De Vaticaanse moorden

De Vaticaanse moorden iedereen leest Lineke Nieber De Vaticaanse moorden (De Fontein, € 4,95) van David Hewson is een gruwelijk boek. Tijdens een bloedhete zomer wordt in Rome, in het Vaticaan in rap tempo een serie moorden gepleegd. De jonge rechercheur Nic Costa wordt op de zaak gezet. Hij ontdekt dat alle slachtoffers een relatie met professor Sara Farnese hebben gehad. Bovendien vertonen de moorden overeenkomsten met het martelaarschap van een aantal christelijke heiligen. Zo wordt er één gevild als Bartholomeus, een ander gegrild zoals de heilig verklaarde Lorenzo, weer een ander slachtoffer sterft de verdrinkingsdood, et cetera, et cetera. Waarom smullen lezers van dergelijke onsmakelijkheden? Natuurlijk, omdat er nu eenmaal mensen zijn die graag griezelen. En dat kan hier stiekem onder het mom van verantwoord griezelen. Want het werk bevat ‘een overvloed aan historische details’, schreeuwt de achterflap. Dat valt in werkelijkheid overigens vies tegen: afgezien van een aantal martelverhalen en de beschrijving van Caravaggio’s schilderkunst leert de lezer weinig over het historische Italië. Nee, belangrijker is in feite de zoektocht naar de dader, gecombineerd met een flinke dosis geweld. En daarbij wordt maar weinig aan de verbeelding overgelaten: villen alleen is niet eng genoeg, stap voor stap wordt beschreven hoe de dader het vel van zijn slachtoffer – ‘als een overtrek’ – van hem moet hebben afgetrokken, zonder hem te doden uiteraard, de martelaar moet wel zijn eigen lap huid kunnen zien voor hij sterft. Daarbij komt dat Hewsons Vaticaanse moorden op een slimme manier meelift met het succes van de semi-intellectuele culturele thrillers die tegenwoordig als reisgids dienen door het Louvre of het Vaticaan. Ook hier is sprake van een spannend plot met (kunst-)historische ingrediënten. De kernfiguren zijn afkomstig uit de academische wereld, bij Hewson getransformeerd tot de sexy professor en Femme Fatale Sara Farnesa. En net als bij De Da Vinci Code die een queeste beschrijft, waarbij de betrokkenen worden gedwarsboomd door een rooms-katholieke organisatie, wordt agent Nic Costa in De Vaticaanse moorden bij zijn zoektocht tegengewerkt door het Vaticaan, dat een schandaal buiten de publiciteit wil houden. Over dit semi-intellectualisme is natuurlijk al vaker geklaagd. Maar wat wel opvallend is, is de combinatie van intellectualisme en plastische onsmakelijkheden. Enerzijds was de plastische manier van verbeelden voorbehouden aan de B-film. Anderzijds werd ze gebruikt voor kunst waarin het draaide om de leegheid (Kill Bill-achtig) of om de pure l’art pour l’art (Greeneway). Zijn we nu zo afgestompt dat dit de nieuwe literaire middelen worden voor succesvolle boeken of berust dit alles op een vergissing. Laten we hopen op het laatste. Lineke Nieber
De Vaticaanse moorden iedereen leest Lineke Nieber De Vaticaanse moorden (De Fontein, € 4,95) van David Hewson is een gruwelijk boek. Tijdens een bloedhete zomer wordt in Rome, in het Vaticaan in rap tempo een serie moorden gepleegd. De jonge rechercheur Nic Costa wordt op de zaak gezet. Hij ontdekt dat alle slachtoffers een relatie met professor Sara Farnese hebben gehad. Bovendien vertonen de moorden overeenkomsten met het martelaarschap van een aantal christelijke heiligen. Zo wordt er één gevild als Bartholomeus, een ander gegrild zoals de heilig verklaarde Lorenzo, weer een ander slachtoffer sterft de verdrinkingsdood, et cetera, et cetera. Waarom smullen lezers van dergelijke onsmakelijkheden? Natuurlijk, omdat er nu eenmaal mensen zijn die graag griezelen. En dat kan hier stiekem onder het mom van verantwoord griezelen. Want het werk bevat ‘een overvloed aan historische details’, schreeuwt de achterflap. Dat valt in werkelijkheid overigens vies tegen: afgezien van een aantal martelverhalen en de beschrijving van Caravaggio’s schilderkunst leert de lezer weinig over het historische Italië. Nee, belangrijker is in feite de zoektocht naar de dader, gecombineerd met een flinke dosis geweld. En daarbij wordt maar weinig aan de verbeelding overgelaten: villen alleen is niet eng genoeg, stap voor stap wordt beschreven hoe de dader het vel van zijn slachtoffer – ‘als een overtrek’ – van hem moet hebben afgetrokken, zonder hem te doden uiteraard, de martelaar moet wel zijn eigen lap huid kunnen zien voor hij sterft. Daarbij komt dat Hewsons Vaticaanse moorden op een slimme manier meelift met het succes van de semi-intellectuele culturele thrillers die tegenwoordig als reisgids dienen door het Louvre of het Vaticaan. Ook hier is sprake van een spannend plot met (kunst-)historische ingrediënten. De kernfiguren zijn afkomstig uit de academische wereld, bij Hewson getransformeerd tot de sexy professor en Femme Fatale Sara Farnesa. En net als bij De Da Vinci Code die een queeste beschrijft, waarbij de betrokkenen worden gedwarsboomd door een rooms-katholieke organisatie, wordt agent Nic Costa in De Vaticaanse moorden bij zijn zoektocht tegengewerkt door het Vaticaan, dat een schandaal buiten de publiciteit wil houden. Over dit semi-intellectualisme is natuurlijk al vaker geklaagd. Maar wat wel opvallend is, is de combinatie van intellectualisme en plastische onsmakelijkheden. Enerzijds was de plastische manier van verbeelden voorbehouden aan de B-film. Anderzijds werd ze gebruikt voor kunst waarin het draaide om de leegheid (Kill Bill-achtig) of om de pure l’art pour l’art (Greeneway). Zijn we nu zo afgestompt dat dit de nieuwe literaire middelen worden voor succesvolle boeken of berust dit alles op een vergissing. Laten we hopen op het laatste. Lineke Nieber

