In plaats van rooksignalen

Eindelijk komt het eraan: een mobieltje voor doven. Erin tetteren heeft geen zin. Maar je kunt er wel gebaren op maken naar elkaar. En met open mond, frons of zwoele blik laten zien dat je verbaasd, boos of verliefd bent.

Het meisje op dit dovenmobieltje zegt: Ik (links) wil niet (linksmidden) naar school (rechtsmidden) vandaag (rechts).foto’s bas czerwinski
Het meisje op dit dovenmobieltje zegt: Ik (links) wil niet (linksmidden) naar school (rechtsmidden) vandaag (rechts).foto’s bas czerwinski

Telefoon betekent zoiets als geluid-van-ver, praten-over-grote-afstand. Veel mensen denken dat zulke telefonie heel modern is, maar hij is eigenlijk zo oud als de wereld. Langs de Franse kust had je een paar eeuwen terug bijvoorbeeld om de zoveel kilometer torens staan. Daarop stonden semaforen, beweeglijke borden waarmee je bij een invasie naar de toren verderop kon seinen. “Die vijfduizend Britse schepen waarvan jullie zeggen dat ze die niet hebben, die hebben ze wel!” konden ze dan bijvoorbeeld ‘zeggen’. En Indianen gebruikten rooksignalen: “Uch, uch.” Mobiele ‘telefonie’ is alleen maar een logische ontwikkeling.

Toch is er een groep mensen die er sinds de semafoor en de rooksignalen juist op achteruit is gegaan: de doven en slechthorenden. Met een trilsignaal kun je wel horen dát iemand belt, maar hoe hard die persoon ook in het mobieltje tettert, voor de dove blijft het stil. En daarin gaat de universiteit van Washington verandering brengen.

Onderzoekers van die Amerikaanse universiteit hebben namelijk een computerprogramma geschreven voor telefoontjes met een beeldschermpje en een cameraatje. Daarmee kunnen twee doven tegelijkertijd via gebarentaal met elkaar praten. Die gebarentaal ken je wel: de mevrouw die bij het nieuws voor doven en slechthorenden in de lucht tekent en bekken trekt, praat gebarentaal.

Doven konden natuurlijk al met elkaar ‘telefoneren’ door te sms-en. Maar volgens de eerste gebruikers van deze dovenmobieltjes is het beeld een hele verbetering ten opzichte van teksten. Want bij gebarentaal kun je ook lichaamstaal gebruiken. En voor het laten zien van verbazing, boosheid, plezier en verliefdheid is niets zo geschikt als een open mond, een frons, een hoofd in de nek, of een zwoele blik.

Behalve de nieuwe software is er nog iets dat een gebarengesprek mogelijk maakt: de gegroeide bandbreedte van het telefoonnetwerk. Simpel gezegd: alle beeldinformatie moest eerst door een rietje wringen terwijl die nu door een tuinslang stroomt.

Er rest nog maar één klein probleempje: je kunt geen gebarentaal spreken met één hand.