‘Alle ouderen denken dat Obama wordt vermoord’

In de tijd van de rassenscheiding konden zwarten in het dorpje Idlewild vrij op vakantie en feest vieren. De inwoners zijn sceptisch over de kansen van presidentskandidaat Barack Obama.

Mabel Williams, weduwe van de militante zwarte leider Robert F. Williams, voor haar huis. Mabel Williams de weduwe van Robert F.Williams voor haar huis in Idlewald. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Idlewild,Mich. USA ,23 augustus 2008
Mabel Williams, weduwe van de militante zwarte leider Robert F. Williams, voor haar huis. Mabel Williams de weduwe van Robert F.Williams voor haar huis in Idlewald. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Idlewild,Mich. USA ,23 augustus 2008 Mentzel, Vincent

‘Heb je al gegeten?”Het duurt even voor ik besef dat de vraag van Marcia Ross komt. Met haar hoofd naar de aarde en haar tenen naar de hemel reikend hangt ze uitgerekt op een fitnessapparaat, midden in de rommelige tuin voor haar huis in de bossen van Idlewild in het noorden van Michigan. Marcia is zestig maar ziet er tien jaar jonger uit. Iedere avond kookt ze uitgebreid voor wie er ook maar aan komt waaien.

„Nog niet”, zeg ik.

Alsof ik een stilleven binnenwandel. Op een leeg bierkrat staat een piepkleine, draagbare kleurentelevisie waarop – tussen de reclames door – verslag wordt gedaan van de eerste dag van de Democratische conventie in Denver, Colorado. Het geluid staat zacht. Rondom de tv zitten, als bevroren, Marcia’s vrienden: de vroeg gepensioneerde buschauffeuse Deborah en Jesse, een verdwaalde blanke ex-con en ex-junkie uit Oklahoma en Robin, dichter en rebel uit New York. Niemand zegt iets. De tv lijkt wel een kampvuur. Af en toe neemt iemand een slok Bud Light. Marcia zuigt loom aan haar joint. Verderop bij de zandweg staan Marcia’s twee paarden, rustig grazend en omringd door een aura van zacht oranje zomerlicht. Het is laat in de middag, maar nog bloedheet. Gisteren hebben een paar tropische buien de lucht helemaal schoongespoeld en nu is het alsof ik de wereld door een vergrootglas waarneem. Alles ziet er scherp en helder en mooi uit. Zelfs de verroeste auto’s die geparkeerd staan tussen de bloemen en het hoge gras. „He’s ready to raise your taxes. He’s not ready to lead”, fluistert de televisie. „I am John McCain and I approve of this message.”

„Ik stem Obama”, zegt Jesse met een vette zuidelijke tongval.

„Ik ook”, zegt Deborah.

„En ik”, zegt Marcia.

„Ik geloof niet in verkiezingen”, gromt Robin. „Politici zijn allemaal hetzelfde, ze verkopen zichzelf alleen anders.”

Einde discussie. Dan rinkelt de telefoon. Marcia kantelt haar stretcher honderdtachtig graden en drukt op het draadloze apparaat. „Het is Austina!” gilt ze, ineens klaarwakker. Austina is een gestresste alleenstaande moeder over wie Marcia en Deborah zich hebben ontfermd. Gisteravond kwam ze, waggelend in een blauwgroen chirurgenpak (het enige wat haar nog past), met haar negenjarige dochtertje langs bij Marcia, de hele tijd quasi-grappig tierend over de klootzak die haar zwanger had gemaakt. „Haar baby moet gehaald worden, met een keizersnee, deze week nog, wegens haar diabetes.” Ze knikt naar Deborah. „Of jij even naar de winkel wilt gaan om drie strengen nephaar en plaksel te halen? Ze wil er mooi uitzien op haar kraambed.”

Een paar dagen geleden ben ik vanuit

Detroit, Michigan hiernaartoe gereden, samen met mijn goede vriend Khalid El-Hakim. Khalid is een jonge, zwarte moslim. Leraar op een school voor moeilijk opvoedbare kinderen en trotse eigenaar van een museumbus vol Afrikaans-Amerikaanse memorabilia (waaronder originele gesigneerde brieven van Ds. Martin Luther King en een heuse Ku Klux Klan-mantel en -kap). Het was zijn idee om naar Idlewild te gaan. „Idlewild is een goed bewaard geheim”, vertelde hij. „Ik hoorde er pas van toen ik studeerde. In de tijd van de rassenscheiding konden zwarten uit steden als Detroit en Chicago alleen in Idlewild stukjes land kopen en vakantiehuizen bouwen. Het is er prachtig, zo rustig en de meren... Alle beroemde artiesten traden daar op, Duke Ellington, The Temptations, The Four Tops, Sarah Vaughan, Aretha Franklin, T-Bone Walker. Schrijvers en denkers hielden er vakantie, zoals Charles Chesnutt, W.E.B. Du Bois en Zora Neale Hurston. Bokser Joe Louis kwam er om te relaxen en te trainen. Muhammad Ali geloof ik ook. Onze hele geschiedenis komt samen in Idlewild. Je zult het wel zien.”

