Varend vermogen zonder krassen

Nederland heeft 1,5 miljoen watersporters die in totaal meer dan 500.000 vaartuigen bezitten. Maar het grote geld wordt toch besteed door buitenlanders.

Illustratie Michiel van de Pol Nederland heeft 1,5 miljoen watersporters die in totaal meer dan 500.000 vaartuigen bezitten. Maar het grote geld wordt toch besteed door buitenlanders. Pol, Michiel van de

Schoenen uit, gebiedt het papiertje dat met een stukje plakband op de deur van de kajuit hangt. Op sokken werken de scheepsbouwers van Mulder Shipyard aan het schip. Computers worden geprogrammeerd, navigatieapparatuur geïnstalleerd en zelfs een heel keukenblok wordt pas gemaakt. De mannen moeten hard doorwerken om het spiksplinternieuwe jacht op tijd af te krijgen, maar niet ten koste van krassen op het teakhouten dek dat glimt als gepoetst koper. „Vrijdag is de deadline”, zegt Dick Mulder, directeur van de werf. „Want deze gaat naar IJmuiden.”

Volgende week vindt in IJmuiden de HISWA te water plaats, een van de belangrijkste botenbeurzen van Europa. In de Nederlandse wateren vaart een vermogen aan sloepen, jachten en zeilboten. Maar wat zijn de trends? Waait het zware economische weer over naar het water? Laten watersporters hun motorboot in de haven liggen vanwege de hoge brandstofprijzen?

Eén ding is zeker: watersport boet niet in aan populariteit. Het Centraal Bureau voor de Statistiek berekende begin deze maand dat het aantal watersportclubs het afgelopen decennium alleen maar is toegenomen. Nederland telt ruim 1,5 miljoen watersporters die in totaal 508.000 vaartuigen bezitten.

Mattijs van Baalen zegt dat de Nederlandse markt vooral bestaat uit jachten met een maximumlengte van rond de 20 meter en met een aankoopprijs van maximaal 1,5 miljoen euro. Van Baalen is directeur van jachtmakelaar De Valk, met zeven vestigingen, inclusief kantoren in watersportwalhalla’s Antibes en Palma de Mallorca.

Bij Royal Van Lent Shipyard in Kaag beamen ze dat. Van Lent bouwt superjachten voor de allerrijkste ter wereld. Zo verliet in 2004 het 86 meter lange schip de Ecstasea de werf, gebouwd in opdracht van oligarch Roman Abramovitsj. „Onze klanten bevinden zich allemaal in het buitenland”, zegt een woordvoerder. „Daarom heeft het geen zin veel te zeggen over de ontwikkelingen in Nederland. Bovendien hechten onze klanten nogal aan hun privacy.” Nederlandse miljardairs en miljonairs zijn blijkbaar minder bereid tientallen miljoenen uit te geven aan de grootste plezierschepen van de wereld.

Van Baalen merkt wel dat de Nederlandse markt iets afremt. „Het is niet dramatisch, maar kopers zijn iets onzekerder. Makelaars moeten harder werken. We moeten boten weer echt verkopen.” Maar van een echte daling van het aantal verkopen is geen sprake, denkt de makelaar.

De vorige economische crisis, toen de dotcombubbel uiteenspatte, had wel een gevolg voor de pleziervaart. „Banken gingen bezuinigen op hun nevenactiviteiten”, zegt Van Baalen. „Wij merkte toen dat er veel financieringsproducten voor jachten werden geschrapt. Nu is er op de markt meer dan genoeg aanbod van scheepshypotheken.”

Bij Mulder merken ze ook weinig van een teruglopende economie of terughoudende kopers. De bouwplannen voor een nieuwe, grotere werf hangen aan de muur in het kantoor van Dick Mulder.

„Er is wel een vicieuze cirkel gaande”, zegt Mulder. Door hoge grondstofprijzen en duurdere onderaannemers als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt stijgen de prijzen. „Dat vinden klanten niet zo erg, maar ze verlangen wel hogere kwaliteit voor die meerprijs”, zegt Mulder. „ Die kwaliteit kan ik leveren, maar dat kost wel meer arbeidsuren en nog duurdere materialen, waardoor de kosten nog meer stijgen.”

Meer dan de stagnerende economie heeft internet de laatste jaren een stempel gedrukt op de markt voor plezierjachten, stelt Van Baalen. Klanten zijn beter geïnformeerd op het moment dat ze bij ons binnenstappen, zegt hij. Van Baalen geeft een voorbeeld. Op internet is een jacht te koop voor 150.000 euro. Het ligt in Kroatië. Als dezelfde boot in Nederland voor 170.000 euro te koop is, dan zal de klant daar kritisch over zijn. „Internet heeft de markt zo veel transparanter gemaakt”, stelt Van Baalen. „Dat is eigenlijk de grootste trend van de laatste jaren.”

Het betekent niet per se dat mensen ook hun boot uit het buitenland importeren. Van Baalen: „Gezien de dollarkoers zou het voordelig kunnen zijn om een schip uit de VS te halen. Maar daar zitten toch wel haken en ogen aan.” Over zo’n schip moet toch nog BTW worden betaald en smaken verschillen. Amerikaanse boten worden vaak gebouwd met een brede kajuit en met relatief weinig dekruimte. „Daar zijn wij in Europa minder van gecharmeerd. Europeanen houden over het algemeen van boten met klassieke lijnen die goed varen.”

Jachtbouwer Mulder in Voorschoten denkt dat het vaargedrag van schepen steeds belangrijker wordt. Bij onze klanten leeft brandstofgebruik enorm”, zegt Mulder. „Jachten met klassiek en ronde lijnen varen beter dan van die vierkante blokkendozen. Ook zijn rompen van aluminium in trek want die zijn lichter dan staal. Je kan zo 15 tot 20 procent op brandstofkosten besparen.” Bovendien behouden schepen met een klassieke en tijdloze uitstraling veel langer hun waarde, zegt Mulder. „Het zijn gewoon betere investeringen dan van die drijvende huizen.”

Mulder denkt niet dat klanten het alleen doen om geld te besparen. Er is ook een ethische omslag gemaakt, zegt hij. „Vroeger dacht men niet eens na over het gebruik van teakhout. Nu zijn alternatieven als linde- of eikenhout hele geaccepteerde alternatieven.”

Over waar de vele Nederlandse watersporters met hun boot naartoe varen zijn Van Baalen en Mulder het niet eens. Volgens Van Baalen zijn de Nederlandse wateren nog erg populair. „Een echte trend is dat watersporters niet meer voltijd met hun boot bezig willen zijn”, zegt hij. „Ze willen wel eens wat anders doen.” Een boot moet dus vooral onder handbereik liggen.

Mulder is het hier niet mee eens. Hij merkt juist dat zijn klanten steeds verder weg gaan. „Op de Nederlandse plassen zijn er de laatste jaren zo veel bootjes bijgekomen dat mensen met een groter jacht verder weg willen”, zegt hij. En dat beperkt zich kenbaar niet tot tochtjes naar de Engelse kust. Mulder pakt zijn mobiele telefoon en laat een sms’je zien: „Afrika!” Hij laat nog één zien: „Gibraltar”. „Dat is leuk”, zegt Mulder. „Maar als de waterpomp kapot is, hoor ik het ook meteen.”

    • Melle Garschagen