Een rapper voor de rijke, een rapper voor de arme

Sandocan zingt voor het establishment. MCK speelt voor het volk. Twee hiphoppers aan weerszijden van de barricaden bij de eerste Angolese verkiezingen in 16 jaar.

Een van de vele verwoeste gebouwen in de stad Huambo, het Dresden van Angola. Zes jaar na het einde van de burgeroorlog is de wederopbouw nog in volle gang Foto AFP ==== An Angolan man walks trough a destroyed building in Humbo, in south-western Angola, on September 2, 2008. The ruling Popular Movement for the Liberation of Angola (MPLA), which has been in power since independence 33 years ago, will compete in the legislative poll against 13 coalitions and political parties including main opposition Union for the Total Independence of Angola (UNITA). Presidential elections are scheduled for next year. AFP PHOTO/GIANLUIGI GUERCIA
Een van de vele verwoeste gebouwen in de stad Huambo, het Dresden van Angola. Zes jaar na het einde van de burgeroorlog is de wederopbouw nog in volle gang Foto AFP ==== An Angolan man walks trough a destroyed building in Humbo, in south-western Angola, on September 2, 2008. The ruling Popular Movement for the Liberation of Angola (MPLA), which has been in power since independence 33 years ago, will compete in the legislative poll against 13 coalitions and political parties including main opposition Union for the Total Independence of Angola (UNITA). Presidential elections are scheduled for next year. AFP PHOTO/GIANLUIGI GUERCIA AFP

De zilverkleurige Toyota V8, een slagschip op wielen, staat geparkeerd voor zijn nieuwe bungalow waar de tuinman op zijn hurken het grasperk bijknipt. Op de tv-schermen in de autostoelen draait hiphopper Sandocan tijdens het rijden zijn videoclips. Je zou zweren dat je in een Amerikaanse rijke suburb was, en niet in Luanda, de hoofdstad van Angola.

Een kleine twintig kilometer verderop in dezelfde stad zit rapper MCK op de betonnen rand voor de krapbemeten woning die hij deelt met zijn moeder en een nicht. Buurtkinderen springen slootje over het open riool dat door de onverharde steeg loopt. Het stinkende, cholera- verspreidende afvalwater is het enige stromende water in Margoso, de sloppenwijk waar MCK (spreek uit emseekappa) woont.

Na 27 jaar burgeroorlog is het sinds 2002 vrede in Angola. De bodemrijkdom stuwt sindsdien de economie tot ongekende hoogten. Dat is vooral te danken aan de olie: het zuidelijk Afrikaanse land is inmiddels de grootste exporteur van olie in Afrika. In 2007 groeide de economie er met 21,1 procent, wat het land een van de snelst groeiende economieën ter wereld maakt. Toch bungelt Angola onderaan de ‘Human Development Index’ van de VN, waarin, onder andere, de armoede en levensverwachting van de bevolking van een land in kaart wordt gebracht. 68 procent van de Angolezen moet rondkomen van minder dan 1 dollar per dag en één op de vier kinderen haalt het vijfde levensjaar niet.

Onvoorstelbare rijkdom en uitzichtloze armoede gaan in Angola hand in hand. Deze twee werelden weerspiegelen zich in de muziek in de Angolese hoofdstad, met Sandocan en MCK als vertegenwoordigers. De populaire rappers zijn in alles elkaars tegenpool. Nu de eerste verkiezingen sinds 1992 eraan komen, zien ze zich allebei betrokken bij de politieke strijd. Of ze willen of niet.

Zaterdagavond, elf uur op het strand voor Miami Beach, een van de dure clubs in Luanda. Sandocan – kleding oversized zoals een hiphopper betaamt – zingt Marcus toe. Marcus viert zijn vijftiende verjaardag in dit luxe etablissement, eigendom van de oudste dochter van president Dos Santos. Een kinderfeestje waar ijsemmers met champagne op de lange tafels staan. De tieners maken foto’s van elkaar met hun iPhones en kijken verveeld om zich heen, alsof ze het allemaal al eerder hebben gezien. Dat pa voor zijn jarige zoon een van de beroemdste rappers van het land laat opdraven, lijkt ze niet te verbazen.

