De droomkeuken en de rapmuziek

Sociologen onderzochten amerikanisering in Nederland. Conclusie: we houden meer van de stijl dan van de inhoud. Dirk Vlasblom

Nederland staat meer open voor Amerikaanse tv dan Italië, Polen en Frankrijk. Boven Fragment uit de Amerikaanse televisieserie ‘The Sopranos’ Links ‘Friends’. Onder De rappers Salah Edin (foto) en Ali B.Foto’s AP en Bas Czerwinski. ==== 26-04-2007, ALPHEN AAN DEN RIJN. SALAH EDIN.FOTO BAS CZERWINSKI
Nederland staat meer open voor Amerikaanse tv dan Italië, Polen en Frankrijk. Boven Fragment uit de Amerikaanse televisieserie ‘The Sopranos’ Links ‘Friends’. Onder De rappers Salah Edin (foto) en Ali B.Foto’s AP en Bas Czerwinski. ==== 26-04-2007, ALPHEN AAN DEN RIJN. SALAH EDIN.FOTO BAS CZERWINSKI

De toogdagen van Democraten en Republikeinen zijn weer voorbij. Hill en Bill verzoenden zich met Obama, de oude senator uit Arizona koos Miss Congeniality uit Alaska als running mate en intussen geselde Gustav de Golfkust. Een wervelende realityshow, die de Nederlandse media versloegen met een mengeling van geestdrift en verwondering. Politieke waarnemers waren er ook, van de PvdA tot de VVD. Hun commentaar: mooi hoor, die persoonlijke verhalen van worstelen en bovenkomen, maar die Amerikaanse droom is niet helemaal de onze. De vorm dwong meer respect af dan de inhoud.

Nu Nederland zich weer eens vergaapt aan ‘Amerikaanse toestanden’ geeft het vakblad Sociologie die titel mee aan een themanummer (2-3/2008) over amerikanisering. Veertien amerikanisten en sociale wetenschappers laten hun licht schijnen over de tegenstrijdige invloeden van de Verenigde Staten op het vaderland.

‘Amerikaanse toestanden’, aldus redacteuren Jaap Kooijman en Giselinde Kuipers, verwijst naar wat wij hier over het algemeen níét willen: een claimcultuur waarin mensen elkaar om elk wissewasje voor de rechter slepen; marktwerking in de gezondheidszorg; torenhoge salarissen en bonussen in het bedrijfsleven; tachtig tv-kanalen vol reclame en een persoonlijkheidscultus in de politiek.

Toch nemen Nederlanders ook een voorbeeld aan de VS. Het bedrijfsleven omhelst Amerikaanse managementmethoden; wetshandhavers volgen steeds vaker een beleid van zero tolerance en in academia gelden Yale en Harvard als modellen. Rita Verdonk, die Nederland graag van vreemde smetten vrij houdt, laat zich inspireren door de Amerikaanse stijl van politiek bedrijven. En in de populaire cultuur zijn de VS niets minder dan het beloofde land.

ACCULTURATIE

Amerikanisering is een speciaal geval van wat antropologen ‘acculturatie’ noemen: cultuurverandering onder invloed van langdurige aanraking met een andere cultuur. Dit is zelden een kwestie van gelijk oversteken. In een groot deel van de niet-westerse wereld voltrok het acculturatieproces zich binnen een koloniale verhouding, zodat culturele beïnvloeding vooral eenrichtingsverkeer was. De VS kunnen hun wil en daarmee hun cultuur niet opleggen aan Europa. Maar gezien de ongelijke economische machtsverhoudingen spreken sommigen van ‘cultureel imperialisme’.

In het themanummer van Sociologie worden verschillende aspecten van amerikanisering belicht: stripverhalen; films en tv-programma’s; droomkeukens als wapen in de Koude Oorlog; popcultuur en politiek. Die deelstudies verduidelijken hoe amerikanisering in zijn werk gaat. De Amerikaanse cultuur was geen dwingende invloed van buitenaf, die Nederlanders passief hebben ondergaan. Ze hebben zich die cultuur actief, maar selectief toegeëigend en hebben er al doende iets van gemaakt waarin ze zichzelf herkennen. Dat proces van toe-eigening komt neer op vernederlandsing van Amerikaanse cultuurelementen (zie kader).

