Zelfs racisten zouden op Obama moeten stemmen

Illustratie Ruben L. Oppenheimer Parodie op Kluk Klux Klan: Change we can believe in Obama '08 Oppenheimer, Ruben L.

Redacteur NRC Handelsblad

Waren het zenuwen? Kon hij het niet meer? Barack Obama leek donderdagnacht een schaduw van de regionale politicus uit Illinois die vier jaar geleden de Democratische Conventie in een half uur veroverde. Ik herinner me dat er een siddering ging door het Fleet Center in Boston.

„Er is geen zwart Amerika, geen wit Amerika, geen rechts Amerika, geen links Amerika, alleen de Verenigde Staten van Amerika”, profeteerde Barack Obama. Toen en daar werd hij de nieuwe vaandeldrager van de Democratische partij die hij nu officieel is.

Die toespraak staat sindsdien op mijn iPod als voorbeeld van meeslepend politiek spreken. Deze keer in Denver ontbraken bijna alle retorische cadensen. Weinig ‘Change’ en ‘Yes we can’. Vooral medeleven met sappelende Amerikanen. Dit was een leider die stilstond bij economisch en moreel zware tijden, een crisis vergroot door twee ambtstermijnen Bush. Bijna acht jaar waarin een handvol zeloten onder leiding van vicepresident Cheney Amerika’s ziel hebben aangetast.

Op de dag af 45 jaar na Martin Luther Kings legendarische ‘I have a dream’-toespraak koos Obama voor een bijna saaie maar spijkerharde aanpak. Pas in de slotalinea’s pakte hij de toekomstgerichte, optimistische draad van King op. ‘America, we cannot turn back. We cannot walk alone.’ Het was een meesterlijk-beheerste echo, zonder tranentrekker.

Voor het zover was, inventariseerde Obama wat de van haar bovengrondwettelijk gelijk overtuigde Bush-ploeg heeft aangericht in binnen- en buitenland. Hij wees op John McCains vrijwel complete steun voor dat beleid, ondanks de campagnepubliciteit die hem liefkozend aanprijst als maverick, een onvoorspelbaar onafhankelijke Republikein. Obama stelde punt voor punt zijn alternatieven er tegenover, in de ook Amerikaanse tradities van gemeenschappelijkheid en beheerst wereldleiderschap.

Maar de komende dagen zijn de Amerikaanse tv-schermen alweer gevuld met daadkrachtige Republikeinse koppen en aanvallen op Obama’s afkomst en ‘karakter’. Mocht de Democratische presidentskandidaat er donderdag in zijn geslaagd aarzelende arbeiders en Hillary Clintons miljoenen getrouwen aan te spreken, dan zullen die indrukken worden overspoeld door een week anti-impulsen.

Menigeen in Europa denkt dat zo’n politiek wonderkind als Barack Obama op 4 november moeilijk kan verliezen van een op veel terreinen klungelige kandidaat, die gisteren 72 werd en vaak klinkt als de laatste verdediger van een uiterst impopulaire president die het land in uitzichtloze oorlogen en gigantische tekorten heeft gestort. Vergeet het maar. Twee weken geleden kwam ik terug uit Amerika als een gewaarschuwd mens.

Niemand was er gerust op, hartstochtelijke Democraten noch Bush-sceptische ‘Reagan-Republikeinen’. Steeds vaker klonk de vrees dat Obama’s stagnerende opiniecijfers terug te voeren waren op diep onbehagen bij veel kiezers die misschien wel toe zijn aan afrekening met de politiek van de afgelopen acht jaar. Maar niet durven inzetten op deze ongrijpbare jongeman, cappuccino-drinkend en welbespraakt, maar zwart.

Langzaam weer zichtbaar wordend racisme was de grootste zorg die een aantal oude vrienden me als verklaring gaven voor Obama’s kennelijk onvermogen door te stoten. Enquêteurs weten van oudsher dat mensen juist op dat punt niet eerlijk antwoorden. Niemand weet hoe groot het aantal Amerikanen is dat niet op een zwarte wil stemmen, ook al heeft hij overigens wel hun voorkeur. Het zal 4 november blijken.

Twee boeken maken volstrekt helder hoe nodig het is dat aarzelende Amerikanen wakker worden. Verdeeld Europa kan alleen maar de adem inhouden. Georgië is het laatste voorbeeld van ons voorland onder de huidige inconsequent-militante Amerikaanse leiding.

In The Dark Side. The inside story of how the war on terror turned into a war on American ideals heeft New Yorker-verslaggever Jane Mayer minutieus vastgelegd hoe vicepresident Cheney, nadat het Hooggerechtshof Bush in 2000 als winnaar aanwees, aanstuurde op een oppermachtig presidentschap. Nadat de aanslagen van 11 september 2001 een permanente vijand hadden geboden, gingen alle remmen los en kon ‘het nieuwe paradigma’ worden ontwikkeld dat afluisteren van eigen burgers en rechteloze gevangenneming en marteling van vreemdelingen legitimeerde.

Mayer beschrijft hoe keer op keer juristen en andere ambtenaren met een geweten, vaak verstokte Republikeinen, opkwamen tegen de schendingen van de Grondwet en internationale verdragen. Om niet veel later door de pretoriaanse garde van de vicepresident te worden uitgeschakeld. Degenen die in het belang van het vaderland een direct beroep op de president deden, wachtte geen ander lot.

Hoofdlijnen van deze grove en fundamentele schending van de rechtsstaat waren wel bekend uit diverse onderzoeksjournalistieke projecten van The New York Times en The Washington Post. En vooral door Seymour Hersh die het Abu Ghraib-schandaal in 2004 aan het licht bracht.

Over de oorsprong van die roekeloosheid schreef Thomas Frank een iets vlotter, maar niet minder verhelderend boek. In The Wrecking Crew. How conservatives rule schetst hij de opkomst en denkwijze van de ‘College Republicans’, jonge conservatieven die Reagan in de vroege jaren 80 steunden en sindsdien met militaire precisie hun weg naar Washington plaveiden met lucratieve lobbycontracten. Ideologisch overtuigd van hun eigen gelijk en de noodzaak de ‘liberals’ (links in Amerika, voor Europese begrippen gematigd rechts) van de aardbodem te vegen.

In die kring groeide Karl Rove, de mannetjesmaker en tot voor kort politieke adviseur van president Bush, op. Met hem werkten zich mensen als Grover Norquist (die alle belastingen wil afschaffen) en lobbyist Jack Abramoff Washington binnen. Hun doel was oppositievrije heerschappij in eigen land. Dat een andere vleugel van hun revolutie ook de wereld wilde verbouwen, had hun goedkeuring niet.

Abramoff zit intussen een gevangenisstraf uit wegens corruptie. Maar nog eens vier jaar deze junta is zo gevaarlijk voor Amerika dat iedere weldenkende racist het vakje Obama zou moeten invullen.

Wilt u reageren? Dat kan via nrc.nl/chavannes.

    • Marc Chavannes