Ik heb Khalid lang niet zo enthousiast gezien. Gewoonlijk praat hij met een nogal bittere ondertoon over de geschiedenis van zwarten in Amerika en over politiek, maar Barack Obama’s charisma lijkt zijn effect op Khalid niet te hebben gemist. „Alsof God er persoonlijk de hand in heeft. Ik moet je zeggen, toen Al Gore vier jaar terug verloor van Bush, ben ik mentaal in een zwart gat gekropen.”

Tijdens de lange autorit van Detroit naar Idlewild vertelde ik dat ik Obama’s boek Dromen van mijn vader had gelezen waarin hij zijn zoektocht naar zijn zwarte identiteit – zijn blackness – beschrijft.

„Ik moest de hele tijd aan jou denken.”

Khalid knikte alleen maar. Ik dacht aan het verhaal dat hij me jaren geleden op een avond toevertrouwde. Hoe hij, verre nazaat van gevluchte slaven, opgroeide in een welvarend gezin in arm, zwart Detroit. Zijn nanny en haar dochtertje waren de eerste blanken die hij zag. Zijn vader, een pikzwarte man, verliet het gezin om te trouwen met een Joodse blanke vrouw. Hij wilde zo graag assimileren in de witte wereld dat hij er uiteindelijk gek van werd. Met een pistool schoot hij zich door het hoofd toen Khalid vijftien was. Dat was het moment waarop Khalids worsteling begon: hoe zwart ben ik eigenlijk?

Hij hield zijn blik strak op de weg gericht. „Ik weet het”, zei hij en zijn stem trilde. Normaal liet hij nooit zijn emoties zien. „Obama’s kandidatuur is heel persoonlijk. En niet alleen voor mij.”

Acht uur in de ochtend. Khalid slaapt nog. Ik wandel naar het meertje achter ons motel in Idlewild, het Paradise Lake. Het is windstil. Het meer een spiegel. Rondom het water vakantiehuizen met steigers voor bootjes of zwemmers, weelderige treurwilgen, berken, kastanjes en naaldbomen. De stilte is verpletterend. Alleen gekwetter van vogels, getjilp van krekels. Op twee eenzame vissers in een roeiboot na is er geen mens te zien. Alsof alles stilstaat. Behalve de mist die uit het water opstijgt. Als geesten zweven de flarden nevel boven Paradise Lake.

Ooit had je hier de Paradise Club, en even verderop, aan Idlewild Lake lagen de Club El-Morocco en The Casablanca. De namen suggereerden avontuur, opwindende romantische werelden ver weg van de harde racistische Amerikaanse werkelijkheid. In het kleine museum van Idlewild hangen de foto’s uit de jaren dertig en veertig en vijftig en zestig: vrouwen in chique zijden jurken, op hoge hakken, mooi opgemaakt, stola’s van mink om hun schouders. Mannen in smokings. In rijen stonden de gloednieuwe Fords geparkeerd op de stoffige wegen bij de clubs. Hier kwam de crème de la crème van zwart Amerika. Idlewild was voor hen een toevluchtoord. Een eiland waar ze waardig zichzelf konden zijn, en in zekere zin is het dat nog steeds voor loners als Marcia en haar vriend Jeff en voor Deborah en Robin, die allemaal, na een leven vol strijd en teleurstellingen in de grote stad, rust zoeken in het dorp waar ze als kind met hun ouders of ooms en tantes de zomers doorbrachten. Deborahs moeder had hier een restaurantje, vertelt ze, waar Louis Armstong blueberry pie kwam eten. „Ik zie ’m zo zitten.” Deborah verloor een zoon en een dochter aan de drugs. Trouwde en scheidde vier keer. En kreeg een hartaanval op haar vijftigste.

Sinds er in 1964 officieel een einde kwam aan de rassenscheiding in Amerika en zwarten toegang kregen tot de blanke vakantieoorden, werd het stiller in Idlewild. Nu is het dorp nauwelijks te vinden vanaf de snelweg. Her en der staan vervallen vakantiehuizen verscholen tussen het dichte groen. Er is nog een café-restaurant, The Red Rooster, een postkantoor, vier kerken, een slijter en een piepkleine kruidenierswinkel. Arme blanken kopen de spotgoedkope grond en huizen op. In de zomer komen er nog behoorlijk veel zwarte vakantiegangers maar ’s winters, als de sneeuw soms wel een meter hoog ligt, wonen er amper vierhonderd mensen.

