In Fictie

De actualiteit is vaak een spiegel van de kunst. In een serie over life imitating art deze week de afkalving van onze privacy in het licht van 1984 (1949) van George Orwell.

‘De beste boeken vertellen je wat je al weet,’ luidt een van de vele oneliners uit Nineteen Eighty-Four. In de klassieke toekomstroman van George Orwell slaat het compliment op een verboden politiek geschrift dat door de hoofdpersoon Winston Smith stiekem gelezen wordt; maar het is ook een mooi commentaar op Orwells meesterwerk zelf. Zeker voor lezers anno 2008, die veel van wat erin beschreven wordt aan den lijve ondervinden. Telefoons worden afgetapt, elektronische brieven gelezen, gegevens gekoppeld; consumentengedrag wordt bijgehouden en geanalyseerd, de politie krijgt steeds verdergaande bevoegdheden, en overal hangen beveiligingscamera’s. Big Brother is watching you! is de praktijk van alledag, en modern Nederland is de teleschermen en de denkpolitie van Air Strip One (oftewel Groot-Brittannië in het jaar 1984) ver voorbij.

Maar wordt nog erger, stelde de schrijver en Gouden-Stropwinnaar Charles den Tex afgelopen dinsdag in een groot stuk op de Opiniepagina van deze krant. ‘Terwijl velen zich zorgen maken over de bescherming van hun privacy, blijkt dát allang niet meer het probleem; [...] het gaat erom dat anderen mijn identiteitsgegevens kunnen gebruiken om iets te doen wat ik helemaal niet wil, iets illegaals waarvoor ik kan opdraaien.’

Den Tex pleitte voor het aan banden leggen van de ‘ongebreidelde verzameling van gegevens’, en hij deed vooral een beroep op de overheid, die met de plannen voor OV-chipkaarten, het koppelen van bestanden in de jeugdzorg en het bewaren van e-mail ‘zelf de grootste aanjager van de gegevensgekte’ is. Welke risico’s dit in zich bergt, had hij eerder beschreven in zijn thriller CEL waarin een man het slachtoffer wordt van identiteitsfraude en de schuld krijgt van een misdadig auto-ongeluk waarmee hij niets te maken had.

Het is een scenario dat Orwell in zijn roman uit 1949 niet heeft uitgewerkt. Hij was een ziener, hij voorspelde dat de mens in de toekomst niet meer dan een nummer zou zijn, maar hij kon zich niet álles voorstellen. Zo klampen de hoofdpersonen van de roman, de geliefden Winston en Julia, zich vast aan het feit dat de Partij (oftewel de achterban van Big Brother) niet in hun geest kan kijken. Maar die laatste vesting lijkt het nu ook te begeven, zoals iedereen weet die afgelopen maandag het televisieprogramma De Wereld Draait Door zag. Minister Ronald Plasterk gaf daarin commentaar op een wetenschappelijk experiment waaraan hij zich onlangs had onderworpen. Er waren mri-scans van zijn hersenen gemaakt die nauwkeurig zijn primaire reacties op diverse plaatjes in kaart brachten – van een broodje kroket (veel respons) tot Wim Kok (niets). Je mag dan een god zijn in het diepst van je gedachten, voor de nieuwe Grote Broers houd je niets verborgen.

Pieter Steinz

George Orwell: 1984. Vert. Tinke Davids. Athenaeum-Polak & Van Gennep, € 22,95.