Bankstellen voor VS blijven in China

Als de westerse economieën in een crisis verkeren, lijdt China daaronder. Maar volgens Chinese economen kan het land de wereld behoeden voor een harde landing. En dat zal het ook doen, uit eigenbelang.

Shanghai World Financial Centre building in seen in the background as two women walk down an old alley, August 29, 2008. China's tallest building, the 492-metre (1,614-ft) Shanghai World Financial Centre, is on track to reach 90 percent occupancy within a year despite worries over the economy, its developer and top shareholder said on Thursday. REUTERS/Aly Song (CHINA)
Shanghai World Financial Centre building in seen in the background as two women walk down an old alley, August 29, 2008. China's tallest building, the 492-metre (1,614-ft) Shanghai World Financial Centre, is on track to reach 90 percent occupancy within a year despite worries over the economy, its developer and top shareholder said on Thursday. REUTERS/Aly Song (CHINA) REUTERS

Wang Dongsheng werd er on-Chinees pessimistisch van toen deze zomer Amerikaanse orders achter elkaar werden geannuleerd. Sinds een paar maanden is zelfs de export naar de VS van zijn kunstleren bankstellen, met namen als Easy Living en verstelbare bureau- en tv-stoelen van het type Ego en Lazyboy nagenoeg stilgevallen.

Wang, een beginnende vijftiger en eigenaar-directeur van Waibo Furnitures in Wenzhou: „We beginnen ook hier last te krijgen van de hypotheekcrisis in Amerika. De tweede helft van het jaar wordt heel slecht voor ons. Dat is nieuw, want tot nu toe zijn we alleen maar gegroeid”. Zijn bedrijf staat op het uitgestrekte industrieterrein bij de havenstad in de provincie Zheijang, zes uur rijden ten zuiden van Shanghai.

Wenzhou en Zheijan kunnen beschouwd worden als barometer van de Chinese economie, want hier worden de meubels gemaakt voor Amerikaanse (en Europese) huishoudens, naast speelgoed, islamitische kledij, zonnebrillen en tuingereedschap.

Directeur Wang moet zijn chagrijn kwijt over de markt, de bureaucratie en de overheid. Hij heeft van de Chinese Nationale Meubelmakers Associatie te horen gekregen dat hij of zijn prijzen moet verhogen of zijn winstmarges moet verkleinen. „Nog minder marge dan één procent? Hoe doe je dat. Ik heb al 300 van de 800 werknemers naar huis gestuurd”, zegt hij. Was hij ook maar in de gezondheidszorg gegaan. En dan doelt hij niet op ziekenhuisbedden en rolstoelen, maar op opblaasbare sekspoppen en andere seksparafernalia die worden gemaakt door Aibo Health Care Appliances, waar een oom van hem eigenaar van is.

Somber stemmend is ook het dagelijkse nieuws in de Chinese financiële pers. Daarin wordt de afzwakking van de Chinese economie van 11,9 procent in 2007 naar 10 procent in het tweede kwartaal van 2008 bijna gepresenteerd als een recessie.

Volgens Wenzhou Rinbao, het plaatselijke dagblad, is er door de gedaalde export een hausse aan bedrijfssluitingen in de meubel-, textiel-, en speelgoedsectoren. Die daling is weer het gevolg van de opwaardering van de Chinese yuan ten opzichte van de dollar en sinds kort ook de euro, de hoge prijzen van grondstoffen en vooral de neergang van de Amerikaanse en Europese economieën. De exporteurs zijn zo in mineur, dat president Hu Jintao vlak voor de Olympische Spelen een soort inspectieronde maakte in delta’s van de Yangtze- en de Parelrivier.

In deze delta’s met de ‘fabrieken van de wereld’ is er volgens Dong Tao, hoofdeconoom van Credit Suisse in Hong Kong, inderdaad sprake van een „diepere en langer durende neergang” dan was verwacht. Dong Tao – wiens woorden door angstige investeerders worden verslonden – heeft in zijn rapport van 26 augustus onverwacht zijn prognoses van de Chinese groei naar beneden bijgesteld: van 9.6 naar 9,5 voor 2008 en van 9,6 naar 9,2 in 2009. De Chinese staatsmedia houden het nog steeds bij respectievelijk 10,5 procent en 10,1 procent.

De voorspelling van Dong Tao is gebaseerd op een enquête onder 138 exporterende internationale en Chinese bedrijven in de Yangtze- en Parelrivier-delta’s, waar 41 procent van de Chinese exportproducten wordt gemaakt, en een analyse van het scherp gedaalde energieverbruik in deze gebieden. De bedrijfsconsumptie van elektriciteit gaat in de delta’s gestaag omlaag en niet vanwege het tekort aan kolen. Dong Tao: „Van een groei van minder dan 10 procent worden de Chinese autoriteiten nerveus en daarom verhullen zij dat. Er wordt gezegd dat een groei van 9 procent of minder eigenlijk een recessie is in China. Zover is het nog niet, alhoewel ook wij ons voor de korte termijn niet zo comfortabel voelen.”

Dat onprettige gevoel wordt versterkt door het inzakken van de particuliere consumptie in China, enerzijds als gevolg van de beurs van Shanghai die op een jaar tijd meer dan gehalveerd is en anderzijds door de kilte op de vastgoedmarkt. Bij gebrek aan een sociaal vangnet en geschrokken van de beursdaling met meer dan 55 procent, houden Chinezen bij al het slechte nieuws hun geld vast. Grote uitgaven worden uitgesteld, er wordt gepot met het oog op ontslag. „Die stagnatie in de particuliere consumptie heeft ons enorm verrast”, erkent Dong Tao.