John Meeks (86) is een van hen. Hij komt hier al vanaf zijn twintigste. „Voor mij was het een vakantiedorp en geen zwart vakantiedorp.” Hij is te trots om racisme een rol te laten spelen in zijn leven. „Ik kwam om te feesten. Man, wat ging het er wild aan toe. De Jones Brothers uit Chicago kwamen hier, gangsters en pooiers. Ze werden beschermd door zwarte politiemannen die bijklusten in Idlewild.”

Meeks is voormalig eigenaar van het Morton’s Motel, het enige motel in Idlewild. Hij zit in het comité dat het jubileum van het dorp in 2012 organiseert. Dan bestaat Idlewild 100 jaar. Maar hoezeer ‘The Black Eden’ langzamerhand ook geschiedenis aan het worden is, als we spreken over Obama’s kandidatuur voor het presidentschap, verstrakt het gezicht van John Meeks ogenblikkelijk: „Obama wordt geen president. Maar mocht hij per ongeluk toch gekozen worden, dan is hij binnen een jaar dood. De hoop die nu wordt gewekt, is vals.

Voor je het weet hebben we weer rassenrellen, net als in ’67, toen Detroit in brand stond. De politie joeg op zwarten. Als beesten werden ze afgeschoten in het park op Belle Isle.”

„Kan ik een lift krijgen?”

vraagt Roger Charles terwijl hij de slaap uit zijn ogen wrijft.

„Je snurkt man”, zeg ik. Roger is een jonge gast uit the hood in Detroit. Een ex-drugsdealer en bad boy met vier kinderen bij verschillende vrouwen. God alleen is er verantwoordelijk voor dat hij nog leeft, zegt hij. Sinds zijn tante een jaar terug het motel van Meeks overnam, samen met een paar idealistische jonge zwarte ondernemers uit Motor City, heeft Roger een baan in het motel. Hij slaapt er ook, in de kamer naast me.

„Ik kan het niet helpen”, zegt hij, „dat snurken.” Hij heeft iets kinderlijk ontwapenends. „Idlewild is mijn redding. Ik wist niet dat er zoiets moois in de wereld bestond.”

Vandaag moet Khalid terug naar Detroit omdat de scholen weer beginnen. Ik blijf nog. En terwijl in Denver, Colorado, de kandidatuur van de mogelijk eerste zwarte president van de Verenigde Staten met alle mogelijke moderne interactieve glamour en glitter gevierd wordt (ik zie er af en toe wat van op een tv bij iemand thuis; in het motel is geen tv, geen internet en ook geen telefoon) blijft het stil in Idlewild. Hier en daar staat alleen een klein bordje in de tuin met de naam van Obama erop.

Het voelt nogal vervreemdend, alsof ik in twee parallelle universums tegelijk ben. Het ene speelt zich voornamelijk af in de toekomst (hope en change) en het andere grotendeels in een nogal overweldigend verleden. Gisteren nog was ik thuis bij de oudste inwoner van Idlewild, Zona Payne (105 jaar). Ze vertelde een verhaal uit haar jeugd. Zeven was ze. Met haar ouders en zusjes woonden ze in Meridean, Alabama. Op een dag kwam haar vader hijgend thuis van zijn werk, achternagezeten door de zoon van zijn blanke baas, met wie hij ruzie had gemaakt. „Ze hadden een touw bij zich om hem te lynchen.” Van het ene op het andere moment sloeg het gezin op de vlucht. Vader vertrok naar Mobile, Alabama, en moeder en de kinderen trokken in bij familie in de buurt. „Na een paar dagen moest ik van mijn moeder iets ophalen in ons huis, ik weet niet meer wat. Alles stond nog op tafel, de borden met etensresten, de pannen. En in de strooppot zat een muis. Die was er tijdens onze afwezigheid in gekropen en verdronken. Dat beeld van die muis in de strooppot is me altijd bijgebleven. Begrijp je wat ik wil zeggen?”

Toen stopte ze met praten omdat ze een afspraak had om te gaan bridgen met haar vriendinnen.

En Mabel Williams (77), weduwe van de militante zwarte leider Robert F. Williams die de klassieker Negroes with Guns schreef, over het recht van zwarten om zich gewapend te verzetten tegen blank geweld, en die in 1961 door de regering het land uitgejaagd werd (naar Cuba en China) en pas in 1973 terug mocht komen, zij woont ook in Idlewild. Een gedistingeerde, warme vrouw. „We wilden rust en een kennis van ons, dominee Brooks, had een kammenfabriekje in Idlewild. We hadden allemaal Afro’s in die tijd en Brooks had het patent op de Afro-kam. Zo kwamen we in Idlewild terecht.”

