Geen backstage, belichting of coulissen

Teatro Luna Blou op Curaçao krijgt vier jaar 100.000 euro subsidie van het Nederlandse Fonds voor de Podiumkunsten. Nu draait het theater nog grotendeels op stagiaires.

Voorstelling ‘Den Prizon’ bij Teatro Luna Blou. Foto Prince Victor
Voorstelling ‘Den Prizon’ bij Teatro Luna Blou. Foto Prince Victor Victor, Prince

Miriam Sluis

Als een dreigende roofvogel zit hij op het podium. Zijn armen in de lucht, een boodschapper des doods. In Teatro Luna Blou, in het hart van de Antilliaanse hoofdstad Willemstad, verbeeldt Roland Colastica het verhaal van de marktkoopvrouw en de warawara: een onheilsprofeet in oude Curaçaose volksvertellingen. „Als ik de baby draag heb jij de handen vrij voor je koopwaar”, zegt de aasgier. Maar eenmaal in bezit van de zuigeling reageert de warawara steeds trager op de roep van de moeder.

„Ze verliest haar kind”, fluistert een vrouw met dure schoenen op de vijfde rij. Om haar heen schuiven polyester broeken en guayaberas, traditionele Latijns-Amerikaanse overhemden, ongemakkelijk in de paarse stoelen. De denkbeeldige baby ploft neer voor de voeten van de marktvrouw. „Zijn ogen: léég, zijn mond: léég”, zegt Colastica, nu met hoofddoek om. Het publiek slaakt een collectieve zucht en klapt luid .

Het Fonds voor de Podiumkunsten (NFPK) besloot recent dat het Curaçaose Teatro Luna Blou, een stadstheater met 220 stoelen en jaarlijks circa 40.000 bezoekers, de komende vier jaar structureel op ruim 100.000 euro kan rekenen. Een unicum in de subsidiebesluiten van het Fonds, dat nooit eerder gelden buiten de Nederlandse landsgrenzen deed stromen. „De infrastructuur op de Nederlandse Antillen en Aruba”, schrijft het NFPK, „is kennelijk zo schraal, dat de hele keten onderdak vindt bij Teatro Luna Blou. Bijna alle activiteiten staan nog in het teken van (talent)ontwikkeling, programmering en cultuurparticipatie.”

Na de voorstelling zit Colastica onder de bomen van het openluchtterras voor het theater. „Luna Blou voorziet in een enorme behoefte.” De enige schouwburg van het eiland, Sentre Pro Arte, sloot vijf jaar geleden vlak voor de officiële opening van Luna Blou de deuren. „Maar ik mis hier wel faciliteiten van een echte schouwburg. Belichting, coulissen, backstage. Het personeel bestaat voornamelijk uit vrijwilligers en stagiaires. Dat is niet wat het moet zijn.”

Naast shows als die van Colastica, staat Teatro Luna Blou op Curaçao bekend om zijn volkstoneel, arthouse films en schoolvoorstellingen. Om verder te kunnen groeien had Teatro Luna Blou bij het Fonds specifiek het gebrek aan professioneel marketing- en communicatiepersoneel aangekaart. Het theater draait nu voor een groot deel op twaalf stagiaires per jaar, die ieder een half jaar blijven.

„Daardoor missen we continuïteit”, zegt algemeen directeur Norman de Palm. Het Fonds, dat de kwaliteiten roemt van deze „inspirator en grondlegger van dit overzeese initiatief”, oordeelde anders: de subsidie is bedoeld voor het (co)produceren en laten reizen van voorstellingen en voor activiteiten in de aangrenzende theaterwerkplaats La Tentashon.

„Ik ben trots op de subsidie, hoor”, zegt De Palm. „Maar het is een achtste van onze begroting, Die andere zevenachtste moet ook worden gevonden.” De Palm loopt met een weids gebaar over het nu lege openluchtterras voor de theateringang. „Dit is dus mijn foyer.”

Luna Blou is een kura, een grote tuin, met een mix van oude monumenten en nieuwe gebouwen middenin de volkswijk Otrobanda. De Palm wijst naar de open plek tussen de kleedkamers en het theater. „Hier stond een monumentje. Daarom kon ik het theater niet groter maken en zijn er nu amper coulissen en backstage.” Op een bankje, buiten wachten acteurs om het toneel op te gaan.

De Palm vestigde begin jaren tachtig met de Antilliaans-Surinaamse theatermaker Felix de Rooy in Amsterdam hun stichting Cosmic Illusions. Ze maakten Caraïbische cultfilms als Almacita di Desolato (1986) en Ava & Gabriël (1990) en waren voortrekkers van multicultureel theater in Nederland. In die lacune werd De Palm, op weg naar de fondsen, een financiële tovenaar.

„Een onvoorstelbaar strategische man”, zegt Colastica. „Hij analyseert alles, kent de Nederlandse subsidiewereld ontzettend goed en weet precies in te spelen op wat er politiek gaande is tussen Nederland en de Antillen.” De Palm kijkt op van die typering. Hij zegt: „Er is ook nog zoiets als leveren en staan voor kwaliteit, je krijgt het niet zomaar. We praten over 30 jaar werk, dan mag je blij zijn als er iets uitkomt.”

En dan, al zegt hij het zelf, weet hij de juiste mensen om zich heen te verzamelen. Zoals John Leerdam, het huidige PvdA-Tweede Kamerlid. De Palm: „Hij heeft visie, pr en een netwerk waar ík nog wat van kan leren.”

Volgende week komen nieuwe vertegenwoordigers voor de subsidieregeling KulturA naar Curaçao. Ze inventariseren voor de zogenoemde Leerdam-gelden; een meerjarige subsidie van 1,8 miljoen euro per jaar, verdeeld over de vijf Antilliaanse eilanden en Aruba. „Wat zou helpen is een plaats in de basisinfrastructuur van subsidiërend Nederland. Dan hoef je je niet meer iedere vier jaar te verdedigen en heb je de garantie om door te gaan.”