Een wegkapitein die zichzelf wegcijferde voor anderen

Negentien jaar lang was Maarten den Bakker profwielrenner, maar eerder deze week besloot hij te stoppen. „Ik liet best leuke dingen zien.”

Foto Bas Czerwinski ==== 15-03-2004, HEENVLIET. MAARTEN DEN BAKKER.FOTO BAS CZERWINSKI
Foto Bas Czerwinski ==== 15-03-2004, HEENVLIET. MAARTEN DEN BAKKER.FOTO BAS CZERWINSKI

„Een lekker stukkie fietsen, en het is nog gezond ook”, zei Maarten den Bakker vlak nadat hij vorig jaar op zijn 38ste als derde was geëindigd bij het Nederlands kampioenschap wielrennen op de weg. Om hem heen stond de wielerwereld in brand. De ene dopingaffaire volgde op de andere, iedereen ruziede met iedereen. In één zin relativeerde Den Bakker alles terug tot de essentie.

Geen overdreven heldenverhalen voor de boerenzoon uit Abbenbroek, op het Zuid-Hollandse eiland Voorne-Putten. De een werkte op het land, de ander op de fiets. Wat was het verschil? En als je er geen zin meer in had, moest je stoppen. Zoals hij afgelopen week deed tijdens de Ronde van Duitsland, van het ene op het andere moment. Veel ophef hoefde daarover niet worden gemaakt. Maar intussen was Den Bakker ondanks zware tegenslagen wel negentien jaar profwielrenner, één van de besten van zijn generatie bovendien.

Na een nationale titel bij de amateurs in 1989 tekent hij een profcontract bij de roemruchte PDM-ploeg, met toprenners als Sean Kelly, Raoul Alcala en Erik Breukink. Als tweedejaars eindigt hij als vijfde in de prestigieuze rittenkoers Tirreno-Adriatico, waarin hij ook het jongerenklassement wint. „Ik liet best leuke dingen zien.” Terwijl vooral in Zuid-Europa het verboden wondermiddel epo steeds breder ingang vindt in de topsport, beult Den Bakker zich tegen de wind in ouderwets af op de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden. Maar hoewel hij steeds dichterbij de top komt, gaat het volgens de jarenlang met grote successen verwende Nederlandse wielervolgers niet snel genoeg. „Patatgeneratie”, klinkt het smalend.

Een dag voor de start van de Tour de France van 1994 in Lille krijgt Den Bakker, die dan voor TVM rijdt, te horen dat zijn zus is omgekomen bij een auto-ongeluk. Geen Tour, maar na de begrafenis wel direct weer keihard trainen. Om vervolgens een rit te winnen in de Tour de l’Avenir en als tiende te eindigen in de Ronde van Lombardije. Hij behaalt in de vriendenploeg van Cees Priem ook toptienklasseringen in klassiekers als Luik-Bastenaken-Luik en het Kampioenschap van Zürich. In 1996 wordt hij voor het eerst nationaal kampioen bij de profs.

De doorbraak naar de wereldtop volgt als hij in 1998 overstapt naar de Raboploeg. Na een vierde plaats in de Waalse Pijl en een negende in Luik-Bastenaken-Luik grijpt hij in de Amstel Gold Race net naast de zege, als hij een sprint-à-deux verliest van de Zwitser Rolf Jaermann. Een jaar later schittert Den Bakker in een barre Waalse Pijl, waar hij na een lange ontsnapping pas op de Muur van Huy moet passen tegen Michele Bartoli. Vier dagen later blijft hij de Italiaanse klassiekerspecialist in Luik voor in de strijd om de derde plaats.

Na een tweede nationale proftitel krijgt hij een zware klap in de Tour de France van 1999. Rabo neemt geen enkel risico na alle dopingaffaires het jaar ervoor, gaat zonder ploegarts Geert Leinders en de gebruikelijke medische verzorging naar Frankrijk en is nergens. „Je had het gevoel of je elke dag op de slachtbank werd gelegd.”

Toch haalt Den Bakker Parijs, zoals hij al zijn negen Tours uitrijdt. Door zijn jarenlange trainingsbasis blijft hij ook de jaren daarna goed presteren. Maar het gevoel wordt minder en minder.

Tijdens de Driedaagse van De Panne 2002 knapt het lijntje. Den Bakker krijgt te kampen met een zware depressie. „Ik wou gewoon van de wereld af, klaar.” Maanden later krabbelt hij op en begint samen met vriendin Ellen op Voorne-Putten weer een beetje te fietsen. Een jaar later volgt een comeback in het profpeloton, en zelfs een nationale titel tijdrijden. Meer en meer ontwikkelt Den Bakker zich tot wegkapitein, die zichzelf wegcijfert voor anderen.

Na een jaar Milram tekent hij in 2007 voor het bescheiden Skil-Shimano. Hij blijft plezier halen uit harde trainingen met oud-ploegmaten Steven de Jongh, Michael Boogerd en zijn vrienden van vroeger. Na een topseizoen besluit hij nog één jaar door te gaan. Zijn laatste generatiegenoot in het peloton, Fabio Baldato, stopt in augustus. Den Bakker een paar weken later.

Wat hij gaat doen? „Ik zie het wel”, zei hij onlangs op de Wateringse Wielerdag. „Je hoort tegenwoordig overal dat er werk zat is.” Hij zal het zelf niet zeggen, maar het zou gek zijn als in de Nederlandse wielersport niemand meer gebruik zou maken van de kennis en ervaring van Maarten den Bakker.