Amsterdamse corps heeft zich jaren schuldig gemaakt aan misstanden

De heer Floris-Jan Bekkering geeft als insider zijn mening over ontgroening (Opinie & Debat, 30 augustus). De lezers hebben echter recht op betere informatie. Alle studentenverenigingen hebben een kennismakingstijd, KMT. Het Amsterdamsch Studenten Corps heeft daarna nog enige weken de dispuutsontgroeningen. En juist daar is het de afgelopen jaren tot weerzinwekkende excessen gekomen. Als Bekkering daarover zwijgt is hij óf een onnozele nitwit - dat hoop ik voor hem - óf hij misleidt de lezers bewust.

Jarenlang hebben alle opeenvolgende besturen en commissies, waarin ook diverse dispuutgenoten van Bekkering vertegenwoordigd waren, nagelaten in te grijpen. Leden van diverse meisjesdisputen en van heel wat jongensdisputen hebben zich schuldig gemaakt aan onvoorstelbaar wangedrag.

Ik zal niet citeren uit een lijst van bijna dertig gruwelijke voorbeelden. Als deze dingen waren gebeurd bij de commando`s zou dat de wereldpers hebben gehaald en waren er in Nederland hoge koppen gerold. In november 2007 werd het een aantal oud-leden te machtig en hebben ze actie ondernomen. De huidige senaat heeft dit opgepakt. Er is het afgelopen jaar veel overlegd met tientallen betrokkenen. Ook met de reünisten en met alle dispuutsbesturen. Het is ieder lid en ieder dispuut duidelijk dat wangedrag voortaan kan leiden tot langdurige of blijvende schorsing. Als de senaat het corps een dienst wil bewijzen, zal hij deze sancties moeten toepassen.

Nog erger dan de praktijken zelf is het volgende: het feit dat zovéél disputen en studenten jaren aan de excessen hebben meegedaan. Ze hebben niet geprotesteerd en niets ondernomen. Daders en slachtoffers hebben gezwegen - want klagen was op straffe van uitsluiting verboden. Dit alles zou als negatief punt op hun cv moeten worden vermeld.

Over het door hun eigen ontgroening gevormde karakter van al deze jaargangen studenten maak ik me geen illusies. Het is het tegenovergestelde van ”pogen hen boven zichzelf te laten uitstijgen”, zoals Bekkering schrijft.

Het blijft nodig om uiterst kritisch aandacht te schenken aan wat er gebeurt in álle studentenverenigingen en andere organisaties onder de naam inwijding of ontgroening.