De droom van WANDERS

Topdesigner Marcel Wanders wil van Amsterdam een creatieve topstad maken. In zijn nieuwe studio in de Jordaan begint hij deze maand een grote designgalerie en een restaurant. ‘Het moet een creatieve huiskamer van Amsterdam worden.’

Marcel Wanders beeld Krijn van Noordwijk topdesigner Vormgever
Marcel Wanders beeld Krijn van Noordwijk topdesigner Vormgever Noordwijk, Krijn van

Ik wil het ambitieniveau op het gebied van de creatieve industrie in Amsterdam naar een hoger plan tillen. Dat betekent dat je op een andere manier naar de stad moet kijken.

‘Het begon er mee dat ik een grotere studio voor mijn ontwerpbureau zocht. Een grote horizonale ruimte, want we zijn ook een horizonale organisatie. Ik wil geen verticaal gebouw waar iedereen op een verdiepinkje bezig is met een projectje. Nee, iedereen moet langs kunnen lopen, elkaars dingen zien, zodat er contact is. Dan heb je een creatieve omgeving. Zulke ruimtes zijn moeilijk te krijgen in Amsterdam.

‘Zo kwamen we bij een voormalige oude school, een Regionaal Opleidings Centrum aan de Westerstraat in de Jordaan in Amsterdam. Dat is nu onze nieuwe studio. En meer. Eind september, begin oktober, beginnen we met publieksactiviteiten. Het Westerhuis, zoals we het noemen, moet een instelling worden waar iedereen die van cultuur houdt langs gaat als hij Nederland bezoekt. Om onze nieuwste design- en cultuurshows te zien. Om bijzonder te eten. We willen een creatieve huiskamer van Amsterdam zijn, vol activiteiten. Die ook voor mensen die hier wonen en werken interessant is. Met ons pand willen we de creatieve industrie hier ondersteunen.

‘Ik merkte dat ook andere mensen uit de creatieve industrie problemen hebben goede ruimtes te vinden. Je wilt niet alleen een lokaal waarvoor je de huur betaalt. Maar een plek waar je een gezamenlijkheid voelt. Vandaar dat we ook ruimte bieden aan andere bedrijven, bureaus en ontwerpers.

‘Op de begane grond hebben we publieksruimtes. Niet alleen gaan we daar een designgalerie maken, waar we steeds andere designontwerpen uit de Moooi-collectie (Moooi is het mede door Wanders opgerichte meubelbedrijf waarvan hij de artdirector is, red.) presenteren, in combinatie met kunst en design uit de hele wereld. Foto’s van Erwin Olaf. Klassiek design uit Tokio, antieke meubels. En zo voorts. Maar we gaan volgens dat Moooi-concept ook een restaurant opzetten.

‘Voor onze Moooi-collectie werken we met gearriveerde topontwerpers. En we brengen voortdurend werk van startende toptalenten. Dat idee willen we uitbreiden naar het restaurant concept. We willen chefs van toprestaurants uit de hele wereld vragen. Jamie Oliver, de chefs van El Bulli in Spanje. We willen ze vragen of we steeds twee maanden in ons restaurant een speciaal gerecht van hen mogen maken: een signature plate. Moooi-dining willen we dat noemen.

‘Dan kun je dus op topniveau een gerecht van een internationale chef bij ons eten. Maar in de keuken staan ook toptalenten van de chefsopleiding uit Nederland. Die kunnen dan bijvoorbeeld een bijzonder dessert ontwerpen. Op die manier krijg je een soort postdoctorale-chefkokopleiding. We werken er nog aan. Die aanstaande toppers krijgen bij ons werk, en meteen een opleiding.

‘Dus topdesign en topeten in één gebouw. Steeds nieuwe exposities. Veel activiteiten.

‘En dat is het begin. Ik wil meer van zulke activiteiten ontplooien. We hebben bij voorbeeld de voormalige openbare bibliotheek aan de Prinsengracht in Amsterdam gekocht. Dat willen we, zoals het Westerhuis, samen met mijn partner Aedes vastgoed, ontwikkelen. Hoe precies, dat is nog niet helemaal uitgekristalliseerd. Studioruimtes, misschien een designhotel erbij. Het is nog te vroeg daar definitief iets over te zeggen. Ook daar willen we de creatieve industrie in Amsterdam op topniveau een impuls geven.

