zich met iedere wisselstoring en ov-chipvariant te bemoeien alsof het een staatsbedrijf is.

Economische Zaken publiceerde dit jaar een onderzoek naar twintig jaar marktwerkingsbeleid. Daaruit komt een zeer gemengd beeld naar voren. Post en kinderopvang werden efficiënter, al is het verlies aan banen en beroepstrots bij de post schrijnend. Private aanbesteding van het regionale openbaar vervoer is lang niet overal een succesverhaal. De notarissen gingen concurreren met prijzen – hun kwaliteit was al eerder geen universeel gegeven. Het ‘vrijgeven’ van de taxibranche heeft vrijwel niets opgeleverd.

De twee sectoren die nu het meest onder het vergrootglas komen, zijn gezondheidszorg en energie. Of de medische markt bestaat en moet bestaan, is een verhaal apart. Deze week berichtte Jeroen Wester in deze krant hoe NRE, het energienetwerkbedrijf voor Eindhoven en omgeving, financieel op instorten staat. Men was vooruitgelopen op de splitsingswet, had voor beide takken buitenlandse investeerders aangetrokken en liep klem toen de toezichthouder de tariefduimschroeven aandraaide.

De gemeente was intussen leuke dingen gaan doen van de opbrengst van de verkoop. Dat is een kwestie die actueel is bij alle gemeentes en provincies die van oudsher aandeelhouder zijn bij de energiebedrijven, intussen versmolten tot Nuon, Essent en dergelijke. Overal tekent zich een sterke voorkeur af om de aandelen te gelde te maken en allerlei fijn beleid mogelijk te maken. Het is de vraag of de burger daarmee opschiet.

De Splitsingswet wil garanderen dat de energiekabels en -leidingen Nederlands blijven. Daarmee is ook vrijwel gegarandeerd dat de leveranciers in buitenlandse handen komen. Het Franse elektriciteitsbedrijf EDF is groot en gretig, een staatsbedrijf in commerciële verpakking. Gazprom bulkt van het geld. Het Duitse E.on groeit graag. Om maar te zwijgen van de private equity-firma’s die PCM, V&D, Hema en kabelaar Ziggo leegdraaien op de kapitaalpers.

Sinds de markt voor particuliere energiegebruikers is vrijgegeven, kunnen we kiezen wie ons de rekening stuurt, maar stroom is stroom, en de rekening is veel hoger, niet lager geworden. Als de toezichthouder al moeite heeft Nederlandse energiebedrijven in Nederlandse overheidshanden te bewegen tot eerlijk opereren in het belang van de burger, zou het werkelijk makkelijker (c.q. betaalbaarder) worden als de Russen, Fransen of Amerikanen voor ons handelen in gas en licht?

De markt als universeel wondermiddel is, in de woorden van de een jaar geleden overleden essayist H.J. Schoo, een ‘sleets conformisme’ geworden. Onder het mom van non-conformisme is de vrije markt het nieuwe conformisme geworden. We zijn het over te veel dingen onnadenkend eens in dit land, schrijft hij in de net verschenen bundel van zijn beste stukken (Republiek van Vrije Burgers).

Wilt u reageren? Schrijf de auteur: opklaringen@nrc.nl of neem online deel aan het debat op www.nrc.nl/chavannes