Kansen keren voor gasreus met fantoompijn

Het ineenstorten van de Sovjet-Unie vergrootte Ruslands traditioneel toch al grote gevoel van kwetsbaarheid. Moskou laat zich nu steeds sterker gelden tegenover zijn buren.

Rusland lijdt aan fantoompijn. Het heeft een postkoloniaal syndroom. Het is het grootste land ter wereld, heeft de langste grenzen en veertien buurlanden, van Noorwegen tot Noord-Korea. Door die open flanken heeft het zich zijn hele geschiedenis omsingeld gevoeld. Negen van die buurstaten behoorden tot de USSR of tot het Warschaupact. Het wegvallen van die bufferzone heeft het gevoel van kwetsbaarheid alleen maar vergroot.

Maar ook om andere dan veiligheidsredenen is het voor een gewezen imperium niet eenvoudig om te grenzen aan zijn ex-koloniën. Toen president Boris Jeltsin in 1991 de Sovjet-Unie ophief, werden nauwe banden abrupt verbroken. Om de onaantastbaarheid van de grenzen te garanderen, werd het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) opgericht. Daarna begon het grote gevecht om de verdeling van geld en goederen.

Behalve de materiële banden waren er de emotionele: toen de Sovjet-Unie ophield te bestaan, bleven 25 miljoen Russen onbeschermd achter in het buitenland. Rusland had een militaire, materiële en emotionele kater.

Maar de kansen zijn gekeerd. Dankzij de hoge olie- en gasprijzen eist Vladimir Poetin een plaats op op het wereldtoneel. Dat gaat gepaard met herlevend nationalisme, dat leidt tot wrijving met de vroegere vazalstaten. Zij vertrouwen hun grote buur nog steeds niet en gaan niet altijd even zachtzinnig om met Ruslands gekrenkte trots.

Bovenaan de zwarte lijst van Moskou staat nu zonder twijfel Georgië. Volgens het Kremlin heeft een uit Amerika geïmporteerde revolutie, de Rozenrevolutie, in 2003 de Amerikaanse marionet Michail Saakasjvili op de troon gezet om het land naar de NAVO te loodsen. Daar heeft Moskou nu een stokje voor gestoken.

Met de twee andere republieken op de Kaukusus, Armenië en Azerbajdzjan, heeft Rusland betere verhoudingen. Het christelijke Armenië zoekt traditioneel steun bij geloofsgenoot Rusland tegen het islamitische Azerbajdzjan, waarmee het een conflict heeft over de Armeense enclave Nagorny Karabach. Azerbajdzjan probeert voorzichtig een eigen koers te varen om zijn economische belangen en relatie met Turkije veilig te stellen. Russen én Amerikanen azen op de Bakoe-Tbilisi-Ceyhan-pijplijn. De Amerikaanse vicepresident Dick Cheney bezocht deze week Azerbajdzjan om de Amerikaanse belangen duidelijk te maken.

Op de tweede plaats van de zwarte lijst van Moskou staan de Baltische landen. Zij zijn de enige drie ex-Sovjetstaten die lid zijn geworden van de EU én van de NAVO. Met de Baltische landen, die in 1939 op grond van het Molotov-Ribbentrop-pact aan Stalin werden toebedeeld, heeft Rusland een zeer slechte verhouding.

De geschillen over de naoorlogse grenzen zijn inmiddels beslecht. Er zijn nu conflicten over het staatsburgerschap. De grote Russische minderheden in met name Estland en Letland kregen niet automatisch het staatsburgerschap. De meesten moesten eerst de taal leren. Velen weigerden en hebben nog steeds een Russisch paspoort of zijn statenloos.

Een ander twistpunt is de interpretatie van de geschiedenis. De Russen beschouwen de Balten als collaborateurs met nazi-Duitsland en zichzelf als bevrijders. Maar voor de Balten waren juist de Russen de bezetters, die de lokale bevolking massaal hebben gedeporteerd naar de Goelag.

Dat kan hoog oplopen, zoals vorig jaar bleek toen de Bronzen Soldaat, het standbeeld voor de Russische bevrijder in het centrum van de Estse hoofdstad Tallinn, door de regering verplaatst werd naar een buitenwijk. Dat leidde tot plunderingen in Tallinn en protesten in Moskou, waar Kremlingezinde jongeren de Estse ambassade belegerden. Er ontbrandde een cyberoorlog. Russische computers blokkeerden sites van de Estse regering. Betrokkenheid van Moskou is nooit bewezen.

Dan zijn er de gasperikelen. De Balten verzetten zich, net als de Polen en de Oekraïners, tegen Nord Stream, de door Gazprom geplande gaspijpleiding door de Oostzee. Die is bedoeld om onbetrouwbaar geachte doorvoerlanden als Polen en Oekraïne te omzeilen en direct gas te kunnen leveren aan West-Europa.