„Een goede gig”, zegt Sandocan een paar dagen later over het verjaarspartijtje. „Twintig minuten optreden voor 2.000 dollar.” Hij zit onderuitgezakt op de leren bank in zijn woonkamer in de nieuwbouwwijk Nova Vida. Ooit waren hier musseques, informeel gegroeide wijken met nauwelijks voorzieningen waar arme Luandezen woonden. Maar die zijn eraf gegooid om plaats te maken voor welgestelde stadsgenoten. Zo ontstond in het zuiden van de hoofdstad een rijkeluisenclave.

De oase van rijkdom is ook achtergrond van Sandocans muziek. Op zijn cd Tubarão Branco, Witte Haai, poseert hij als zakenman in pak met duur horloge, dikke sigaar in de ene hand en het allernieuwste model mobiele telefoon in de andere. De nummers gaan over uitgaan, het effect van een avond te veel whisky-cola en het type vrouw waar hij van houdt (Damas gordas – dikke dames).

Het is simpelweg het leven dat de Angolees kent. „Ik maak rapmuziek, maar ben niet zoals die Amerikaanse gangsta-rappers. Ik kom niet uit de achterbuurt en groeide niet op in armoede. Dat maakt mijn muziek anders. Ik kan niet invoelen wat die jongens hebben doorgemaakt, het zou fake zijn als ik daarover zou zingen.”

Toen in de jaren negentig de burgeroorlog in Angola oplaaide, stuurde zijn vader die onderminister van Transport was, zijn gezin naar Zuid-Afrika. Het Angolese onderwijs is zo slecht, dat het onder de elite gewoonte is de kinderen in het buitenland te laten studeren.

In Kaapstad begon Michel da Silva Valentin, zoals Sandocans echte naam luidt, samen met zijn broers muziek te maken. Slechts af en toe kwam hij voor een vakantie terug naar Angola. „We hadden geen idee wat er hier aan de hand was.” Pas sinds een klein jaar woont hij weer in zijn geboorteland, waar hij in sommige opzichten net zozeer een buitenlander is als een bezoekende westerse journalist. Hij heeft geen idee welke kandongueiro je moet nemen, de blauw-witte minibusjes die door Luanda scheuren bij wijze van openbaar vervoer, om van de binnenstad naar zijn woonwijk te komen. Laat staan dat hij een voet zet in de krottenwijken waar het gros van de stedelingen ploetert om te overleven.

In zo’n wijk speelde zich MCK’s jeugd af. Bairro Margoso is een chaotische verzameling lage huisjes waartussen een labyrint van steegjes kronkelt. Op sommige plekken staan de bouwsels zo dicht bij elkaar dat je je tegen de muur moeten drukken om een passant langs te laten. Op elke kruising zitten groepjes jongemannen te niksen – meer dan de helft van de Angolezen is werkloos. Vrouwen bieden op gammele houten tafels hun koopwaar aan: gedroogde vis, hoopjes bonen, lucifers.

Als de 27-jarige rapper langswandelt, klinken enthousiaste begroetingen. ‘Kappa’, zoals hij kortweg wordt genoemd, is een lokale beroemdheid. Op menig muur prijkt graffiti met zijn naam, op één gevelschildering staat hij zelfs geportretteerd tussen Bob Marley en Che Guevara.

Hij wijst naar het gestileerde portret, met een grijns die het midden houdt tussen trots en verlegenheid. „Ik ben me ervan bewust dat ik een rolmodel ben geworden. Het aantal jongeren uit mijn jeugd dat uiteindelijk ging studeren, is op een hand te tellen. Mijn meeste jeugdvrienden zijn al dood, die ben ik verloren aan de criminaliteit en aan drugs. Ik heb geluk gehad, hield als kind van lezen en mijn moeder spaarde om boeken voor me te kopen. Mijn leven laat zien dat er een andere toekomst is dan die van misdaad, alcohol en prostitutie.”

Als jongetje begon hij eind jaren tachtig met breakdancen. Zo kwam hij in aanraking met Amerikaanse rapmuziek van Tupac Shakur en Snoop Dogg. Hoewel beïnvloed door de Amerikaanse hiphop, klinken Afrikaanse invloeden in zijn muziek, van Bonga, de beroemde Angolese zanger met de schorre stem, tot de ritmes van de Nigeriaanse Fela Kuti. „Veel rappers hier imiteren de Amerikanen, tot en met de dure kleren en dikke auto’s in de clips. Ik wil bij mijn Afrikaanse wortels blijven.”

