De echte vraag is welke kerncentrales er komen

Of Nederland zal besluiten tot de bouw van een of meer kerncentrales is eigenlijk niet meer de vraag. Geopolitieke overwegingen, toekomstige schaarste aan fossiele brandstoffen en klimaat- en milieuproblemen zullen het kabinet, liefst het huidige, ertoe nopen die politiek gevoelige stap te zetten.

CDA-fractieleider Van Geel heropende deze week de discussie. Onder meer het conflict tussen Rusland en Georgië had hem tot de conclusie gebracht dat al te grote afhankelijkheid van de Russen als gasleveranciers ongewenst is, alternatieve energiebronnen „keihard nodig” zijn en kernenergie domweg niet kan worden gemist. De verwijzing naar Rusland was omineus. Rusland is een van de vier landen waarmee Nederland een bijzondere energierelatie wenst op te bouwen. Althans: dat staat in het Energierapport dat het kabinet op 18 juni publiceerde. Een van de nog onbeantwoorde vragen is of, bij voortgaande bekoeling van de relatie tussen Rusland en het Westen, Nederland zo’n nauwe band zal blijven nastreven. Overigens zijn de andere drie landen Saoedi-Arabië, Algerije en Kazachstan, dus moraliteit speelde al geen doorslaggevende rol.

Het pleidooi van Van Geel was niet zo verrassend. Als staatssecretaris van Milieu pleitte hij in 2006 al vurig voor de bouw van een kerncentrale en zorgde hij ervoor dat Borssele nog zeker tot 2033 in bedrijf blijft. Bovendien hebben CDA-bewindslieden als Van der Hoeven (Economische Zaken) en Verhagen (Buitenlandse Zaken) niet nagelaten kernenergie op de binnenlandse agenda te houden, na de nogal loze opmerkingen daarover in het regeerakkoord.

Dat Van Geel bedrijven opriep vast het initiatief tot de bouw van een kerncentrale te nemen, prikkelde de huidige minister van Milieu, Cramer (PvdA), prompt tot de reactie „voorbarig”, maar met het oog op de politieke verhoudingen was het zeker zo interessant dat ter linkerzijde van de PvdA het taboe op kernenergie is vervluchtigd. SP-leider Kant liet weten weliswaar nog niet voor de bouw van kerncentrales te zijn, maar dat dit standpunt voor verandering vatbaar is.

Trouwens, ook binnen de PvdA schuiven de panelen. De voormalige minister van Milieu, Alders (1989-1994), meent dat het terugdringen van broeikasgassen als CO2 niet zonder kernenergie zal lukken. En ook de huidige PvdA-minister is geen absolute tegenstander. Cramer zou op zijn vroegst in 2030 met de bouw van kerncentrales willen beginnen, liet zij dit voorjaar weten. Dat jaartal komt niet uit de lucht vallen. Vrij algemeen wordt aangenomen dat reactoren van de vierde generatie, die veiliger en duurzamer zullen zijn dan de moderne centrales die her en der (Finland, Frankrijk) in aanbouw of gepland zijn, omstreeks 2030 gebruiksklaar zijn.

Timing is dus cruciaal, zeker als bedacht wordt dat er tussen een besluit om een kerncentrale te bouwen en de ingebruikname ervan zo’n vijftien jaar zit. Het zal straks dus vooral ook gaan over de vraag voor welk type kernreactor moet worden gekozen. Uiteraard met inachtneming van de voornaamste, in gewicht overigens afnemende, bezwaren die tegen kernenergie zijn aan te voeren: de afvalproblematiek en de veiligheidsrisico’s.

Ook kernenergie zal overigens maar voor een beperkt deel in de energiebehoefte kunnen voorzien. Een keuze voor kernenergie maakt daarom de zoektocht naar andere, exploitabele en milieuvriendelijke, energiebronnen niet minder noodzakelijk.