Basiskwaliteit

Het gaat nu in het onderwijs om uitblinken. Maar wat is er tegen middelmaat? ‘Leren leven is wat minder populair op het moment.’

Niet bij brood alleen. Daar gaan we weer met ons tasje, onze agenda en ons broodtrommeltje. De buurt knikt goedkeurend. ‘Het is welletjes, leraren. Ons grut popelt. En wij nog meer. Hebben jullie de kwaliteitsagenda voortgezet onderwijs 2008-2011 van mevrouw van Bijsterveldt al bekeken? Weg met de zesjes: hebben jullie er zin in?’

Rekenen en taal, uitblinken, verbetercultuur: de Hoftoren gonst ervan. 1040 uur en geen uur minder. Dat de examenleerlingen in regio noord al een voorsprong van 2 weken namen op de examenleerlingen van regio midden en dus kans hebben op een hoger examencijfer leidt niet tot leerlingenprotest. Ik ken ook geen onderzoek dat aantoont dat leerlingen met een korter examenjaar slechter scoren.

Niettemin, de kwaliteitsagenda ligt er. Mijn oog valt op een fotootje van een forse plattelander met pet en zeis die in een curieuze houding een kennelijk stadswichtje slootkanten leert schonen. Het plaatje illustreert de tekst: aandacht die wordt besteed aan burgerschapsvorming.

Au. Ik heb wel eens voorgesteld ouders een flinke som schoolgeld te vragen en met dat bedrag leerlingen per gehaald punt te betalen. Gegarandeerd dat rendement en kwaliteit toenemen, iedere leerling zal het bevestigen. Maar welke kwaliteit neemt toe? En wat beogen we met kwaliteit? Je maximaal ontplooien: waarom moet dat eigenlijk, van wie? Wat is er tegen de middelmaat? Middelmaat ten opzichte van wat?

Natuurlijk, wij willen goed geschoolde burgers die Nederland de komende decennia letterlijk en figuurlijk boven water houden. Mevrouw van Bijsterveldt benadrukt vooral het economisch belang van kennis. Maar we hebben ook mensen nodig die met vallen en opstaan zelf hebben leren denken, die creatief met kennis omgaan, die een ogenschijnlijk nutteloos intellectueel ‘focus’ hebben, die een geestelijke maatstaf hebben. Je kunt nog zo’n briljante gymnasiast zijn, hockey en golf spelen en toch zoals die jongeman in Utrecht onlangs het hoofd van een oud-leerling van me dusdanig met een kettingslot bewerken dat hij opnieuw moet leren praten. Dit soort jongens heeft iets niet geleerd. Dit soort jongens mist de basiskwaliteit: respect voor ander leven. Dit soort jongens ragt ieder weekend met pils en pillen in het lijf door de steden van ons land en zit over zo’n tien jaar misschien te beslissen op kwalititeitspluche over goed onderwijs.

Leren leren, leren kiezen, leren leven, dat was niet lang geleden in het kort de opdracht voor scholen. Leren leven is wat minder populair op het moment. De termen ‘gezondheid’ en ‘respect’ kom je niet tegen in de kwaliteitsagenda. De woorden ‘intellectueel’ en ‘moreel’ trouwens ook niet. Taal en rekenen, natuurlijk, maar het creëren van gemeenschapszin in een hedonistisch tijdsgewricht: dat is pas een uitdaging.

Ter gelegenheid van de dag van het respect, 15 november, organiseerde een collega vorig jaar een klassengesprek. Het belang van respect is voor iedereen gelijk, vonden zijn leerlingen. Iedereen is anders en dient toch als een gelijke te worden behandeld. Iemand in zijn waarde laten, iemands grenzen accepteren, iemands mening accepteren: dat vonden ze allemaal uitingen van respect. Elkaar pesten vonden ze respectloos. Roddelen ook. Wie respect krijgt kan zichzelf zijn. Als je dat niet kunt zijn, voel je je ellendig en sommige mensen worden daardoor geforceerd tot ‘nep’handelen, dingen doen die ze eigenlijk niet willen, bijvoorbeeld omdat ze door elkaar worden opgefokt. En gehoorzaamheid? Gehoorzaamheid vonden ze respect voor een hogere macht, zoals voor de leraar of voor God. Dat is respect voor iets omdat je er zelf geen controle over hebt. Echt respect is een vrijwillige daad. Dat kun je niet afdwingen.

Ze weten het wel, onze leerlingen. Dat sluit aan bij de mening van psycholoog Philip Zimbardo over het ontstaan van slecht gedrag in Wetenschap vorige week: ‘niet de appels zijn rot, het is de mand die rot is en de appels besmet.’

De mand ,dat is de groep, de situatie, de school. Leraren hebben invloed op groepsprocessen. Onderwijskwaliteit? Niet bij brood alleen.

Ja, ouders, daar gaan we weer. Laat jullie kinderen maar tot ons komen. Wij hebben er weer veel zin in.

Marijn Backer