Danig verveelde types in ‘The Wild Party’

Musical The Wild Party, door M-Lab. Gezien: 4/9 in M-Lab, Amsterdam. Aldaar t/m 20/9. Inl. 020-4350940, www.m-lab.nl

M-Lab, de musicalbroedplaats in Amsterdam Noord, is door de Raad voor Cultuur aangemerkt als subsidiabele basisvoorziening. In het theater worden proefvoorstellingen van nieuwe musicalideeën geënsceneerd die wellicht ooit in het grote ongesubsidieerde circuit passen, en af en toe ook eigen producties van niet-commercieel muziektheater naar buitenlands voorbeeld. Zoals deze maand de eerste Nederlandse versie van de Amerikaanse musical The Wild Party die acht jaar geleden vierenvijftig keer is gespeeld in een klein theater in de schaduw van Broadway en daardoor een cultachtige status kreeg.

The Wild Party, geschreven en gecomponeerd door Andrew Lippa, is gebaseerd op een episch gedicht van Joseph Moncure March uit de jaren twintig – een vrijmoedige vertelling uit de losgeslagen dagen van de Drooglegging in Amerika, met twee uitgebluste echtelieden, een party die hun wederzijdse lusten weer moet doen oplaaien en een driehoeksverhouding die bijna een vierhoeksverhouding wordt met een dodelijk schot als finale.

In de door Koen van Dijk vertaalde en geregisseerde voorstelling zindert wel iets door van het dansen op de vulkaan dat Lippa blijkbaar wilde vertonen. Maar het is mij met de beste wil van de wereld niet gelukt om deze personages ook maar bij benadering interessant te vinden. Ze dienen zich aan als danig verveelde types die languissant, ladderzat of beide zijn. Tot alle cynisme plotseling als sneeuw voor de zon verdwijnt en de emoties niet meer tot bedaren kunnen komen. Zo veel drastische dramatiek trekt dit schetsmatige verhaaltje echter uit het lood. En dat ligt wat mij betreft niet aan de hoofdrolspelers Lone van Roosendaal, Alex Klaasen, Anouk van Nes en Ara Halici. Zij leggen niet alleen hun hele ziel en zaligheid, maar ook hun respectabele musicaltalenten in de karakters. Dat moet aan het origineel liggen.

The Wild Party is geënsceneerd als kamermusical zonder visuele opsmuk, waarin Lippa's muziek – soms bluesy, vaak frenetiek – met showflair wordt gespeeld op piano, bas, drums en sax. Van Dijks vertaling getuigt van souplesse („je drinkt totdat de voorraad slinkt / of de politie komt”), maar is hier en daar minder lenig dan het Amerikaans. „Wat is haar mysterie?” is geen spreektaal, het oorspronkelijke What is it about her? wel. En „hoe die man mijn ziel beroert” klinkt evenmin naar het gespierde idioom dat destijds in dit milieu werd gebezigd.

Maar belangrijker is dat deze mensen mij ook in een nog betere vertaling onverschillig zouden hebben gelaten.