Hoewel de diplomatieke betrekkingen al dateren van de Amerikaanse Revolutie en hoewel de Republiek geld stak in deze opstand tegen de maritieme erfvijand Engeland, heeft Nederland nooit veel opgehad met de VS als staatsrechtelijk model. D66 heeft ooit geprobeerd het districtenstelsel weer in te voeren om, naar Amerikaans voorbeeld, de band tussen kiezer en gekozene te versterken. Vergeefs, memoreert historicus Doeko Bosscher, ‘de beoogde personalisering van de politiek ging de meeste kiezers veel te ver.’ Dat kan veranderen als de personalistische formule-Verdonk aanslaat.

Voor Nederlanders zijn er twee Amerika’s: de natiestaat die VS heet en een denkbeeldig ‘Amerika’ dat niet geografisch valt af te bakenen, dat we kennen van Hollywood, Las Vegas en MTV en dat onderdeel is geworden van onze eigen populaire cultuur. De blootstelling aan de Amerikaanse massacultuur begon in het Interbellum, in de vorm van populaire muziek (jazz, de charleston), bioscoopfilms (Gone with the Wind) en stripverhalen (Perry Winkle alias Sjors van de Rebellenclub). De deftige cultuurpessimist Johan Huizinga waarschuwde al in 1929 voor een ‘gewichtig verschuivingsproces in onze beschaving: de verplaatsing van het lezen naar het kijken’. De dagelijkse aanraking begon pas na de Tweede Wereldoorlog, met de komst van de televisie. Die viel samen met het uitbreken van de Koude Oorlog, toen de VS zich opwierpen als tegenwicht voor het communisme. En Amerikaanse televisie was meteen een ijkpunt: tv zoals het hoort. Als ergens sprake is van acculturatie door dominantie, dan is het in de ether.

DIEPTEPUNT

Giselinde Kuipers vergelijkt in het themanummer van Sociologie amerikanisering via de buis in Nederland, Frankrijk, Italië en Polen. De verschillen in uitkomst liggen niet aan de culturen van die landen en zijn ook geen kwestie van variërende ‘amerikafilie’. In Frankrijk viel de doorbraak van Amerikaanse programma’s naar primetime, zo’n vijf jaar geleden, samen met een dieptepunt in de houding van de Fransen tegenover de VS. Het is vooral een kwestie van marktstructuren, van verschillen in gevoerd cultuurbeleid en uiteenlopende maten van gewenning bij het publiek.

Amerikaanse tv-bedrijven spelen de rol van oligarchen. De interne markt is zo groot dat zij hun forse investeringen moeiteloos terugverdienen. En ze halen extra inkomsten uit de verkoop van hun programma’s in het buitenland tegen relatief lage prijzen. Televisie maken is duur. Voor kleinere landen is het te kostbaar om de zendtijd geheel te vullen met eigen producties. Zij zijn dan ook aangewezen op aankoop van vooral Amerikaanse programma’s.

HARDERE DEALS

Toen de nationale monopolies van publieke zenders in de jaren tachtig werden doorbroken door onderling concurrerende commerciële stations, konden de Amerikanen veel hardere deals sluiten, zoals de verkoop van hele pakketten. De privatisering van de ether heeft de opmars van Amerikaanse tv op de Europese markt versneld. Van de vier landen die Kuipers onderzocht, bleek Nederland het meest open te staan voor Amerikaanse televisie. Dat begon al in de jaren vijftig, vanwege de kosten en een relatief sterke oriëntatie op de VS. Een bijzonderheid van het Nederlandse bestel was de verzuiling. Iedere zendgemachtigde had zijn eigen stukje Amerika. De Vara had Love Boat, de NCRV de Cosby Show en de eo de vrome pioniersserie The Little House on the Prairie. Die voorsortering droeg bij tot gewenning van het Nederlandse publiek aan Amerikaans aanbod. En die gewenning hielp de weg bereiden voor meer van hetzelfde in een deels geprivatiseerd bestel. Zo leidde amerikanisering tot meer amerikanisering, schrijft Kuipers. In alle vier de landen prefereren kijkers tv-producties van eigen bodem overigens verre boven Amerikaanse programma’s.