Ivantsjoek blijft wonderlijk

Op het Plaza Nueva in het hartje van de oude stad van Bilbao is een glazen kooi gebouwd die het Aquarium wordt genoemd. Binnen zitten de schakers en buiten de commentatoren Leontxo Garcia, een Bask van oorsprong, en Susan Polgar, die het in het Spaans doet. Ook voor voorbijgangers die niet schaken is het een aardig gezicht, alsof ze in de dierentuin zijn.

Het aquarium wordt geacht geluiddicht te zijn, maar tijdens de eerste ronde zei Anand dat hij ieder woord van Garcia kon horen. Het zal hem niet geholpen hebben bij zijn partij, want Anand spreekt wel vloeiend Spaans maar waarschijnlijk geen Baskisch, een taal die zo moeilijk is dat een Franse reiziger in de 17de eeuw schreef: „Men zegt dat ze elkaar kunnen verstaan, maar dat geloof ik niet.” Garcia schijnt na de klacht van Anand zijn stem gedempt te hebben.

Dit is de finale van de Grand Slam, wat wil zeggen dat de deelnemers de uitblinkers zijn van de toernooien in Wijk aan Zee, Linares en Sofia. Het zijn Anand, Ivantsjoek, Carlsen, Topalov, Aronian en Radjabov.

In Bilbao beroemt men zich op het sterkste toernooi uit de schaakgeschiedenis; zelfs als het waar zou zijn, zal het trotse record maar kort blijven bestaan, want door de ratinginflatie kan tegenwoordig ieder jaar een ‘sterkste toernooi uit de geschiedenis’ worden georganiseerd.

Sterk zijn de deelnemers ongetwijfeld en vechtlustig ook, zodat het beslist niet nodig was geweest wat ze in Bilbao doen om de strijdlust te stimuleren: in navolging van de voetbalwereld levert een overwinning 3 punten op, een remise 1 punt en een nederlaag niets.

Na twee ronden stond Magnus Carlsen bovenaan door een overwinning op Aronian en een remise tegen Vasili Ivantsjoek, die zich hier weer van zijn wonderlijkste kant liet zien.

In de eerste ronde dacht Ivantsjoek tegen Anand met een pion meer verontrustend lang na. Kende hij het tijdschema niet? Dat kon toch niet waar zijn, maar het was wel waar. Hij dacht dat hij bij iedere zet wat extra seconden zou krijgen, wat in veel toernooien gebeurt, maar in Bilbao niet.

Pas op de 58ste zet ging hem een licht op en besefte hij de ramp. Hij had nog 24 seconden om een eindspel met torens en dames uit te spelen dat nog heel lang kon duren. Geschrokken bood hij remise aan en Anand was zo vriendelijk om het aan te nemen.

Een dag later dacht Ivantsjoek na de twaalfde zet van Carlsen, 12...a6, veertig minuten na. Had hij zich niet voorbereid? Die zet was dit jaar al drie keer eerder gespeeld door Carlsen en hij was ook voorgekomen in het toernooi in Sotsji, waar Ivantsjoek zelf had meegedaan.

Na de partij deed Ivantsjoek, die nooit liegt, de verbluffende uitspraak dat de zet nieuw voor hem was geweest. Hij blijft ons verbazen.

Vasili Ivantsjoek - Magnus Carlsen, Bilbao

1. e4 c5 2. Pf3 d6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 g6 6. Le3 Lg7 7. f3 Pc6 8. Dd2 0-0 9. Lc4 Ld7 10. 0=0-0 Tc8 11. Lb3 Pe5 12. Kb1 a6 Nu dacht Ivantsjoek 40 minuten na. 13. The1 Het diepe denken is niet voor niets geweest. Hij komt met een nieuwe zet. In Anand-Carlsen, Mainz 2008, kwam wit gewonnen te staan na 13. h4 h5 14. g4 hxg4 15. h5 Pxh5 16. Tdg1 Da5 17. Lh6 Txc3? 18. Lxg7 Kxg7 19. Txh5, maar zoals ik toen in deze rubriek aangaf – zei hij met enige trots – had zwart 17...Lf6 moeten doen. Met die zet won Radjabov later in Sotsji een fraaie partij van Karjakin. 13...b5 14. Lh6 Lxh6 15. Dxh6 Txc3 Vrijwel zonder nadenken bracht Carlsen dit standaardoffer. 16. bxc3 a5 17. f4 Dit leidt tot vlijmscherp spel. Na het kalme 17. a3 zou zwart positionele compensatie voor de kwaliteit hebben. 17...Peg4 18. Dh4 a4 19. Lxf7+ Ook 19. h3 zou tot onoverzichtelijke complicaties leiden. 19...Txf7 20. e5 Pd5 21. e6

Een gepeperde stelling. Er staan drie zwarte stukken in. 21...Pxc3+ Met 21...Txf4 had hij er twee kunnen redden, maar dan zou 22. exd7 Pge3 (of 21...Dxd7 22. Pe2) 23. Dh3 gunstig voor wit zijn. 22. Kc1 Hierna wordt het geforceerd remise door eeuwig schaak. Om op winst te spelen had hij 22. Ka1 moeten doen, met als mogelijk vervolg 22...Lxe6 23. Pxe6 Dc8 (dreigt een mataanval met 24...Dc4) 24. Td4 Pxa2 en nu de mooie stille zet 25. Dh3, waarmee wit de dame in de verdediging brengt en bovendien na 25...Dxc2 26. Df3 zelf mat dreigt. De computer komt vrij snel met deze variant, maar voor een mens is het erg moeilijk, ook doordat er nog allerlei nevenvarianten zijn. 22...Lxe6 23. Pxe6 Da5 24. Dxg4 Pxa2+ 25. Kb2 Dc3+ 26. Kxa2 Niet 26. Kb1 a3 en wit zou mat gaan. 26...Dxc2+ 27. Ka1 Dc3+ 28. Kb1 Db3+ 29. Ka1 Dc3+ Remise