De Vaticaanse moorden (De Fontein, € 4,95) van David Hewson is een gruwelijk boek. Tijdens een bloedhete zomer wordt in Rome, in het Vaticaan in rap tempo een serie moorden gepleegd. De jonge rechercheur Nic Costa wordt op de zaak gezet. Hij ontdekt dat alle slachtoffers een relatie met professor Sara Farnese hebben gehad. Bovendien vertonen de moorden overeenkomsten met het martelaarschap van een aantal christelijke heiligen. Zo wordt er één gevild als Bartholomeus, een ander gegrild zoals de heilig verklaarde Lorenzo, weer een ander slachtoffer sterft de verdrinkingsdood, et cetera, et cetera.

Waarom smullen lezers van dergelijke onsmakelijkheden? Natuurlijk, omdat er nu eenmaal mensen zijn die graag griezelen. En dat kan hier stiekem onder het mom van verantwoord griezelen. Want het werk bevat ‘een overvloed aan historische details’, schreeuwt de achterflap. Dat valt in werkelijkheid overigens vies tegen: afgezien van een aantal martelverhalen en de beschrijving van Caravaggio’s schilderkunst leert de lezer weinig over het historische Italië. Nee, belangrijker is in feite de zoektocht naar de dader, gecombineerd met een flinke dosis geweld. En daarbij wordt maar weinig aan de verbeelding overgelaten: villen alleen is niet eng genoeg, stap voor stap wordt beschreven hoe de dader het vel van zijn slachtoffer – ‘als een overtrek’ – van hem moet hebben afgetrokken, zonder hem te doden uiteraard, de martelaar moet wel zijn eigen lap huid kunnen zien voor hij sterft.

Daarbij komt dat Hewsons Vaticaanse moorden op een slimme manier meelift met het succes van de semi-intellectuele culturele thrillers die tegenwoordig als reisgids dienen door het Louvre of het Vaticaan. Ook hier is sprake van een spannend plot met (kunst-)historische ingrediënten. De kernfiguren zijn afkomstig uit de academische wereld, bij Hewson getransformeerd tot de sexy professor en Femme Fatale Sara Farnesa. En net als bij De Da Vinci Code die een queeste beschrijft, waarbij de betrokkenen worden gedwarsboomd door een rooms-katholieke organisatie, wordt agent Nic Costa in De Vaticaanse moorden bij zijn zoektocht tegengewerkt door het Vaticaan, dat een schandaal buiten de publiciteit wil houden.

Over dit semi-intellectualisme is natuurlijk al vaker geklaagd. Maar wat wel opvallend is, is de combinatie van intellectualisme en plastische onsmakelijkheden. Enerzijds was de plastische manier van verbeelden voorbehouden aan de B-film. Anderzijds werd ze gebruikt voor kunst waarin het draaide om de leegheid (Kill Bill-achtig) of om de pure l’art pour l’art (Greeneway). Zijn we nu zo afgestompt dat dit de nieuwe literaire middelen worden voor succesvolle boeken of berust dit alles op een vergissing. Laten we hopen op het laatste.

Lineke Nieber