Grote steden dwars over geld jeugdzorg

Amsterdam, Rotterdam en de regio Haaglanden weigeren mee te werken aan het plan van minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) om de wachtlijsten in de jeugdzorg versneld weg te werken. Ze vinden dat ze te weinig geld krijgen van de minister.

Dat schreef Rouvoet gisteren aan de Tweede Kamer. Eergisteren maakte de minister bekend dat hij dit jaar en volgend jaar samen met de provincies ongeveer 180 miljoen euro extra wil besteden om de wachtlijsten in de jeugdzorg eind volgend jaar jaar te hebben weggewerkt.

Rouvoet besloot dit nadat bleek dat het aantal jongeren op de wachtlijsten in het tweede kwartaal was gestegen van 3.600 naar 3.900. Een kwartaal eerder daalde dat cijfer nog. Aanvankelijk wilde Rouvoet dat er pas in 2011 een einde zou komen aan de wachtlijsten.

Daarom steken de minister en de provincies veel extra geld in de jeugdzorg. Bovendien vinden zij dat Amsterdam, Rotterdam en Haaglanden jaarlijks 2 à 3 miljoen euro hieraan moeten bijdragen, maar deze gemeenten zeggen daar ernstige bezwaren tegen te hebben. De gemeentebesturen zeggen dat ze voor volgend jaar al te weinig geld krijgen voor de uitvoering van de jeugdzorg.

De Rotterdamse wethouder Leonard Geluk (Jeugd, CDA) reageerde verontwaardigd op de vraag van Rouvoet om meer investeringen. „Wij investeren al enorm veel in risicojeugd. Het is Rouvoet die de grote steden met de wachtlijsten laat zitten. Jeugdzorg is een taak van de minister. We vinden dan ook dat hij zelf met dat geld moet komen.”

Ook is de Rotterdamse wethouder niet te spreken over de manier waarop het geld voor de jeugdzorg wordt verdeeld. Nu is het zo dat het gebied met de langste wachtlijst het meeste geld krijgt, stelt Geluk. „Dat zou moeten gaan naar het gebied waarin de meeste risicokinderen wonen.”

De grote steden staan achter het streven om eind volgend jaar geen kind langer dan negen weken op zorg te laten wachten. Rouvoet denkt dat hij alsnog afspraken kan maken met de steden.

Rouvoet verwacht van provinciebesturen „meer en scherpere” prestatieafspraken met zorgaanbieders, schreef hij gisteren in zijn brief aan de Tweede Kamer. Tot die conclusie kwam de minister na gesprekken met de provincies.