Een brug te ver

Met `Swaab over hersenen` in Zaterdag & cetera wordt een prijzenswaardige poging gedaan de leek vertrouwd te maken met aspecten van de moderne neurobiologie. De column `De 21 gram` over de ziel was voor professor Swaab echter een brug te ver en zet de reputatie van NRC Handelsblad als kwaliteitskrant op `t spel. Nu kan die wel wat hebben en de column staat gelukkig niet in de Wetenschap bijlage.

Professor Swaab voert een willekeurig aantal denkers en rituele gebruiken uit de geschiedenis ten tonele die volgens hem iets met `de ziel` en het veronderstelde voortbestaan hiervan te maken hebben. Hij is verre van volledig (zo wordt Plato niet genoemd en worden de Egyptenaren niet vermeld! ), maar hij verzuimt bovendien te omschrijven wat onder ziel en het voortbestaan ervan door de tijden heen werd verstaan.

Een enkel voorbeeld. Voor Aristoteles, die door professor Swaab wordt genoemd, is ziel (psuchè) geen onderdeel van een levend ding. Een ziel is voor Aristoteles niet een stukje spirituele stof geplaatst in het levende lichaam; maar is meer een samenstel van vermogens, capaciteiten of `faculteiten`. Aristoteles raadt ons echter aan om niet te veel tijd te besteden aan algemene omschrijvingen, maar ons te concentreren op de verschillende functies van de ziel, dus precies wat professor Swaam doet in zijn conclusie dat `de geest het resultaat is van het functioneren van onze 100 miljard hersencellen`. Hij gebruikt in dit verband echter de term `geest` in plaats van `ziel`. `Ziel` houdt voor Aristoteles echter méér levensfuncties in dan alleen die van de hersencellen, maar ook voeding, voorplanting, waarneming, beweging, denken, zoals die in verschillende gradaties voorkomen bij planten, dieren en de mens. Ze komen tijdens hun ontwikkeling geleidelijk tot stand.

Voor Aristoteles bestaat er geen vraagstuk van de `eenheid` van lichaam en ziel. `Ziel` is voor Aristoteles eenvoudig niet iets dat afzonderlijk, buiten het lichaam, kan overleven.

Maimonides, evenals de meesten van zijn Arabische Aristotelische tijdgenoten, was dezelfde opvattingen toegedaan.

De opvattingen van Aristoteles hebben vroege katholieke denkers, zoals Thomas Aquinas sterk beïnvloed. Zo was het menselijk embryo voor hen niet vanaf de aanvang van zijn ontwikkeling meteen `menselijk, maar was er sprake van een zogenaamde `uitgestelde hominisatie` , een opvatting die de vroege katholieke geschiedenis heeft gedomineerd en reeds door Augustinus werd ingenomen.

Ik zal het bij dit voorbeeld laten om duidelijk te maken dat de materie ingewikkelder is dan Professor Swaab die voorstelt. Hij is te vrijmoedig door de cultuurgeschiedenis gegoogled en komt zodoende met oppervlakkige argumenten tot een voor de hand liggende slotsom. Hiermee doet hij de neurobiologie geen goed. Als een goede schoenmaker kan hij zich beter bij zijn leest houden door geen uitstapjes te maken buiten zijn vakgebied en zich te concentreren op het `neuron` en zijn lezers iets vertellen over wat dit precies is en hoe die 100 miljard neuronen met elkaar zoiets als `geest` tot resultaat kunnen hebben.