Kolibries prefereren nectar die stinkt naar nicotine boven suikerzoete bloemengeur

Een kolibrie (Selasphorus rufus) zuigt nectar uit een tabaksplant. De bittere smaak zorgt er misschien voor dat kolibries korter drinken en meer verschillende bloemen bezoeken. Foto Danny Kessler, Science.
Een kolibrie (Selasphorus rufus) zuigt nectar uit een tabaksplant. De bittere smaak zorgt er misschien voor dat kolibries korter drinken en meer verschillende bloemen bezoeken. Foto Danny Kessler, Science.

Met stroop vang je meer vliegen dan met azijn. Maar dat geldt niet voor kolibries. Zij bezoeken tabaksbloemen met naar nicotine stinkende nectar vaker dan tabaksbloemen die suikerzoet ruiken (Science, 29 augustus). Dat is vreemd, want normaal moet een plant alles uit de kast halen om bestuivers te paaien.

Zo maken veel planten opvallend gekleurde bloemen en nectar met een hoog suikergehalte. De kleuren zorgen dat vlinders, vogels en andere bestuivers de bloem makkelijk kunnen vinden. Met zo zoet en dus voedzaam mogelijke nectar gaat de bloem de competitie aan met andere bloemen in de buurt.

Welke rol geuren spelen bij bestuiving, kon tot nu toe niet worden onderzocht. Geuren zijn namelijk erg moeilijk te manipuleren. Duitse onderzoekers is het toch gelukt, met behulp van interferentie RNA. Dat is een stuk RNA dat gebruikt wordt om genen ‘af te plakken’. De Duitsers blokkeerden zo de productie van de twee belangrijkste geurstoffen van de wilde tabaksplant (Nicotiana attenuata), namelijk benzylaceton en nicotine. Benzylaceton laat de bloem zoet geuren en trekt bestuivers aan. Nicotine stinkt en maakt de nectar bitter en enigszins giftig.

Tabaksbloemen zonder benzylaceton of nicotine kregen nauwelijks aandacht van motten en kolibries. Daarentegen werden bloemen mét benzylaceton, maar zonder nicotine, goed bezocht. De meeste bezoekjes kregen echter de planten die zowel benzylaceton als nicotine maakten.

Waarschijnlijk zorgt de combinatie van de twee geuren ervoor dat bestuivers aangetrokken worden, maar niet lang blijven hangen bij één bloem. Uit videobeelden bleek dat kolibries inderdaad korter dronken van bloemen met nicotine, wellicht vanwege de bittere smaak. Zo worden ze waarschijnlijk gedwongen om extra bloemen te bezoeken, willen ze toch genoeg nectar binnen krijgen.

Het vele heen en weer gevlieg verhoogt de kans dat een bloem wordt bevrucht met stuifmeel van een plant verderop. Dat bleek ook toen de onderzoekers de meeldraden van de bloemen verwijderden. Zonder meeldraden met stuifmeel kan een bloem zichzelf niet bevruchten. De bloem wordt afhankelijk van stuifmeel dat wordt ingevlogen. Bloemen met benzylaceton en nicotine bleken vaker bevrucht te worden door naburige tabaksplanten dan bloemen die een van de twee stoffen misten. En omgekeerd werden naburige planten vaker bevrucht met stuifmeel van bloemen met benzylaceton en nicotine. Dat is goed voor de genetische variatie en daarmee voor de overlevingskansen van de plant.

Tot slot werden bloemen met nicotine minder vaak lastig gevallen door insecten die de bloem aanvreten of de nectar opdrinken zonder stuifmeel te verspreiden. Ook zo kan de nicotine bijdragen aan hogere overlevingskansen van de plant. Berber Rouwé