Lakmoesproef voor klokkenluiders

De Kamer vroeg gisteren staatssecretaris Jack de Vries om een snelle oplossing van de zaak-Spijkers. Het conflict tussen Defensie en zijn ex-werknemer is al jaren ‘nagenoeg’ afgerond.

Met de zaak-Spijkers is helemaal niets aan de hand, zei minister Eimert van Middelkoop (Defensie, ChristenUnie) in juli nog. En bemiddeling is dus zeker niet nodig. Zes jaar geleden is immers een schikking getroffen in het langdurige conflict tussen Fred Spijkers en Defensie, zijn voormalige werkgever. Daarbij is afgesproken dat beide partijen verder over de kwestie zwijgen. Van Middelkoop: „Wat ons betreft is de zaak geregeld.”

Maar er is wel degelijk iets aan de hand. Een meerderheid van de Tweede Kamer eiste gisteren een spoedige oplossing van staatssecretaris Jack de Vries (Defensie, CDA). Die Kamerleden hadden hem in mei al gevraagd het conflict te beslechten voor het nieuwe parlementaire jaar. Nu de eerste bladeren van de bomen waaien, is er nog geen oplossing. Hoe kan het dat een zaak na meer dan twintig jaar nog niet is opgelost? De tijd dringt voor de 62-jarige Spijkers.

De kwestie begon bij munitiespecialist Rob Ovaa. Hij kwam in 1984 om het leven toen een ondeugdelijke mijn explodeerde. Fred Spijkers, toen maatschappelijk werker bij Defensie, moest de weduwe Ovaa gaan informeren over de doodsoorzaak. De boodschap die hij van zijn werkgever moest overbrengen: het lag niet aan de mijn, maar aan uw man. Spijkers weigerde mevrouw Ovaa iets op de mouw te spelden. Het resulteerde in een arbeidsconflict, waarbij Defensie Spijkers psychisch niet in orde verklaarde.

Eerherstel door de staat en een schadevergoeding werden in 2002 overeengekomen. Spijkers kreeg een lintje en een onbelaste schadevergoeding van 1,6 miljoen euro, vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Over de uitvoering daarvan is hij echter nog steeds in conflict met het departement.

Ministers, staatssecretarissen en ambtenaren hebben in de zaak-Spijkers hun bevoegdheden op grote schaal misbruikt en de regels van de rechtsstaat geschonden. Dat concludeerde universitair docent beroepsethiek Joep van der Vliet in maart van dit jaar in het tijdschrift Openbaar Bestuur. En om die principiële kant is het Spijkers te doen, niet alleen om de financiële compensatie. Eerder liet hij weten dat over de manier waarop de staat hem heeft behandeld alles boven water moet komen.

Betrokkenen bij de onderhandelingen zeggen dat de standvastigheid van Spijkers de onderhandelingen niet bespoedigt. Ook zouden er administratieve problemen zijn, waardoor het lastig blijkt hem zijn gederfde inkomsten uit te betalen.

Het blijft een precair onderwerp. Geen van de onderhandelaars wil in de krant uitleggen hoe het kan dat de zaak nog steeds niet is geregeld. Wel zegt Kamerlid Krista van Velzen (SP), die zich Spijkers’ lot heeft aangetrokken, „het gevoel van urgentie” bij Defensie te missen om de affaire op te lossen.

Spijkers zelf is niet actief betrokken bij de onderhandelingen. Van Velzen en FNV-voorzitter Agnes Jongerius doen dat voor hem. Eerder zou Pieter van Vollenhoven bemiddelen, maar onder druk van CDA-bewindslieden in het kabinet zag hij daarvan af. Daarna kwam Jongerius in beeld. Volgens Van Velzen is de zaak-Spijkers „de lakmoesproef hoe het kabinet omgaat met klokkenluiders uit het verleden”.

Van Velzen meldde gisteren dat Defensie slechts „een aantal voorlopige dingetjes heeft geregeld”. Het ministerie deelde daarna mee dat het „wel degelijk een voorstel [heeft] gedaan dat tegemoetkomt aan de vraag van de Kamer”.

Defensie had het voorstel graag besproken met alleen de onderhandelaars. Maar als de Kamer erbij betrokken wil zijn, zo zegde het ministerie toe, dan zal Defensie ook de Kamer informeren over de oplossing.

Of dat wijst op een doorbraak, is onduidelijk. Bewindslieden in vorige kabinetten beweerden al dat de zaak-Spijkers was opgelost. Niets bleek minder waar.