Dat voorkomt problemen: in de winter van 2006 sloot Gazprom korte tijd de gaskraan naar Oekraïne, officieel omdat het weigerde meer te betalen. Oekraïne was ervan overtuigd dat Rusland wraak nam voor zijn nederlaag bij de Oranje Revolutie van 2004. Poetin steunde toen de kandidatuur van Viktor Janoekovitsj. Maar het volk ging de straat op, het Oekraïense Constitutionele Hof verklaarde de verkiezing frauduleus en de pro-westerse Viktor Joesjtsjenko werd president. Dat steekt nog steeds.

In Oekraïne speelt tot slot nog de kwestie van de Russische Zwarte Zeevloot, die tot 2017 gelegerd blijft in Sevastopol op de Krim.

Zelfs met het Kremlingetrouwe Wit-Rusland van Aleksandr Loekasjenko heeft Rusland trouwens een kleine gasoorlog uitgevochten. Beide landen sloten zich in 1997 aaneen tot een Unie van Rusland en Wit-Rusland, een vaag staatkundig verband dat al gauw leidde tot strubbelingen over wie de baas mocht zijn.

Door deze speciale status dacht Loekasjenko de lage energieprijzen te houden die de Unierepublieken vroeger betaalden. Maar Gazprom heeft ook voor de Wit-Russen de prijzen opgetrokken naar marktniveau. Uit protest tapten de Wit-Russen even olie af, maar ze gaven snel op.

Ook met Moldavië heeft Rusland een getroebleerde verhouding. Het ministaatje aan de grens met Roemenië wordt verdeeld door de rivier de Dnjestr. De Oostoever (30 procent Russen, 30 procent Moldaviërs, 30 procent Oekraïners) verklaarde zich begin jaren negentig onafhankelijk en ijvert voor aansluiting bij Rusland. Na een korte burgeroorlog, waarbij Rusland aan de kant van Transnistrië stond, werd een bestand gesloten. Sindsdien zijn er Russische vredestroepen gestationeerd.

Transnistrië, dat door niemand wordt erkend, is al jaren een frozen conflict. Verrassend genoeg lijkt ontdooiing op komst: na een indringend gesprek met de Russische president Dmitri Medvedev zei de zeer uitgesproken leider van Transnistrië, Igor Smirnov, donderdag opeens bereid te zijn tot besprekingen met Moldavië over een regeling van het conflict.

Blijft over Centraal-Azië. Dat ging zijn eigen autoritaire weg. Turkmenistan werd een dictatuur onder de inmiddels overleden Turkmenbasji. Ook Oezbekistan kreeg dictatoriale trekken. Na ‘9/11’ kreeg Amerika van Rusland toestemming militaire bases te openen in Oezbekistan voor de war on terror. In 2005 vielen bij demonstraties in Tasjkent honderden doden. Gekrenkt door Amerikaanse kritiek op de mensenrechtensituatie wendde president Islam Karimov zich tot Rusland. De Amerikaanse bases werden gesloten.

Het arme Tadzjikistan verzonk na het einde van de Sovjet-Unie in een burgeroorlog, die eindigde in 1997. Daarna werden er Russische vredestroepen gestationeerd. In Kirgizië vond in 2005, na verkiezingsfraude, de Tulpenrevolutie plaats, een krachteloze afspiegeling van de revoluties in Oekraïne en Georgië. President Askar Akajev moest het veld ruimen maar zijn opvolger Koermanbek Bakijev handhaafde de goede betrekkingen met Rusland.

Verreweg het grootste en belangrijkste land in de regio is Kazachstan, al jaren geregeerd door president Noersoeltan Nazarbajev. Kazachstan heeft immense olie- en gasvoorraden. De afgelopen jaren is Rusland erin geslaagd grote deals te sluiten met Kazachstan over gas- en olieleveranties en een nieuwe gaspijpleiding naar Rusland. Daarmee zijn de Europese kansen op gas uit Centraal-Azië praktisch verkeken.

In 2001 sloten Rusland, China, Kazachstan, Kirgizië, Oezbekistan en Tadzjikistan zich aaneen in de Sjanghai Samenwerkingsorganisatie (SCO), een soort tegenhanger van de NAVO. Maar de relatie tussen Rusland en het expansieve China is broos. De solidariteit is bepaald niet onvoorwaardelijk. Op de laatste SCO-vergadering, eind augustus in Doesjanbe, hoedden de staatshoofden zich ervoor de onafhankelijkheid van Abchazië en Zuid-Ossetië te erkennen.

In de nieuwe ‘Great Game’ om invloed in ‘het nabije buitenland’ gebruikt Rusland afwisselend de wortel en de knoet. Op 8 augustus bewees het daarbij in Georgië militair geweld niet langer uit de weg te gaan.

Oekraïne: Zaterdag&cetera,pagina 14-17