Zestien was ze toen ze Williams trouwde. Head over heels verliefd maar geen idee met wie ze zich inliet. „We woonden bij zijn vader in. Die zei op een avond: ‘Mijn zoon is niet wijs. Hij denkt dat hij president van de Verenigde Staten kan worden.’ ‘Waarom niet?’ zei Robert. Toen wist ik dat hij anders was. Ik had nog nooit een zwarte man met zoveel zelfvertrouwen ontmoet. Mijn ouders leerden me onderdanig en rustig te zijn, zodat ik geen gevaar liep.” Ze woonden in Monroe, North Carolina, waar de Ku Klux Klan regelmatig door de straten paradeerde. Aan de muur van haar huis in Idlewild hangt een foto van Robert en haarzelf, heel jong nog, bezig met een schietoefening. „Door Robert ben ik schreeuwend en tierend veranderd van een echte negro tot iemand met zelfrespect. Maar gek genoeg had ik nooit moeite met wapens. Mijn stiefvader sliep met een geweer onder zijn kussen, just in case. Als kind moest ik de bedden thuis opmaken en iedere ochtend borg ik het wapen op in de klerenkast.”

„Alle ouderen denken dat Obama

wordt vermoord”, zucht ik die avond bij het eten tegen Marcia. Ze haalt haar schouders op. Jeff heeft een kampvuur gemaakt. Jesse, de hillbillie zoals hij hier wordt genoemd, vertelt dat hij vandaag op zijn werk vier Mexicaanse illegalen in een treinwagon ontdekte. „Ze waren als de dood. Ik heb ze vers water gegeven. Mijn baas weet van niks.”

„The new niggers”, mompelt Marcia.

Het is al vroeg donker. Jesse staat op, lacht zijn drie tanden bloot. „Ik heb een gedicht.” Hij begint te lezen: „Retirement Plan for 2008. If you had purchased $ 1000 of Nortel stock one year ago; it would now be worth $ 49. (….) But if you would have purchased $ 1000 worth of beer one year ago, drank all and then turned in the cans for the aluminium recycling you would have had $ 214. So based on the above, the best current investment advice is to drink heavily and recycle.”

„Jezus Jesse, ik wist dat je het in je had!” roept Jeff. En tegen mij: „Zie je nu hoeveel talent hier is? Nog een cognac?”

De volgende dag ga ik terug naar Detroit. Ik heb een afspraak met Phareoh Mohammed (38), Timothy Grant voordat hij zich bekeerde tot de islam. Hij is manager bij Chrysler, waar hij verantwoordelijk is voor de lancering van de nieuwste SUV, en derde generatie Idlewilder. Sinds 1998 organiseert hij ieder jaar het ‘Poetry in the Woods’-festival waar naast oude militante dichters als The Last Poets vooral jonge dichters optreden. „Ik kwam als kind in Idlewild, maar ik wist niets over de geschiedenis. De ouderen praatten er niet over, mijn moeder ook niet. Je moet niet vergeten hoeveel schaamte er is over het verleden. Ik heb moeten zeuren om verhalen. Ik stam van trotse mensen af, mijn grootvader had een eigen restaurant en twee ijscokarren, terwijl hij geen opleiding had. Hij kwam uit het zuiden en kocht grond in Idlewild om zijn familie te beschermen. Natuurlijk is het lang geleden en Obama bewijst dat we vooruit zijn gekomen. Maar zo’n plek als Idlewild moeten we koesteren, niet alleen om de geschiedenis. Kijk naar de armoe en verpaupering onder zwarten hier in Detroit.” Hij zucht. Kijkt op z’n horloge. „Weet je trouwens dat Will Smith heeft laten weten dat hij naar Idlewild wil komen?”

Die avond, 45 jaar na de beroemde ‘I have a dream’-speech van Martin Luther King, accepteert Barack Obama in Denver officieel zijn kandidatuur voor het presidentschap. De volgende ochtend bel ik Marcia.

„Austina heeft een zoon!” gilt ze door de telefoon. „Demarian heet-ie. De zuster zei nog: ‘Waarom noem je hem geen Barack?’ Dat betekent gezegend door God of zoiets.” Ze schatert het uit.

„Feliciteer Austina van me”, zeg ik.

„Ik hoop bij god dat-ie wint. Obama bedoel ik. Want hey, veel slechter dan het nu is kan het nooit worden.”