Maar wat Kappa’s nummers het meest onderscheidt, is de inhoud. Ongezouten zegt de Angolees waar het op staat en bekritiseert hij de politiek. In het nummer Siléncio também fala, komt het allemaal aan bod. De elite die zich verrijkt met oliedollars terwijl het merendeel van de Angolezen veilig drinkwater ontbeert; de politiek die zich enkel druk maakt om Luanda en de overige zeventien provincies vergeet; de kinderen met vergeelde haren van de ondervoeding. „Dit land heeft geen bazen, het is van ons allemaal”, zingt MCK. „Verhef je stem!” Maar je stem verheffen wordt in Angola niet op prijs gesteld.

De MPLA, ooit begonnen als bevrijdingsbeweging en al sinds de onafhankelijkheid van Portugal in 1975 aan de macht, bemoeit zich met alle aspecten van het Angolese leven. Wie iets wil bereiken als zakenman, jurist of muzikant, moet vriendjes zijn met deze politieke partij. De poppodia, de muziekproducenten en de media hebben allemaal lijntjes met de MPLA. En de partij is niet gediend van kritiek.

„Iedereen die het niet eens is met de machthebbers wordt gecensureerd”, zegt de rapper. Daarom klinken Kappa’s maatschappijkritische teksten nauwelijks op de radio. Bij de radiostations – ook de zogenaamd private die niet officieel in handen zijn van de overheid – circuleren zwarte lijsten met nummers die in de ban zijn en MCK’s muziek staat er steevast op. „Er komen journalisten naar me toe die zeggen: ‘Ik vind je muziek geweldig, maar durf het niet te draaien, want dan word ik ontslagen’.”

De muzikant ontvangt bij tijd en wijle bedreigingen. Telefoontjes waarin iemand zegt: „Als je doorgaat met die muziek, dan overleef je het niet. We weten waar je woont.” Zeker maakt dat hem bang: „Angst is een natuurlijk instinct. Maar mijn moed is groter, omdat het doel van een beter Angola voor iedereen dat ook is.”

Na de onafhankelijkheid van Portugal in 1975 vlogen de verschillende Angolese bevrijdingsbewegingen elkaar in de haren. De MPLA zwaaide de scepter in Luanda maar werd van alle kanten bestreden, met name door Unita, de rebellenbeweging van Jonas Savimbi. Het geweld verergerde doordat Angola toneel werd van de Koude Oorlog: de Cubanen en in mindere mate de Russen steunden de oorspronkelijk marxistisch-leninistische MPLA, de VS stonden aan de kant van Unita.

Democratisering kwam pas op de wereldagenda toen het Oostblok uiteen was gevallen. In 1992 schreef de MPLA voor het eerst verkiezingen uit in Angola. Met een fatale afloop: Unita erkende de uitslag niet en Angola viel terug in een burgeroorlog. Pas met het overlijden van Unita-leider Savimbi in 2002 kwam er ruimte voor een vredesakkoord. Het land was toen volledig verwoest.

Donderdag en gisteren gingen de Angolezen naar de stembus, voor de eerste parlementsverkiezingen sinds zestien jaar. De herinnering aan het debacle van 1992 maakte veel kiezers kopschuw. Het overheersende gevoel is onmacht en het idee dat de uitslag al vastligt, zegt MCK: „Wie kan investeren, gaat de verkiezingen winnen. Die macht, economisch en politiek, ligt bij de kliek rondom de president.” Eduardo dos Santos, met een ambtsperiode van 27 jaar een van ’s werelds langstzittende presidenten, is niet geneigd die macht uit handen te geven. Toch blijft Kappa optimistisch: „Deze verkiezingen zijn een eerste stap. Onze democratie is in een embryonale fase. Ze heeft tijd nodig om te groeien.”

Het is de wekelijkse Open Mic Night in Bahia – iedere rapper mag het podium op. De meeste bezoekers van het restaurant aan de baai van Luanda zitten echter te wachten op het traditionele sluitstuk van de vrijdagavond. Dan maakt MCK zijn opwachting. In het dagelijks leven maakt de magere rapper met zijn verschijning – altijd iets te nette kleding en een voorkeur voor colbertjes die hem nog hoekiger maken – weinig indruk. Maar op de bühne verandert zijn uitstraling, alsof hij daar pas echt tot zijn recht komt. De rapper bespeelt zijn publiek virtuoos en wisselt humor af met bijtende teksten in het Portugees.

