Waarom wordt in veel kloosters bier gebrouwen?

Veel kloosters zijn beroemd om hun bieren, schrijft Arjen Hemelaar uit Haarlem. Waarom zijn ze ooit begonnen met het brouwen van bier? Bier heeft toch helemaal niets met de Bijbel te maken?

De relatie tussen monniken en bier gaat terug tot de zesde eeuw, toen de kloosterorde van de Benedictijnen werd gesticht, zegt bierkenner Henri Reuchlin van het Bierburo, dat verhalen over de biercultuur produceert. De monniken werkten op het land om in hun levensonderhoud te voorzien. Graan was belangrijk. „Een van de producten die men daarvan maakte, was bier”, zegt Reuchlin. „Water en melk waren vaak de oorzaak van epidemieën. Bier hield je gezond.”

Monniken zijn in al die eeuwen echte specialisten geworden, zegt Reuchlin. Sommige kloosterorden brouwen bier tot op de dag van vandaag. Bekend zijn de Trappisten, van bieren als La Trappe en Westmalle. Ze brouwen in zes Belgische en in één Nederlands klooster – abdij Koningshoeven in Berkel-Enschot.

De monniken brouwen nog altijd om in hun levensonderhoud te voorzien (en om goede doelen te steunen), niet uit commerciële overwegingen. Daarom is hun voorraad beperkt. „Ze kunnen meer brouwen, maar ze hebben die behoefte niet. Ze verdienen voldoende”, zegt Reuchlin. Dat leidt soms tot rare taferelen. Het bier van het klooster Westvleteren wordt door kenners al jaren gezien als het beste ter wereld. Het is zó populair dat er een biertelefoon is ingesteld. Je belt, geeft je kenteken door, en dan mag je over een tijdje een maximumaantal flesjes komen afhalen.

De monniken brouwen niet altijd meer zelf. In abdij Koningshoeven houden ze zich alleen nog bezig met geschenkverpakkingen, zegt brouwerijdirecteur Thijs Thijssen. „Volwaardig meedraaien is lastig als je zeven keer per dag in de kerk zit.” Toch is de invloed van de monniken nog groot. Ze houden toezicht, zijn eindverantwoordelijk en moeten voor elke verandering toestemming geven. Thijssen: „Of het nu gaat om reclame of een aanpassing in de receptuur, ze hebben altijd het laatste woord.”