Bemoeienis met andermans kind bepleit in advies

Ouders moeten andere ouders aanspreken op de opvoeding van hun kinderen. De overheid moet initiatieven daartoe financieren, om kindermishandeling tegen te gaan.

Dit staat in het komende week te presenteren advies aan minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling en de Raad voor Volksgezondheid en Zorg. Rouvoet had om het advies gevraagd als materiaal voor zijn nog te schrijven Gezinsnota.

Volgens de Utrechtse hoogleraar pedagogiek Micha de Winter en onderzoeker Krijn van Beek, mede-auteurs van het advies, kan kindermishandeling worden beperkt als de overheid investeert in informele sociale verbanden en contact tussen gezinnen. Dat is ten minste zo belangrijk als de miljoenen euro’s die het kabinet besteedt aan elektronische ‘kinddossiers’, ‘verwijsindexen’ en ambtelijke overlegstructuren.

De onderzoekers bepleiten investeringen in faciliteiten voor ouders om informeel samen te komen, bijvoorbeeld in peuterspeelzalen, verenigingen en scholen. Ook moet de overheid volgens Van Beek oude semi-informele netwerken nieuw leven inblazen, zoals de leraar die op huisbezoek gaat.

De Winter en Van Beek zeggen desgevraagd geen heil te zien in de steeds hardere overheidsingrepen in de opvoeding. De Winter: „Men investeert nu in signaleringsmethodes en risicotaxaties. Tegelijk zijn hulpverleners 60 procent van hun tijd kwijt aan vergaderen in plaats van te helpen.”

Ze verwerpen „overvalacties”, zoals onaangekondigd huisbezoek en uithuisplaatsing met de politie erbij, die jeugdzorg toepast bij het vermoeden van kindermishandeling. Vorig jaar stonden 29.000 kinderen onder toezicht, 3.000 meer dan in 2006. De Winter: „Opvoeding speelt zich af achter de gordijnen. Daardoor líjkt de instanties één middel te resteren als ze geen zicht hebben op wat er precies achter die gordijnen gebeurt: keihard ingrijpen.”