Hij schampert over Angola’s rijken die „lijden aan de ziekte van de ijdelheid” en vraagt zich af wat het jeugdbeleid is van de regering. Maar ja, besluit hij rappend, wie durft de machthebbers daarop aan te spreken? Immers: „Wie kritiek levert, belandt in de gevangenis.” Het kleine publiek van het informele miniconcert joelt steeds luider zijn instemming met Kappa’s politieke observaties. Na afloop verdringen de jonge mensen zich om hem heen. Een klap op de schouder, bijval, een opgestoken duim: hier wordt zijn maatschappijkritiek in ieder geval op prijs gesteld.

In tegenstelling tot MCK houdt collega-muzikant Sandocan zich verre van politieke uitspraken, maar dat betekent niet dat hij zich afzijdig kan houden van de politiek. Succes blijft in Angola nooit onopgemerkt.

Zeker populaire artiesten worden ingezet in de campagne. De MPLA organiseert propagandaconcerten in de provincie en gaat er voetstoots vanuit dat de muziekwereld meewerkt, vertelt Sandocan: „Dan gaat de telefoon en krijg je te horen dat je volgend weekend voor ze moet optreden in Huambo. Ze vragen niet eens of je al iets te doen hebt. Als de MPLA je belt, dan ga je. Weigeren is geen optie, dan is het afgelopen met je carrière. Kijk maar naar MCK. Hij is een revolutionair: beroemd, maar hij kan bijna nergens optreden. Dat krijg je als je hier de waarheid zegt.”

Sandocan heeft andere aspiraties dan Kappa: hij wil zo snel mogelijk rijk worden en weg uit Angola. Voor MCK betekent de verkiezingsstrijd meer bedreigingen aan zijn adres. Voor Sandocan betekent die meer inkomsten: „De verkiezingen zijn een zegen voor muzikanten, want de partij heeft ons nodig. Voor een optreden voor de MPLA krijgen we 10.000 dollar betaald, veel meer dan bij gewone gigs. Wat mij betreft mogen er nog wel een paar verkiezingsrondes komen.” Wel probeert de rapper de druk te weerstaan om pro-MPLA-teksten te maken. „We hebben ook fans in de oppositie, die willen we niet verliezen.”

Hoezeer de MPLA ook zijn tentakels in alle gelederen van de maatschappij heeft uitgeslagen, de muziekkeuze in de kandongueiro heeft ze niet in de hand. De bestuurders van de minibusjes in de hoofdstad zijn dé mensen om muziek bij te pluggen, zonder tussenkomst van de gevestigde orde. De vaak al lang opgeblazen speakers in de plafonds verwringen weliswaar de klanken, maar de ontelbare, altijd volgepropte voertuigen vormen een ideaal platform voor muzikanten. Hier klinkt MCK’s muziek wel.

Zo kwam Kappa’s eerste cd, in eigen beheer uitgegeven met zelf gekopieerde hoesjes, tot het publiek. Lino, chauffeur van een pendelbusje tussen het Luandese stadscentrum en het vliegveld, heeft de plaat helemaal grijs gedraaid. Hij beschrijft hoe de passagiers immer luidkeels instemmen met Kappa’s kritische songteksten.

„Het volk laat zich niet bedotten. Ze weten ook wel dat de meeste zangers zijn gekocht door de MPLA”, antwoordt hij op de vraag wie volgens hem Angola’s populairste artiest is. „Misschien hoor je MCK niet op de radio, maar hij is de muzikant die de Angolezen waarderen. MCK é fixe, hij is oké.” Wie een opiniepeiling zou houden in de minibusjes zou verbazingwekkend veel stemmen voor MCK als nieuwe president verzamelen, verzekert Lino.

Kappa grinnikt als hij hoort van de informele opiniepeiling door de busbestuurder. „Mensen zeggen me wel vaker dat ik president moet worden.” Heeft MCK aspiraties in die richting? „Lidmaatschap van een politieke partij in Angola corrumpeert: een deel van de mensen zit erbij om er zelf beter van te worden. Dat geldt ook voor de oppositie. Daarom wil ik vooralsnog onafhankelijk blijven. Maar wie weet... In de wet staat dat je minstens 36 moet zijn om je kandidaat te stellen voor het presidentschap. Ik ben nu 27. Ik heb nog alle tijd om na te denken.”