Caissière blijft buiten aanpak topinkomens

Duurbetaalde fiscalisten die zich plotseling het lot aantrekken van caissières. Staatssecretaris De Jager schamperde in de Kamer dat hij sterk twijfelt aan die sociale bewogenheid.

Net voor de zomer kregen de deelnemers aan bedrijfsspaarregelingen een stevige waarschuwing. Een nieuwe wet om exorbitante topinkomens in te dammen, zou zelfs de caissière met een aandelenspaarplan van haar bedrijf binnen het bereik van torenhoge heffingen brengen. Kiene belastingadviseurs hadden dat uitgezocht.

Ook de directeur-grootaandeelhouder (dga) van een klein bedrijf kon gemakkelijk in de fuik zwemmen die het kabinet uitzet voor mensen die buitensporig salaris opstrijken. Donderdag in de vroege uurtjes van de nacht konden de alarmlichten weer uit. Staatssecretaris van Financiën Jan Kees de Jager (CDA) overtuigde de Tweede Kamer dat caissières noch dga’s iets te vrezen hebben van de maatregelen die onder meer zijn bedoeld om enkele fiscale constructies van de managers van opkoopfondsen de nek om te draaien.

Dat deed de staatssecretaris met schamperende opmerkingen over plotseling opbloeiende sociale betrokkenheid van belastingadviseurs bij het fiscale lot van caissières. In het negen uur durende en soms geëmotioneerde debat moesten de belastingadviseurs het trouwens verscheidene malen als kwade genius ontgelden. De PVV en de VVD presenteerden nog wel twee alternatieve plannen van kantoren voor belastingadvies om de reparatiewetten te verbeteren.

Volgens andere Kamerleden bevatten die evenwel listige opzetjes om de regeling ernstig uit te hollen. Voor de VVD’er Frans Weekers bleef er toen weinig anders over dan zijn amendement tot praatstuk af te waarderen.

Van de linkse oppositie had De Jager meer last. Die toonde aan dat de maatregelen vooral symbolische waarde hebben; belastingadviseurs hebben al de constructies klaarliggen om ze te ondergraven. Dat deerde PvdA-woordvoerder Paul Tang niet. Wat hem betreft, gaat het vooral om wetgeving met een „normoverdragend karakter”.

Exuberante beloningen worden maatschappelijk niet geaccepteerd. Het bedrijfsleven had de kans met de code-Tabaksblat zelf orde op zaken te stellen. Nu dat niet is gebeurd, escaleert de zaak een treetje hoger en grijpt de wetgever in. Hij wil dat het kabinet op dezelfde manier de opkoopfondsen de wind uit de zeilen neemt.

Minister van Financiën Wouter Bos waarschuwde de Tweede Kamer niet alle opkoopfondsen over één kam te scheren. Er is het ‘type sprinkhaan’ waarvoor in de politieke discussie Lion Capital, de nieuwe eigenaar van de HEMA, model staat. Maar Wouter Bos kan de Kamer „tegenover iedere vorm van dubieus investeringsgedrag minstens één en soms twee of drie voorbeelden noemen van bedrijven die buitengewoon veel baat hebben gehad van de overname door een private-equityfonds”.

Hij noemde Peijnenburg, Stork, Mosa en Hoogovens. „Bedrijven die profiteerden van de sanering die de opkoopfondsen voor hun rekening namen. Goed voor de werknemers, de werkgelegenheid, de innovatie en uiteindelijk voor Nederland”, aldus Bos.

De opkoopfondsen die het kabinet aanpakt, halen het vermogen dat bijvoorbeeld de HEMA als buffer aanhield, uit het bedrijf. Door dat leegzuigen komt de HEMA acuut in geldnood. Daarom stort Lion Capital de eerst bij de HEMA weggehaalde oorlogskas voor een deel naar het bedrijf terug als lening. De rente die de HEMA daarover moet betalen, levert een fiscale aftrekpost op. De winstgevende HEMA is daardoor op slag fiscaal verliesgevend.

Door zo’n verlies hoeft geen belasting te worden betaald. Sterker nog, de fiscus moet de over eerdere jaren al ontvangen belasting terugbetalen. Het kabinet gaat deze praktijk aanpakken, waarschijnlijk met een onlangs door drie fiscale hoogleraren aangedragen idee: negeer in de belastingaanslag alle rente die binnen een concern heen en weer wordt geschoven. Dan is in elk geval het oneigenlijke fiscale voordeel er voor de bekritiseerde private-equitymaatschappijen van af.

Dit raakt alle bv’s. Vooral familiebedrijven die op de volgende generatie overgaan kunnen het moeilijk krijgen. Maar de vennootschapsbelasting zou van 25,5 naar 20 procent kunnen dalen.

Aertjan Grotenhuis

Zie ook: nrc.nl/geld