‘Ik heb heel lang als kunstenaar met een verrekijker op mijn voorhoofd rondgelopen. Ik was volledig gericht op het buitenland en had geen klanten in Nederland. Maar doordat die mogelijkheid kwam voor een groter studio, heb ik ineens meer focus op wat hier in Amsterdam allemaal gebeurt. Dat opent nieuwe perspectieven. ‘Ik werk nog steeds zeer internationaal. Maar Amsterdam is de basis. Ik wil Amsterdam niet spiegelen aan New York of zo. New York is tien keer zo groot als Amsterdam. Dat levert niks op, op die manier denken.

‘We hebben nu het inzicht dat we als Europa niet langer de industrie van de wereld kunnen zijn. We moeten de bedenkers van de wereld worden. De creatieven moeten het doen. Vandaar dat zoveel steden in Europa de ambitie hebben om dé creatieve stad van de wereld te worden. Daar is Amsterdam niet alleen in, maar zij maakt er wel meer aanspraak op. Om dat te laten zien ben ik bezig aan een boek over de creatieve geschiedenis van 750 jaar Amsterdam, een fantastische bloemlezing van de Amsterdamse creatieve erfenis die volgend jaar uitkomt.

‘Als je werkelijk een belangrijke creatieve stad wil worden, moet je anders denken over de stad. Je kunt niet verwachten dat boekhouders de creatieve stad maken. Zoals ik al zei: de creatieven, de kunstenaars, de vernieuwers, moeten dat doen. Dat voel ik echt als mijn verantwoordelijkheid. Ik zie mogelijkheden. Kansen. Dan ben je ook verantwoordelijk, vind ik. Opportunity creates responsibility. Om die reden heb ik een club van twaalf creatieven uitgenodigd om samen met regelmaat plannen te maken over Amsterdam. Zoals een artdirector een bedrijf kan positioneren, zo moeten wij als artdirectors ook aan de positionering van de stad bijdragen. Je moet grootstedelijke gedachten durven ontwikkelen.

‘Neem de grachtengordel. Die is al vierhonderd jaar hetzelfde. En het water in de grachten is nog steeds vies. Waarom eigenlijk? Waarom is het water in de grachten niet zo schoon dat je de bodem kunt zien? Zo schoon dat je er in zwemmen kunt? Dat zou toch fantastisch zijn, de hele Prinsengracht of de hele Keizersgracht een groot openluchtzwembad: Amsterdam als het grootste zwembad van de wereld. Met vlonders waar je zonnen kunt. Niet een klein stukje van een gracht, nee een hele gracht, of de hele grachtengordel. Dom idee, zullen sommige mensen zeggen, kan toch niet. Maar dom is juist slim.

‘Je moet zo groot en anders denken dat andere mensen zeggen: jemig, waarom doen wij zoiets niet. Op die manier kost het niet alleen iets, maar levert het ook echt wat op. Bij voorbeeld in het centrum van Amsterdam een heel grote nieuwe molen bouwen, van twintig of dertig verdiepingen hoog. Waarbij de wieken en zonnepanelen zoveel wind- en zonne-energie opwekken dat het hele red light district er stroom van kan krijgen. Of van Pampus een party-eiland maken, met topvoorzieningen, waar je vanuit de stad met een boot heen gebracht wordt.

‘Ik vind het erg leuk om me als kunstenaar met het bedenken en realiseren van zulke plannen bezig te houden. Ik blijf natuurlijk stoelen ontwerpen. Maar dat kan ik al, en op deze manier over projecten voor de creatieve stad denken, dat is nieuw voor me, dat is onbekend terrein. En dat spreekt mijn creativiteit aan. Ik ontwikkel me als kunstenaar bezig te houden met dingen die ik nog niet kan.

‘Half september beginnen we met de eerste publieksactiviteiten in het Westerhuis. We hebben het gebouw een facelift gegeven. Die is grotendeels klaar. We gaan in september ruimte bieden aan een expositie van kunstenaars uit dertien landen, die allemaal met utiliteitsdesign uit hun land een installatie maken. Dat is onderdeel van de Designbiënnale. We gebruiken daar de ruimte voor waarin later het restaurant komt. Of we de Moooi-galerie dan al kunnen openen, is nog de vraag. Maar we streven naar begin oktober.