Shen Minggao, voormalig economische analist van Citibank en tegenwoordig financieel-economisch commentator van het alerte en opmerkelijk eigenwijze weekblad Caijing in Guangzhou (Kanton), vindt het een veel te zwartgallige prognose.

Shen: „Kalm aan, kalm aan, misschien heeft China een beetje last van wat post-Olympische blues. En het is waar dat zowel de export als de particuliere consumptie enigszins stagneert. Misschien is dat wel wat ze de Olympische vloek noemen, een apart soort kater. Maar de Chinese economie is fundamenteel in uitstekende vorm.”

Hij relativeert in de eerste plaats het belang van die particuliere consumptie. „Dat economische model staat in het ontwikkelingsland dat wij met honderden miljoen armen zijn, nog steeds in de kinderschoenen.” Pluspunt is dat de Chinese banken en staatsfondsen niet zijn meegezogen in de hypotheekcrisis in de VS. De vier grote banken hebben de afgelopen maanden hun relatief bescheiden belangen (30 miljard dollar in totaal) in de Amerikaanse hypotheekfinancierders Fannie Mae en Freddie Mac drastisch verlaagd.

En dat voorbeeld wordt volgens Chinese economen gevolgd door de Chinese staatsfondsen, die voor 350 miljard dollar aandelen en obligaties hebben van de wankelende hypotheekgiganten in de VS. Die staatsfondsen zijn, om de relaties met de VS niet te bemoeilijken en de dollar niet te verzwakken, uiterst zwijgzaam over hun slecht renderende dollarinvesteringen.

En tenslotte, zegt Shen Minggao, zullen de Chinese autoriteiten koste wat het kost voorkomen dat de groei van de economie onder de 9,5 procent zal uitkomen.

Caijing onthulde al voor de Olympische Spelen dat Peking een fiscaal stimuleringspakket ter waarde van 60 miljard euro (omgerekend met de laatste wisselkoers) in de steigers heeft staan. Daarnaast werd bekend dat investeringen ter waarde van bijna 5.000 miljard euro in elektriciteitscentrales, kerncentrales, spoor- en snelwegen, bruggen en nieuwe steden de komende vijf jaar versneld zullen worden uitgevoerd. De bedoeling is tussen nu en 2010 het spoorwegennet te verlengen met 12.000 kilometer en nog eens 550 nieuwe spoorwegstations te bouwen. De organisatie van de Olympische Spelen valt daarbij in het niet.

Shen: „Op ieder gewenst moment kan Peking de voet van de rem halen en vol gas geven, want de overheidsfinanciën zijn in orde, China heeft nauwelijks schulden, er is een enorme begrotingsoverschot als gevolg van toegenomen belastinginkomsten. En voorraden aan buitenlandse deviezen zijn gegroeid tot 1.800 miljard euro. Het zou goed zijn om die in te zetten om de neergang van de wereldeconomie op te vangen. En dat zal ook gebeuren.”

Ook professor Liu Yuhui die als hoofd van het economische onderzoekscentrum van de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen de regering adviseert, denkt dat de autoriteiten de Chinese economie, de Aziatische economieën en dus ook de wereldeconomie zullen behoeden voor een al te pijnlijke landing. „Een stimuleringspakket in stelling brengen is verantwoord, omdat de inflatie weer daalt. Wanneer dat zal gebeuren – dit of volgend jaar – is een kwestie van timing en marktomstandigheden”, zegt Liu.

Dat is in de eerste plaats goed nieuws voor de buren Japan, Korea en Taiwan. Het financiële persbureau Bloomberg meldde onlangs dat voor Komatsu, de Japanse maker van zware grondverzetmachines, China nu de belangrijkste buitenlandse afzetmarkt is geworden. Dat waren de Verenigde Staten.

Liu: „De Chinese autoriteiten willen een harde neergang van de Aziatische economie voorkomen. Een grote crisis zoals in 1997 is niet in belang van China.”

Chinese overheidsinvesteringen in infrastructuur betekenen ook goed nieuws voor de grondstoffenleveranciers in het Midden-Oosten (olie), Australië (aluminium, ijzererts, koper), Afrika (olie, ijzer, koper, zink, rubber) en Brazilië (aluminium, ijzer en koper). En niet te vergeten: de leveranciers van kernenergiecentrales, hoge snelheidstreinen, auto’s en milieutechnologie in Duitsland, Frankrijk, Japan en op onderdelen ook Nederland.

Economisch columnist Shen van Caijing: „Volgens mij heeft de onderzoeksdienst van Goldman Sachs het bij het rechte eind. Hoewel de Chinese groei zal afzwakken, is China een van de belangrijkste motoren van de wereldeconomie die in 2009 met 3,9 procent zal groeien. China heeft daarvoor ruim voldoende middelen en ook de politieke wil, al was het maar om sociale onrust in China zelf te voorkomen.”

Dat neemt niet weg dat de Chinese economie volgens professor Liu voor „enorme interne uitdagingen’’ staat. „Het besef is doorgedrongen dat wij – dertig jaar nadat leider Deng Xiaoping de economische hervormingen invoerde – op een kruispunt zijn aanbeland. De strategie tot nu toe was gebaseerd op het energie- en arbeidsintensieve exportmodel. Dat is zeer succesvol gebleken, maar de prijs is hoog”, aldus Liu in Peking. „Kijk maar naar de belasting van het milieu en de zorgwekkende kloof tussen arm en rijk. We moeten nu omschakelen naar een strategie die gebaseerd is op technologie, innovatie en tegelijkertijd moet de economie blijven groeien om miljoenen banen te scheppen. Dat gaat tijd kosten.”